Seksuele handelingen door masseur/hypnotherapeut. Het bestaan van dwang door een feitelijkheid zoals bedoeld in art. 242 Sr kan niet enkel worden afgeleid uit de tussen de verdachte en zijn patiënt/cliënt bestaande afhankelijkheidsrelatie en het daarmee samenhangende overwicht.
Wetboek van Strafrecht
Art. 249 Sr
Genoemd in 213 uitspraken · Officiële wettekst
213 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Tongzoen. Op het enkele geven van een tongzoen zijn de ernstigste strafbepalingen van titel XIV (Misdrijven tegen de zeden) van Boek II van het Wetboek van Strafvordering niet toepasbaar. De Hoge Raad verduidelijkt zijn arrest van HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013
1. Art. 242 Sr. Dwingen door een feitelijkheid. 2. “Verkrachting” i.d.z.v. art. 242 Sr? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AY7767. Uit de f&o zoals daarvan blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat telkens sprake was van ‘do
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. ontucht door arbeidsdeskundige werkzaam bij uitkeringsinstantie vrouw in re-integratietraject, art. 249.2.3 Sr. Werkzaam in de maatschappelijke zorg? Kennelijk heeft het Hof bij zijn oordeel tot uitgangspunt genomen dat voor de toepasselijkheid van
Ontucht met 16-jarig meisje door 39-jarige judoleraar op vier weken durende vakantie in Frankrijk aan te merken als ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige a.b.i. art. 249.1 Sr? HR herhaalt vooropstellingen uit ECLI:NL:HR:1990:AD1168; de
Ontucht door biologische vader aan te merken als ontucht plegen met “zijn minderjarig kind” a.b.i. art. 249.1 Sr? Strekking van art. 249.1 Sr is bescherming te verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van afhankelijkheid en overwicht van dader minder weerstand aan hem kunnen bi
-
Art. 249.2.3º Sr. 1. “werkzaam in de maatschappelijke zorg” en “aan zijn hulp hebben toevertrouwd” a.b.i. genoemde bepaling. 2. “ontucht” a.b.i. genoemde bepaling. Ad 1. De HR stelt voorop dat met de strafbaarstelling in art. 249.2.3° Sr van “degene die, werkzaam in de gezondheid
1. Geen ambtshalve cassatie. 2. Aan zijn zorg toevertrouwd ex art. 249 Sr. Ad 1. HR doet de middelen af met art. 81 RO en komt - ondanks een op de navolgende punten tot vernietiging strekkende conclusie AG - ook ambtshalve niet tot vernietiging en overweegt daartoe in de slotsom
Werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënten door als werkleider bij een werkvoorziening, die gemeenten ondersteunt bij uitvoering van Participatiewet, gedurende lange periode seksuele relaties te onderhouden met 2 medewerkers, die vanwege hun verstandelijke bepe
Art. 359.2 Sv, u.o.s. over begrip ‘ontuchtige handeling’ i.d.z.v. art. 246 Sr, tevens dakdekkerverweer. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC5969. Het Hof heeft ten onrechte nagelaten nader te motiveren waarom het van oordeel was dat de genoemde vraag bevesti
Zedenzaak. Klachtvereiste. Termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Het hof heeft uit de verklaring van het slachtoffer, afgelegd op de terechtzitting van het hof, afgeleid dat zij de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Hierin ligt besloten dat het
Verdachte heeft als tantrika seksuele handelingen verricht met zes van zijn cliënten, die later aangifte tegen hem hebben gedaan. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters en van de andere getuigen à charge. Het ho
Bewijsklacht. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat van “aan zijn waakzaamheid toevertrouwd” a.b.i. art. 249 Sr, slechts sprake kan zijn indien aan de zijde van de ouder(s) van de minderjarige wetenschap bestond van de aanwezigheid van de minderjarige bij de dader van de
In het licht van ’s hofs vaststellingen dat (i) verdachte met zijn hand naar de borst van zijn dochter is gegaan en deze heeft betast en daarbij heeft gezegd “lekkere tietjes” en (ii) verdachte snel met zijn handen vanaf de rug van zijn dochter naar haar borsten toe ging en haar
30 september 2003 Strafkamer nr. 02546/02 IV/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 mei 2002, nummer 23/001199-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen
-
Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van ontucht door ambtenaar met persoon die aan zijn gezag is onderworpen, art. 249.2.1 Sr. Hof heeft bevestigd beschikking Rb waarbij bezwaarschrift tegen dagvaarding ongegrond is verklaard en waarin is overwogen dat geen sprake
Conclusie AG. Middel over 1. verandering van wetgeving ten aanzien van de maximumduur van de proeftijd, art. 1 lid 2 Sr en art. 14b Sr, en 2. het oordeel van het hof dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de
Ontucht met minderjarige zoons, meermalen gepleegd, art. 249.1 Sr. Is sprake van ontucht plegen “met” als verdachte zijn minderjarige kinderen handelingen bij een ander (de moeder) heeft laten verrichten of had art. 250.1 Sr als ‘geprivilegieerde specialis’ moeten worden toegepas
Seksueel misbruik. Onrechtmatige daad. Geen verjaring. Gelet op de strekking van artikel 3:310 lid 1 BW begint de verjaringstermijn te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen. Dit is het mom
De rechtbank in Den Haag heeft een 28-jarige voormalige leraar van het Segbroek College veroordeeld tot 40 uur taakstraf voor ontucht met een minderjarige leerlinge van die school. De man die tot op heden nog een relatie heeft met dit meisje wordt ontslagen van alle rechtsvervol
Stiefkind.
Conclusie AG. Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd, art. 249.2 Sr (oud). 1 en 2. Bewijsklachten over ‘werkzaam in de maatschappelijke zorg’ en de vraag of de bewijsconstructie van het hof vold
Conclusie AG. Verkrachting van drie patiënten door huisarts (art. 242 Sr (oud)). Middelen 1 en 2 over ontbreken van dwang. Middel 3 over verwerping verweer dat getuigenverklaring geen steunbewijs oplevert. Middel 4 over de schakelbewijsconstructie van deze drie zaken en nog een v