Conclusie AG. Jeugdzaak. 1. Smaadschrift door foto van deel van politiedossier over door aangeefster aan politie doorgegeven informatie over betrokkenheid van verdachte bij een brandstichting, met daarbij ‘snitch van Parkwijk’, op Snapchat te plaatsen, art. 261.1 Sr. Aanranding v
Wetboek van Strafrecht
Art. 261 Sr
Genoemd in 262 uitspraken · Officiële wettekst
262 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belaging en smaad; deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en vrijheidsbeperkende maatregel.
Concl. plv. AG. Art. 261.1 Sr. Smaad, meermalen gepleegd, door de directie of het hoofdkantoor van de werkgever van de slachtoffers aan te schrijven met beschuldigende mededelingen over deze slachtoffers. Heeft verdachte deze bewezenverklaarde handelingen verricht "met het kennel
Conclusie AG. Eenvoudige belediging van een onderwijsassistent en bedreiging van deze assistent en de school waar hij werkzaam was met smaad(schrift), art. 266 en 284 Sr. Diverse rechts- en bewijsmotiveringsklachten, waaronder de klacht dat smaadschrift, voor zover gericht tegen
Conclusie plv. AG. Klacht wegens het niet stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de betekenis van “daadwerkelijke deelname” aan het politieverhoor door een advocaat als bedoeld in art. 3, derde lid onder b, van de Richtlijn 2013/48/EU. Vergt “daadwerkelijke
De rechtbank spreekt een 57-jarige vrouw uit Enschede vrij van laster en smaad. De vrouw zou haar voormalig partner hebben beschuldigd van seksueel misbruik van hun twee zoons. Voor het onderdeel laster is geen wettig en overtuigend bewijs. Ook voor smaad spreekt de rechtbank de
Conclusie AG. Smaadschrift, art. 261 lid 2 Sr. Art. 10 EVRM. Verdachte heeft op verschillende plaatsen in de gemeente X posters opgehangen met daarop de tekst “Bouwbedrijf De Vries en Verburg. Uw duurzame partner in deportaties. Bouwt vol trots de gezinsgevangenis voor vluchtelin
Laster door n.a.v. vechtscheiding, waarbij 3 minderjarige kinderen aan moeder zijn toegewezen, posters en pamfletten te verspreiden waarin staat dat ex-vrouw kinderen heeft ontvoerd, dat zij met onbekende bestemming is vertrokken en dat kinderen zijn vermist, art. 262 Sr. Niet be
Smaadschrift via Facebook, art. 261.2 Sr. 1. “verspreiding van een geschrift en/of afbeelding” en 2. telastelegging van een “bepaald feit”. Ad 1. Uit de b.m. blijkt dat de inhoud van een op een website geplaatst bericht van verdachte afkomstig is, dat verdachte een hyperlink naar
Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kla
Smaadschrift door aan verschillende mensen een groot aantal e-mails te versturen met de mededeling dat aangever is veroordeeld t.z.v. mishandeling van partner van verdachte, art. 261 Sr. Middel o.a. m.b.t. de vraag wanneer sprake is van “aanranding van de eer of goede naam” alsoo
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een groot aantal kinderpornografische foto’s en films. De strekking van artikel 240b Sr is het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie van dergelijk misbruik. Het hof veroordeelt de verdachte tot e
Smaad; “postdief”, art. 261.1 Sr. Falende bewijsklacht. Het oordeel van het hof dat de in de bewezenverklaring voorkomende uiting "[Betrokkene] van Sandds B.V. is een postdief" de tenlastelegging van een "bepaald feit" ex art. 261, eerste lid, Sr oplevert, geeft niet blijk van ee
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke
Onrechtmatige daad door politicus in het openbaar op onnodig grievende wijze en zonder voldoende feitelijke onderbouwing te beschuldigen van misdrijven in de privésfeer. Botsing van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op eer en goede naam. Afweging van alle relevante oms
Door het schrijven van een boek over een moordzaak heeft verdachte zich op onderdelen schuldig gemaakt aan smaadschrift. In zijn gedrevenheid als gevolg van een sterke betrokkenheid bij de maatschappelijke positie van Filippijnse vrouwen is verdachte door het schrijven van enkele
Smaad ex art. 261 Sr. Uit de enkele omstandigheid dat verdachte een brief met gewraakte feiten heeft gezonden aan de burgemeester van Amsterdam kan niet volgen dat is gehandeld met het kennelijke doel om aan die feiten ruchtbaarheid te geven. Dat de burgemeester een persoon is me