Klachtvereiste art. 247 (oud) Sr. ’s Hofs oordeel dat het in de tll. bedoelde meisje t.t.v. de tlg. handelingen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, is feitelijk. Het is ook "zonder nader bewijs" als in de toelichting op het middel bedoeld, niet onbegrijpelijk. Voor verd
Wetboek van Strafrecht
Art. 247 Sr
Genoemd in 225 uitspraken · Officiële wettekst
225 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter, alsmede met zijn minderjarige dochter. Verdachte heeft hiermee de lichamelijke en psychische integriteit van zij
OM-cassatie. Conclusie AG houdt o.m. in dat het Hof niet van een verkeerde rechtsopvatting t.a.v. het begrip “ontuchtige handelingen i.d.z.v artt. 246 en 247 Sr is uitgegaan en dat de motivering van de vrijspraak de toets in cassatie kan doorstaan. HR: 81 RO.
Vrijspraak. Wisselende verklaringen van verdachte met verstandelijke handicap onvoldoende betrouwbaar voor gebruik voor bewijs
Een 51-jarige man uit Den Haag is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) voor het: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan ui
Veroordeling ter zake van ontucht en bezit, vervaardigen en verspreiden van kinderporno tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.
Voorop wordt gesteld dat van door een feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer a.b.i. art. 242 Sr slechts sprake kan zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft ver
Een militair wordt veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een 15-jarig meisje die bestonden uit het binnendringen van het lichaam (feit 1), voor het meerdere keren plegen van andere ontuchtige handelingen met datzelfde meisje (feit 2), voor meerdere keren pleg
Zaak Anne Frankplantsoen Eindhoven. HR verwerpt cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
1. Herstel van aanvankelijk ontbreken bij aan HR gezonden stukken van aanvulling verkort arrest. 2. Ontuchtige handelingen ex art. 247 Sr en bewijs. Ad 1. T.g.v. een misverstand bevond zich t.t.v. de indiening van de schriftuur bij de stukken van het geding niet de aanvulling op
Ontucht door (oud) leraar
Ontucht door (oud) leraar
Afbeelding van een seksuele gedraging ex art. 240b (oud) Sr. Art. 240b Sr strekt ertoe om kinderen te beschermen tegen seksuele exploitatie. Uit de wetsgeschiedenis omtrent het begrip “seksuele gedraging” volgt dat uitgangspunt daarbij dient te zijn of het gaat om een ge-draging
Het delict is gepleegd vóór inwerkingtreding op 1-10-2002 van de Wet partiële wijziging zedelijkheidswetgeving waarbij het klachtvereiste dat onder meer t.a.v. art. 245 Sr gold, is vervallen en waarbij het hoorrecht ex art. 167a Sv is ingevoerd, waarbij opmerking verdient dat uit
Ontzetting uit het beroep van turnleraar. Ingevolge art. 251.2 jo. art. 28.1.5 Sr kan degene die zich in zijn beroep schuldig maakt aan o.m. een der misdrijven in de art. 247 en 249 omschreven, van de uitoefening van dat beroep worden ontzet. De stelling dat van een beroep slecht
Van ontucht ex art. 247 en 249.1 Sr kan ook sprake zijn zonder lichamelijke aanraking tussen verdachte en de minderjarige. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of de feitenrechter kon oordelen dat het bewezene het plegen van ontucht "met" de minderjarige oplever
1. Eisen aan bewijsvoering bij bewezenverklaring van alternatieven in tenlastelegging. 2. Door feitelijkheid dwingen ex art. 246 Sr. Ad 1. Indien in de bewezenverklaring onderscheiden alternatieven zijn opengelaten zal elk van die alternatieven door bewijsmiddelen dienen te worde
9 september 2003 Strafkamer nr. 02039/02 IV/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 juni 2002, nummer 22/000813-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatu
9 september 2003 Strafkamer nr. 02039/02 IV/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 juni 2002, nummer 22/000813-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatu
-
-
-
Tongzoen I
-
Ontucht door biologische vader aan te merken als ontucht plegen met “zijn minderjarig kind” a.b.i. art. 249.1 Sr? Strekking van art. 249.1 Sr is bescherming te verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van afhankelijkheid en overwicht van dader minder weerstand aan hem kunnen bi