Conclusie AG over o.m. de vraag of de door de verdachte afgedwongen ontuchtige handelingen met de moeder van de minderjarige kinderen het delict van art. 249 Sr opleveren.
Wetboek van Strafrecht
Art. 249 Sr
Genoemd in 213 uitspraken · Officiële wettekst
213 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Sporttrainer veroordeeld tot gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 6 voorwaardelijk wegens ontucht met een minderjarig en verstandelijk beperkt meisje dat bij hem trainde. Proeftijd 3 jaar en behandeling en reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarden. Bekennende verdachte. V
De verdachte heeft zich gedurende een periode van vier jaren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van [aangeefster 1], een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige die in de loop van die periode zijn stiefdochter werd. Er was bij de verdachte ten tijde van het t
Ontucht met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte seksuele handelingen verricht met het minderjarige pleegkind van zijn medeverdachte. Het slachtoffer was zodanig onder invloed van alcohol, door alcoholische dra
De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft op 2 februari 2018 een verdachte veroordeeld. Verdachte heeft zich in een periode van anderhalf jaar meermalen schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van de destijds twee- dan wel driejarige zoon van een vriendin. Door zijn h
Een 58-jarige man uit IJsselmuiden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 9 jaren. Als bijzondere voorwaarden stelt de rechtbank onder andere een behandelplicht en een contactverbod. De man heeft zich gedurende bijna
Na uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis van zijn dochters heeft verdachte op een website allerlei uitlatingen gedaan over dit gezinshuis en zijn medewerkers. 1. Klachtvereiste smaad, art. 269 Sr. 2. en 3. Smaad, “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt
De rechtbank spreekt een nu 79-jarige man vrij van ontucht met zijn drie kleindochters. Voor het misbruik van twee kleindochters is onvoldoende steunbewijs. Ook voor het misbruik van zijn derde kleindochter moet de rechtbank de man vrijspreken, ondanks de gedeeltelijk bekennende
Een leraar uit IJsselmuiden is voor ontucht in 2012 met een toen 14-jarige leerlinge veroordeeld tot de maximale werkstraf van 240 uur en 5 maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet de man meewerken aan zijn behandeling. De leraar van een middelbare
Art. 14c.2 onder 5 (oud) Sr. Bijz. voorwaarde. HR herstelt misslag door te bepalen dat verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot max. het einde van de proeftijd) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de re
De rechtbank spreekt de verdachte en zijn/haar medeverdachte vrij van het plegen van ontucht met een minderjarige. Volgens de rechtbank kan er ten tijde van de ten laste gelegde feiten niet gesproken worden van een afhankelijkheids- of zorgrelatie maar lijkt sprake van een gelij
De rechtbank spreekt de verdachte en haar medeverdachte vrij van het plegen van ontucht met een minderjarige. Volgens de rechtbank kan er ten tijde van de ten laste gelegde feiten niet gesproken worden van een afhankelijkheids- of zorgrelatie maar lijkt sprake van een gelijkwaar
Verdachte is veroordeeld voor meermalen ontucht plegen met zijn destijds minderjarige dochter en tijdens een vakantie met een minderjarige judopupil. De rechtbank heeft een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar waarvan één jaar voorwaardelijk opgelegd met reclasseringstoezic
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik van 30 november 2004 (Stcrt. 2005, 17, p. 12). Het kennelijke oordeel van het Hof dat de door de verdediging betrokken stelling dat uit het dossier niet blijkt dat twee voorschriften van de Aanwijzing opsporing en vervol
Leraar vrijgesproken van ontuchtig De rechtbank te Arnhem heeft een leraar uit het basisonderwijs vrijgesproken van het plegen van ontuchtige handelingen met vier van zijn leerlingen. Voor een deel van de tenlastegelegde handelingen is onvoldoende wettig bewijs, omdat al het bewi
OM-cassatie. Fotograferen en filmen van een persoon in een doucheruimte. Ontuchtige handelingen a.b.i art. 246 Sr of het niet op duidelijke wijze kenbaar maken van het vervaardigen van een afbeelding van een persoon d.m.v. een technisch hulpmiddel a.b.i. art. 139f.1 Sr? Vgl. HR L
Pleegvader wordt veroordeeld om voormalig pleegkind schadevergoeding te betalen wegens seksueel misbruik.
Bewijsklacht. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat van “aan zijn waakzaamheid toevertrouwd” a.b.i. art. 249 Sr, slechts sprake kan zijn indien aan de zijde van de ouder(s) van de minderjarige wetenschap bestond van de aanwezigheid van de minderjarige bij de dader van de
Seksueel misbruik gedurende ruim een jaar van minderjarige dochter, onder andere bestaande uit het in de vagina brengen van vingers. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, het seksueel binnendringen ook bewezen. De rechtbank ziet namelijk een ondersteuning van de
Ontucht met minderjarige ondergeschikte, afhankelijkheidsrelatie, verleiding minderjarige, strafmaatoverweging.
Art. 304 Sr. Het middel berust op de opvatting dat "voor de strafbaarheid en de strafwaardigheid, zoals bedoeld in art. 304 Sr, het niet van belang is of de vader de biologische vader is, doch het erom gaat dat er op grond van samenwoning, zoals bij levensgezellen, dan wel een an
Vervolg op AZ6687. Usp over Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Verweerder heeft zijn besluit genomen op grond van onder meer het bepaalde in artikel 28 en 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wsjg), een beleid zoals neergelegd in de ‘circulaire Beleidsregels V
Opgave van bewijsmiddelen. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van d
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AF7985 (NJ 2004, 165) tav voorwaarden mbt aanvullende bewijsoverweging. Het Hof heeft verzuimd in zijn “bijzondere overwegingen” met voldoende mate van nauwkeurigheid de bewijsmiddelen aan te geven waaraan het heeft ontleend dat “
Ontucht met een aan zijn gezag onderworpen of aan zijn waakzaamheid toevertrouwde persoon a.b.i. art. 249 Sr. CAG over “pupil” en de wetsgeschiedenis van art. 249 Sr.