Ontucht met 16-jarig meisje door 39-jarige judoleraar op vier weken durende vakantie in Frankrijk aan te merken als ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige a.b.i. art. 249.1 Sr? HR herhaalt vooropstellingen uit ECLI:NL:HR:1990:AD1168; de
Wetboek van Strafrecht
Art. 249 Sr
Genoemd in 213 uitspraken · Officiële wettekst
213 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ontucht door biologische vader aan te merken als ontucht plegen met “zijn minderjarig kind” a.b.i. art. 249.1 Sr? Strekking van art. 249.1 Sr is bescherming te verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van afhankelijkheid en overwicht van dader minder weerstand aan hem kunnen bi
-
1. Geen ambtshalve cassatie. 2. Aan zijn zorg toevertrouwd ex art. 249 Sr. Ad 1. HR doet de middelen af met art. 81 RO en komt - ondanks een op de navolgende punten tot vernietiging strekkende conclusie AG - ook ambtshalve niet tot vernietiging en overweegt daartoe in de slotsom
-
Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van ontucht door ambtenaar met persoon die aan zijn gezag is onderworpen, art. 249.2.1 Sr. Hof heeft bevestigd beschikking Rb waarbij bezwaarschrift tegen dagvaarding ongegrond is verklaard en waarin is overwogen dat geen sprake
Ontucht met minderjarige zoons, meermalen gepleegd, art. 249.1 Sr. Is sprake van ontucht plegen “met” als verdachte zijn minderjarige kinderen handelingen bij een ander (de moeder) heeft laten verrichten of had art. 250.1 Sr als ‘geprivilegieerde specialis’ moeten worden toegepas
Stiefkind.
Conclusie AG. Verkrachting van drie patiënten door huisarts (art. 242 Sr (oud)). Middelen 1 en 2 over ontbreken van dwang. Middel 3 over verwerping verweer dat getuigenverklaring geen steunbewijs oplevert. Middel 4 over de schakelbewijsconstructie van deze drie zaken en nog een v
Ontucht met 16-jarige leerlinge door 26-jarige gymleraar op middelbare school (meermalen gepleegd), art. 249.1 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “aan zijn opleiding, zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige”. Art. 249.1 (oud) Sr geeft opsomming van minder
Ontucht met 16-jarig meisje door 39-jarige judoleraar op vier weken durende vakantie in Frankrijk aan te merken als ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige a.b.i. art. 249.1 Sr? HR herhaalt vooropstellingen uit ECLI:NL:HR:1990:AD1168; de
1. Geen ambtshalve cassatie. 2. Aan zijn zorg toevertrouwd ex art. 249 Sr. Ad 1. HR doet de middelen af met art. 81 RO en komt - ondanks een op de navolgende punten tot vernietiging strekkende conclusie AG - ook ambtshalve niet tot vernietiging en overweegt daartoe in de slotsom
Ontucht (meermalen gepleegd) met 14-jarig nichtje dat tijdens paasvakantie bij 44-jarige verdachte logeert, art. 249.1 Sr. Was nichtje ‘’telkens aan zijn zorg toevertrouwd’’ a.b.i. art. 249.1 Sr? Hof heeft zonder blijk te geven van onjuiste rechtsopvatting uit bewijsmiddelen kunn
Conclusie AG. Ontucht leraar met minderjarige leerling (art. 249 lid 1 Sr (oud)). M1: gebruik voor het bewijs van verklaring verdachte ter zitting die niet in het proces-verbaal staat. Middel kan niet tot cassatie leiden. M2: klachten over betrouwbaarheid verklaring aangeefster e
Conclusie plv. AG. Ontucht met aan zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en vervaardiging en bezit van kinderporno. Vrijspraak in eerste aanleg. Seksuele relatie tussen 26-jarige gymleraar op kleinschalige, bijzondere middelbare school voor leerlingen met aut
Vrijspraak van het plegen van ontucht met een minderjarig meisje. OVAR van het plegen van ontucht met twee van verdachtes minderjarige kleinkinderen. Deze feiten kunnen niet worden gekwalificeerd. Veroordeling voor het plegen van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binne
De verdachte heeft zich in zijn hoedanigheid van docent schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van ontucht met een aan zijn opleiding, zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Daarnaast heeft de verdachte de seksuele gedragingen met het slachtoffer gefilmd. Het gerecht
De verdachte heeft zich als pianodocent schuldig gemaakt aan ontucht met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige leerlinge. De verdachte was 27 jaar en de aangeefster was 16 jaar. De verdachte heeft onvoldoende acht geslagen op het feit dat, mede gelet op het aanzienlij
Vrijspraak van ontucht met een minderjarige, nu niet is bewezen dat de aangeefster op de in de tenlastegelegde datum aan de opleiding van de verdachte was toevertrouwd.
Conclusie AG. Seksueel binnendringen bij iemand die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt en die aan zijn zorg of waakzaamheid is toevertrouwd (art. 244 en 248 lid 248.2 Sr). M1: Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steu
Ontucht met minderjarige aangeefster I, meermalen gepleegd (art. 245 Sr). Vrijspraak van het strafverzwarende onderdeel ‘aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd’ i.d.z.v. art. 248, tweede lid, Sr, nu niet is gebleken van een dergelijke afhankelijkheidsrelatie. Vo
Conclusie AG. Seksueel binnendringen bij iemand die in staat van verminderd bewustzijn verkeert (art. 243 Sr). Strafverzwarende omstandigheid ex art. 248 lid 2 Sr dat het hierbij ging het om een “aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige” toereikend gemotiveerd? De AG meent van
Veroordeling wegens ontucht met twee aan zijn zorg toevertrouwde minderjarigen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de kinderen niet op zichzelf staan maar op specifieke onderdelen worden bevestigd door de verklaringen van de verdachte. De verdachte plaatst zichze
Verdachte was als docent werkzaam bij de scholengemeenschap waar het slachtoffer haar opleiding volgde. In de periode dat het slachtoffer minderjarig was, hebben verdachte en het slachtoffer met wederzijds goedvinden seksuele gemeenschap gehad. De rechtbank acht niet wettig en ov
Ontucht met 16-jarige jongen die aan zijn zorg en waakzaamheid is toevertrouwd door docent, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr), vervaardigen en bezit van kinderporno (art. 240b.1 Sr), bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), doen van valse aangifte, meermalen gepleegd (art