Cassatie in het belang der wet, n.a.v. het vonnis van de Rb Amsterdam van 14 oktober 2011, LJN BT7651. 1. Zwaar lichamelijk letsel, art. 82 Sr en art. 248 Sr. 2. Art. 63 Sr. 3. Causaal verband, art. 37a Sr. Ad 1. Ad 1. Psychische gevolgen, welke gevolgen niet zonder meer zijn aan
Wetboek van Strafrecht
Art. 246 Sr
Genoemd in 308 uitspraken · Officiële wettekst
308 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Jeugdzaak. “Ontuchtige handelingen” a.b.i. art. 246 Sr. Het oordeel van het Hof dat verdachte, X door het aanraken van haar billen heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, en dat het mogelijk ontbreken van “seksuele intentie” bij de verdachte daaraan niet afdoet
1. Eisen aan bewijsvoering bij bewezenverklaring van alternatieven in tenlastelegging. 2. Door feitelijkheid dwingen ex art. 246 Sr. Ad 1. Indien in de bewezenverklaring onderscheiden alternatieven zijn opengelaten zal elk van die alternatieven door bewijsmiddelen dienen te worde
Dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr. Vooropgesteld moet worden dat van het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr ook sprake kan zijn ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en he
Tongzoen; “verkrachting” i.d.z.v. art. 242 Sr? HR komt terug van zijn eerder aan art. 242 Sr gegeven interpretatie. De eisen van rechtszekerheid staan er niet aan in de weg dat, hoewel een tongzoen op zichzelf wel het binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking oplev
Tongzoen. Op het enkele geven van een tongzoen zijn de ernstigste strafbepalingen van titel XIV (Misdrijven tegen de zeden) van Boek II van het Wetboek van Strafvordering niet toepasbaar. De Hoge Raad verduidelijkt zijn arrest van HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013
“Feitelijkheid” in art. 246 Sr. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat het slachtoffer a.g.v. “het onverhoeds binnenlopen van de woning van het slachtoffer” en “het doorgaan met de ontuchtige handelingen ondanks dat het slachtoffer (meermalen) zei dat hij daarmee niet moest doorg
Van door een feitelijkheid dwingen ex art. 242 Sr tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam kan slechts sprake zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen
1. Art. 246 Sr. Ontuchtige handelingen. Het meermalen knijpen in de billen van aangeefster. 2. Art. 423.4 Sv. Bepalen straf. Ad 1. Verdachte heeft een voor hem onbekende jonge vrouw in een drukke uitgaansgelegenheid onverhoeds in de billen geknepen. Nadat aangeefster kenbaar had
Art. 246 Sr. Ontuchtige handelingen. Verdachte heeft een hem onbekend meisje dat hem leuk leek en met wie hij een “leuk praatje” wilde maken in een winkel onverhoeds een klap tegen haar bil gegeven en gezegd “hé schatje”. Het middel steunt op de opvatting dat het oordeel van het
Grondslagverlating. Art. 246 Sr. 1. Door te overwegen dat van dwang door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, geen sprake kan zijn indien het slachtoffer zich niet heeft verzet tegen de verdachte en heeft het Hof een onjuiste be
Feitelijke aanranding van eerbaarheid, art. 246. Sr. Is er sprake van “dwingen” tot dulden van ontuchtige handelingen, nu 17-jarig oppasmeisje zich slapend houdt op het moment dat buurman haar ’s nachts aanraakt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1998:ZD0980 m.b.t
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Art. 246 Sr. Verhouding ‘feitelijkheden’ en ‘ontuchtige handelingen’. De in het middel vervatte opvatting dat de bewezenverklaarde ‘feitelijkheden’, te weten de arm op de rug van het slo. leggen en onverhoeds haar borsten aanraken, niet t
Art. 359.2 Sv, u.o.s. over begrip ‘ontuchtige handeling’ i.d.z.v. art. 246 Sr, tevens dakdekkerverweer. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC5969. Het Hof heeft ten onrechte nagelaten nader te motiveren waarom het van oordeel was dat de genoemde vraag bevesti
OM-cassatie. Fotograferen en filmen van een persoon in een doucheruimte. Ontuchtige handelingen a.b.i art. 246 Sr of het niet op duidelijke wijze kenbaar maken van het vervaardigen van een afbeelding van een persoon d.m.v. een technisch hulpmiddel a.b.i. art. 139f.1 Sr? Vgl. HR L
Is het (heimelijk) fotograferen en/of filmen van een persoon in een omkleedhokje van een zwembad het dulden van ontuchtige handelingen a.b.i. art. 246 Sr? Het Hof heeft niets vastgesteld omtrent enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie tussen verdachte en
Met de handen de binnenkant van de vagina betasten levert sexueel binnendringen van het lichaam cfm art. 244 Sr (nieuw) op. Beroep verworpen "sexueel binnendringen van het lichaam" cfm dit Hof: De bew.verkl.: "met zijn handen de binnenkant van de vagina van betast" levert "sexuee
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 Sr. Levert het door verdachte in de cellengang van een politiebureau achter het slachtoffer, een hem onbekende vrouw (in burger geklede hoofdagent van politie), langs lopen en onverhoeds in haar bil knijpen, waarna verdachte lach
-
Wet seksuele misdrijven. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van twee slachtoffers (beetpakken vagina en betasten billen). Voldoende wettig en overtuigend bewijs + schakelbewijs. Vrijspraak t.a.v. de gekwalificeerde opzetaanranding: wetsgeschiedenis niet een
Militaire zaak. Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. In aanmerking genomen dat art. 139f Sr door de strafbaarstelling van het maken van een geheime opname strekt tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, terwijl in
Art. 246 Sr, ontuchtige handelingen. Fotograferen onder rok van winkelende vrouw waarbij been wordt geraakt. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BW5000. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat het Hof omtrent enige voor het plegen of dulden van ontucht r
OM-cassatie. Vervolg op HR 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5254, NJ 2012/504. Heimelijk filmen of fotograferen schennis van de eerbaarheid, art. 239 Sr? Art. 239 Sr richt zich in de eerste plaats tegen ongevraagde en ongewenste seksueel getinte confrontatie met het menselijk
Concl. AG. Verkrachting, meermalen gepleegd. Verdachte heeft aangeefster massagehandelingen gegeven en terwijl zij (vrijwel) naakt op zijn massagetafel lag, zijn vinger(s) in haar vagina gebracht en haar vagina betast. Bewezenverklaard is dat hij deze ontuchtige handelingen op ee
Bewijsklacht. Art. 246 Sr. Vooropgesteld zij dat van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art 246 Sr slechts sprake kan zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slof die handelingen tegen