Conclusie AG. Middelen over o.m onvoldoende motivering van de ontrekking aan het verkeer van een aantal camera's. De conclusie strekt er toe dat de HR die beslissing doelmatigheidshalve dient te vernietigen en het casaatieberoep voor het overige dient te verwerpen.
Wetboek van Strafrecht
Art. 251 Sr
Genoemd in 28 uitspraken · Officiële wettekst
28 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, het betalen van een schadevergoeding, ontzet verdachte uit het recht tot de uitoefening van het beroep als hulpverlener en coach in de maatschappelijke zorg voor de duu
Zes jaar gevangenisstraf voor docent (25) wegens seks met toen 13/14-jarige leerlinge, gedurende 1,5 jaar. Beelden hiervan bewezenverklaard als vervaardigen en aanwezig hebben van kinderporno. Ook bewezen dat hij seksbeelden heeft verspreid onder schoolgenoten van het slachtoffer
Verkrachting, meermalen gepleegd. Overwegingen over dwang door een feitelijkheid. Oplegging van gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast oplegging bijkomende straf, bestaande uit een beroepsverbod (lesgeven aan mind
volgt
Veroordeling ontucht 249 sr.
Dwang tot het ondergaan van seksuele handelingen door middel van ‘andere feitelijkheden’. Ontucht met een minderjarige die aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd. Geen oplegging TBS en beroepsverbod.
Ontucht met 14-jarige, bezit en vervaardigen kinderporno. Gevangenisstraf 2 jaar en 20 dagen waarvan 2 jaar voorwaardelijk en taakstraf van 240 uur, gelet op behandeling verdachte en beperking recidiverisico.
Bijzondere voorwaarde aan voorwaardelijke veroordeling. Art. 14c.2 onder 14, Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7918, NJ 2008/33 m.b.t. de bijzondere voorwaarde. Nu verdachte zich publiek afficheert als medium/paragnost/hypnotiseur/m
Denaturering verklaring verdachte. Het was het Hof niet toegestaan de door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring weer te geven op de wijze als in het bewijsmiddel is opgenomen.
Ontzetting uit het beroep van turnleraar. Ingevolge art. 251.2 jo. art. 28.1.5 Sr kan degene die zich in zijn beroep schuldig maakt aan o.m. een der misdrijven in de art. 247 en 249 omschreven, van de uitoefening van dat beroep worden ontzet. De stelling dat van een beroep slecht