Beklagprocedure artikel 12 Sv. Geen bevel strafvervolging Belastingdienst in de Kinderopvangtoeslagenaffaire: onvoldoende aanknopingspunten, immuniteit van de Staat en verjaring. Beroepsmatige discriminatie, knevelarij, dwang door misbruik van gezag en lasterlijke aanklacht. Inst
Wetboek van Strafrecht
Art. 268 Sr
Genoemd in 12 uitspraken · Officiële wettekst
12 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bedreiging met brandstichting van de rechtspersoon Woningstichting X, art. 285 Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2005:AT3659. De opvatting dat bij een rechtspersoon, anders dan bij een natuurlijk persoon, geen redelijke vrees kan ontstaan, is onjuist. Van het ontstaan van zulke vrees bi
Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981 dat voor toepassing van art. 188 Sr voldoende is dat in de aangifte opzettelijk i.s.m. de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt geda
Conclusie AG. Poging tot dwang (art. 45 Sr jo. 284 Sr) en bedreiging met brandstichting (art. 285 Sr). Het eerste middel, inhoudende dat vanwege het ontbreken van een dwingend karakter de poging tot dwang niet kan worden bewezen, faalt. Het tweede middel, dat de klacht behelst da
Veroordeling voor smaad, meermalen gepleegd, tot een taakstraf van 60 uren waarvan 30 uren voorwaardelijk. Vrijspraak van de andere ten laste gelegde feiten.
Vorderingen van eiser tot schadevergoeding als gevolg van het gebruik van een door gedaagden in opdracht van zijn ex-vrouw geschreven rapport en tot een verbod aan gedaagden om mededelingen te doen over eiser worden afgewezen. Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverh
Doen van valse aangifte t.z.v. diefstal telefoon, art. 188 Sr. Intrekking aangifte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 2-3-1902, W. 7735, inhoudende dat art. 188 Sr betrekking heeft op geval dat aangifte of klacht is gedaan van strafbaar feit met wetenschap dat dit feit in
Jeugdzaak. 1. Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981: Art. 188 Sr heeft betrekking op het geval dat aangifte of klacht is gedaan van een strafbaar feit met de wetenschap dat dit feit in het geheel niet is gepleegd met dien verst
Art. 261.1 Sr. “ruchtbaarheid geven”. Hyves, smaad. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BC9186. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 261 Sr, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.
Art. 6 EVRM, ‘impartial tribunal’. De bestreden uitspraak is mede gewezen door een raadsheer die bij de behandeling van de zaak van de mededader door de Rb als OvJ is opgetreden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter i.d.z.v. art. 6
-
-