1. Valselijk opmaken ex art. 225 Sr. 2. Recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting. Ad 1. De bewezenverklaring onder 1, vzv. behelzende dat A B.V. op 10-10-1996 en 12-11-1996 valselijk creditfacturen heeft opgemaakt, kan niet zonder meer worden afge
Wetboek van Strafrecht
Art. 225 Sr
Genoemd in 1.031 uitspraken · Officiële wettekst
1.031 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Herziening.
Bewijsbestemming ex art. 225 Sr. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte groslijsten waarop in strijd met de waarheid in de computer ter betaling ingevoerde betalingsopdrachten aan X B.V. niet stonden vermeld en waaraan geen corresponderende facturen van X B.V. waren gehecht, voo
Bevoegd ingediend verweerschrift door de Staatssecretaris? Behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn?
Aan verdachte waren acht feiten tenlastegelegd, waaronder het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften en valsheid in geschrifte. De officier van justitie achtte zeven feiten bewezen en vorderde een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. De rechtbank acht drie feiten
Antilliaanse zaak. OM-cassatie. Gelet op de tekst van art. 350.1 SrNA, waarin het onderdeel ‘zonder klaarblijkelijke bestemming om weder te worden uitgevoerd’ onmiskenbaar als beperking van de strafbaarheid van het invoeren is opgenomen, en in aanmerking genomen dat niets erop wi
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
HR verwerpt cassatieberoep met toepassing van artikel 81RO.
Verdachte, die al vele jaren binnen Ahold en haar dochters werkzaam was en in die zin mede beeldbepalend was voor het concern, heeft in zijn functie als lid van de Raad van Bestuur van Ahold, door de bewezen geachte gedragingen het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CEO en de invulling die hij daaraan gaf beeldbepalend was voor Ahold, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
Geschil tussen voormalige echtelieden omtrent de rechtsgeldigheid van een staande huwelijk (buiten gemeenschap van goederen) gesloten overeenkomst ter verrekening van gelden door de man aan de vrouw ter beschikking gesteld voor de financiering van de verkrijging van een pand.
Als werkgever geen juiste opgave doen van door werknemers genoten loon. Conclusie A-G: ’s Hofs oordeel dat het anoniementarief ex art. 26b Wet LB niet door art. 68 Sr wordt bestreken, is juist. Er is geen sprake van een nieuwe vervolging van een feit waarover al onherroepelijk do
De vrijspraak door de politierechter vormt geen beletsel een fiscale boete op te leggen. De factuur is niet aftrekbaar van de winst als ondernemingskosten omdat niet wordt aangetoond dat voor de factuur prestaties zijn verricht. De boete wordt wel verminderd wegens overschrijding
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven. N.B. I.v.m. een technische storing is de eerder op rechtspraak.nl gepubliceerde tekst van het vonnis vervangen door onderhavige tekst.
Bouwzaak: vooroverleg bouwbedrijven
Van gebruik maken ex art. 225.2 Sr van een vals of vervalst geschrift als ware het echt en onvervalst kan slechts sprake zijn indien het geschrift zelf, als middel tot misleiding, tegenover derden wordt gebruikt. Opnemen door verdachte van een aantal valse facturen in de administ
Juistheid van een onderhandse akte. Is een overeenkomst tot stand gekomen door bedrog, misbruik van omstandigheden en of dwaling? Beperking of aanvulling van deovereenkomst op basis van de redelijkheid en billijkheid in casu niet aan de orde. Het opstellen van een contre-lettre,
Europees Aanhoudings bevel (EAB), België, medeplegen valsheid in geschrift, medeplegen opzetheling, illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Bij besluiten van 14 april 2003 in de vorm van correctienota’s heeft verweerder eiseres er van in kennis gesteld dat zij over de jaren 2000 en 2001 betalingen heeft gedaan aan onbekende werknemers en dat daarover premie wordt nageheven. Tevens heeft verweerder over diezelfde jare
Boetes opgelegd aan vennootschappen behorende tot de A-groep en aan F, haar directeur/grootaandeelhouder. In geschil is of F en de vennootschappen recht hebben op boeteverval, omdat in de strafzaak is geschikt. Hof: Geen schending van het ‘ne bis in idem puniri’-beginsel. Het del
-
-
-
-
-