Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor 10 strafbare feiten, waaronder verschillende vermogens- en geweldsdelicten. De rechtbank legt aan de minderjarige verdachte een jeugddetentie op van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 115 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van
Wetboek van Strafrecht
Art. 266 Sr
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Belediging ministers door politicus met bewerkte afbeelding op Twitter. Nazi-vlag. Artikel 266 Sr. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in de vervolging. Artikel 6 EVRM. Beroep op gelijkheidsbeginsel en beroep op vrijheid van meningsuiting verworpen. Artikel 10 EVRM. Geldboete.
In deze zaak heeft het hof in een procedure op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering geoordeeld dat de officier van justitie een aangifte tegen onder meer twee journalisten ten onrechte heeft geseponeerd. Het hof heeft verder geoordeeld dat een van de journalist
Het hof verklaart het primair tenlastegelegde nietig en spreekt een 54-jarige verdachte vrij van de subsidiair tenlastegelegde belediging.
Conclusie AG. OM-cassatie. Het middel is gericht tegen de vrijspraak ter zake van smaadschrift door op naam van aangever een advertentie met seksuele inhoud op een homodatingwebsite te plaatsen, art. 261 Sr. Telastlegging van een bepaald feit? De AG meent dat het middel faalt. Co
Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Conclusie AG. Belediging en bedreiging (voormalig) burgemeester(s) Zoeterwoude en advocaat gemeente Zoeterwoude. M1-2: bewijsklachten belediging. M3: bewijsklacht bedreiging. M4: verwerping beroep op psychische overmacht. M5: vordering benadeelde partij. Heeft hof toewijzing vord
EAB Polen, overlevering toestaan
Conclusie plv. AG. Eenvoudige belediging opsporingsambtenaar (artikel 266 Sr). Twee falende middelen over responsieplicht op (1) uos dat sprake was van onrechtmatige verkeerscontrole wegens etnische profilering en (2) dat strafuitsluitingsgrond uit artikel 266 lid 2 Sr van toepas
De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij. Verdachte was ten laste gelegd dat zij zich schuldig had gemaakt aan dwang door zich in Facebook-berichten uit te laten over het overlijden van de dochter van slacht
Eenvoudige belediging, meermalen gepleegd. Smaadschrift, meermalen gepleegd.
Veroordeling voor belediging van een rechter en een openbare instelling (rechtbank). Verwerping van niet-ontvankelijkheidsverweren. Uitlatingen van veroordeelde vallen niet onder de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank legt aan veroordeelde een taakstraf op van 80 uren alsook
Conclusie AG. De pleitnota die in hoger beroep aan het hof is overgelegd is in het ongerede geraakt en kan niet aan de Hoge Raad worden aangeleverd, waardoor in cassatie niet meer valt na te gaan welke verweren daarin zijn gevoerd. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van
artikel 12 Sv procedure ter zake van groepsbelediging, aanzetten tot haat/ dicriminatie en eenvoudige belediging met discriminatoir karakter
Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). 1. Klacht over oordeel hof dat aangeefster BOA is. 2. Klacht dat uit de door aangeefster
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet op de identificatieplicht, een viertal diefstallen, belediging van meerdere personen, bedreiging van een conducteur in de trein en het vernielen van een ruit van een nachtopvang. Veroordeling tot een voorwaardelijke
Veroordeling politicus voor eenvoudige belediging van twee voormalig ministers. Tweet met SDG-vlag en nazivlag, met daarboven de tekst ‘De façade en de werkelijkheid: #SDG’s’. Driestappentoets HR en EHRM. De rechtbank oordeelt de tweet onnodig grievend (stap 3). Daardoor kan de b
Conclusie AG. Belediging (art. 266 Sr) van een wethouder door een gemeenteraadslid. Het middel klaagt dat de veroordeling van de verdachte voor belediging in strijd is met art. 10 EVRM en faalt, omdat het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte zijn aantijgingen niet heef
Een 33-jarige man is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging onder andere voor verkrachting en bedreiging. Ten tijde van de ten laste gelegde verkrachting leed hij aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Veroordeling wegens dertien strafbare feiten, waaronder winkeldiefstal, lokaalvredebreuk en vernieling. Oplegging twee maanden gevangenisstraf. OvJ niet-ontvankelijk ter zake van belediging wegens ontbreken klacht en aangifte.
Conclusie plv. AG. Art. 266.1, 261.2 en 267.2° Sr. Falende klachten over strafbaarheid uitlating “A.C.A.B.” (M3) en bewijs bestanddeel “rechtmatige uitoefening van bediening” via klachten over rechtmatigheid aanhouding en inzet transportboeien (M1 en M2). Conclusie strekt tot ver
Bedreigingen en mishandelingen in GGZ-instellingen. GGZ-medewerker die zorg verleent op grond van machtiging Wvggz is ambtenaar. Strafverzwarende omstandigheid in delictsomschrijving 304 Sr. en strafmaximum. Bedreiging en gevaar onaantastbaarheid lichaam. Tbs met dwangverpleging.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van negen maanden meerdere malen schuldig gemaakt aan smaadschrift ten aanzien van aangever, door het versturen van meerdere e-mailberichten aan verschillende instanties. In die e-mailberichten heeft verdachte beschuldigingen geuit over
Conclusie plv. AG. 137c Sr. Verdachte heeft bord met ‘kakkerlakvlag’ getoond. Dit betrof een bewerking van de vlag van Israël, waarin de davidster was vervangen door een kakkerlak. Levert dit groepsbelediging op van Joden wegens hun ras? Plv. AG is van mening dat door het vervang
Conclusie AG. Opzettelijke belediging van de echtgenote van de koning (art. 112 Sr (oud)/art. 266 jo 267 Sr). Legaliteitsbeginsel, verbod terugwerkende kracht. Is de bewezenverklaring gebaseerd op een strafbepaling die ten tijde van de strafoplegging reeds was komen te vervallen?