Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde
Wetboek van Strafrecht
Art. 23 Sr
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie van advocaat-generaal Wattel over het toetsingskader bij het terugkomen van in rechte onaantastbaar geworden boetebesluiten. In de conclusie wordt gesteld dat het in beginsel evident onredelijk is om heroverweging van een boetebesluit te weigeren als die boete onmiskenb
Het in beginsel afwijzen van verzoeken om herziening van deze boetebesluiten, die zijn gebaseerd op een strafregime waaraan fundamentele gebreken kleven, is evident onredelijk. De Raad heeft vuistregels geformuleerd ingeval om herziening is verzocht. Voor zover de boete op het mo
Het in beginsel afwijzen van verzoeken om herziening van deze boetebesluiten, die zijn gebaseerd op een strafregime waaraan fundamentele gebreken kleven, is evident onredelijk. De Raad heeft vuistregels geformuleerd ingeval om herziening is verzocht. Voor zover de boete op het mo
Het in beginsel afwijzen van verzoeken om herziening van deze boetebesluiten, die zijn gebaseerd op een strafregime waaraan fundamentele gebreken kleven, is evident onredelijk. De Raad heeft vuistregels geformuleerd ingeval om herziening is verzocht. Voor zover de boete op het mo
Rijden met vals kenteken, art. 41.1.d WVW 1994. Motivering verbeurdverklaring auto in het licht van draagkrachtverweer, art. 24 jo. 33.2 Sr. Heeft hof voldoende gemotiveerd aangegeven hoe het rekening heeft gehouden met draagkracht van verdachte t.a.v. verbeurdverklaring? HR: art
Het nader besluit van 25 juni 2019 wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb, mede in de beoordeling betrokken. Het Uwv heeft in hoger beroep, gelet op het nader besluit, zijn weigering om het boetebesluit met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb te herzi
Boetes voor overschrijding fosfaatgebruiksnorm en voor het ontbreken van een vervoersbewijs dierlijke meststoffen; grondgebruikersverklaring; tegenstrijdige verklaringen; tweemaal bete voor hetzelfde feit?
Conclusie AG. Medeplegen van oplichting gemeentelijk energiebedrijf, begaan door een rechtspersoon (art. 51 jo. 326 lid 1 Sr). Middelen over onder andere: a) schending van art. 6 EVRM in verband met ontbreken stukken in dossier; b) afwijzing verzoeken (nader) horen (niet-Keskin)
Fraudezaak onderzoek Zebra. Openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging, geen sprake van een vormverzuim in het voorbereidende onderzoek (359a Sv). Veroordeling van een vennootschap die eigendom was van één van de voormalig directeuren van het energiebedrijf Rendo wegens he
Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet ti
Een onderneming heeft consumenten via telemarketing het Passport aangeboden. Het Passport is een abonnement voor de duur van 12 of 24 maanden dat zonder opzegging automatisch wordt omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Met het Passport kunnen consumenten gedurende de
Conclusie AG. In de conclusie gaat de AG in op de bijkomende straf van verbeurdverklaring (i.c. van een Mercedes bedrijfsbus) in relatie tot het draagkrachtbeginsel als bedoeld in art. 33 lid 2 Sr (jo. art. 24 Sr) en de compensatiebepaling van art. 33c lid 2 Sr. De conclusie stre
Vuistregels Uwv. Herzien boetebesluit. Met het Uwv wordt geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat in zijn geval de schending van de inlichtingenverplichting verminderd verwijtbaar is. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het niet verder verlagen van de boete
Bestuurlijke boete van € 20.500,- wegens woningonttrekking. De rechtbank heeft de hoogte van deze boete niet in z’n algemeenheid onredelijk gevonden en ook overigens geen grond aanwezig geacht om tot matiging van de boete over te gaan. Beroep ongegrond.
Art. 1.2 Sr. Art. 58.2 SUWI en art. 28c Wet op de loonbelasting 1964. Het Hof had het uit art. 28c Wet op de loonbelasting 1964 voortvloeiende mildere sanctieregime behoren toe te passen (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BQ8193). Uit de beslissing van het Hof blijkt niet dat het Hof toepassi
Verbeurdverklaring inbeslaggenomen auto. In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het voldoende draagkracht bij de verdachte aanwezig acht nu hij ‘weer in een andere auto rijdt’, heeft beraadslaagd en beslist n.a.v. het onderzoek ter terech
Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd. Onevenredige bestraffing. Buitensporige last. Rechtsbescherming door de burgerlijke rechte
PW
WW
Conclusie AG. Opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan? Art. 184 Sr. Voor zover het middel, welwillend gelezen, zich ook richt tegen oordeel hof over art. 160 lid 7 (oud), thans lid 6, WVW 1994 is het terecht voorgesteld, omdat deze straf
Het nader besluit van 1 juli 2019 wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb, mede in de beoordeling betrokken. In wat appellante heeft gesteld wordt niet onderbouwd en ook uit de stukken blijkt niet dat zij de inlichtingenplicht niet heeft geschonden. In wat appellante
Het nader besluit van 28 oktober 2019 wordt gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb mede in de beoordeling betrokken. Gelet op de vuistregeluitspraken dient de in de uitspraak van 24 november 2014 gemaakte knip tussen de periode vóór en na 1 januari 2013, niet toegepast te
Herzieningsverzoek ten aanzien van boetebesluit. Beoordeling evidente onredelijkheid. Toepassen vuistregels uit uitspraak 7 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:659. Beperkte herziening aangewezen gelet op lopende invordering. Terecht uitgegaan van normale verwijtbaarheid. Niet in gesch
Lex mitior beginsel. Ambtshalve cassatie? 80a RO. Verdachte is voor 4 feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 mnd voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uren. Gelet op die straffen, die ook zijn opgelegd voor de misdrijven onder 4 en 5, en in aanmerking genomen dat het