milieudelict
Wetboek van Strafrecht
Art. 225 Sr
Genoemd in 1.031 uitspraken · Officiële wettekst
1.031 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte. Vooropgesteld moet worden dat, indien een verdachte door ziekte is verhinderd op de terechtzitting te verschijnen en in verband daarmee schorsing van het onderzoek heeft verzocht of doen verzoeken, de rechter aan dit verzoek voldoet ten
Dagvaarding nietig ten aanzien van feit 1A (innerlijk tegenstrijdig). Niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2 is ten laste gelegd. Vrijspraak. Met het oog op de beperkte bewijsbestemming van een aan de Belast
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. HR: art. 81 RO. Ad 2. Het Hof heeft de verwerping van het verweer doen steunen op omstand
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. Geen sprake van grondslagverlating. ’s Hofs oordeel moet aldus worden verstaan dat het ni
Belaging, indienen lasterlijke klacht bij de overheid, meermalen gepleegd, oplichting en valsheid in geschrifte, bedreiging met zware mishandeling en belediging, 37 Sr.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden. Dit voor onder andere poging tot oplichting.
Art. 225 Sr. ’s Hofs oordeel dat het door verdachte gebruikte formulier waarmee een “verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd” wordt aangevraagd een geschrift is dat bestemd is om tot het bewijs van enig feit te dienen geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en i
Art. 225 Sr. ’s Hofs oordeel dat het door verdachte gebruikte formulier waarmee een “verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd” wordt aangevraagd een geschrift is dat bestemd is om tot het bewijs van enig feit te dienen geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en i
HR: 81 RO.
Inhoudsindicatie: "Het feit dat de aangetroffen documenten blanco bescheiden zijn maakt niet dat de bewijsbestemming ex artikel 225 lid 1 Sr ontbreekt. Het gaat hier immers om valse of vervalste documenten met een overheidskarakter, welke ook als zij in blanco vorm in het verkee
Valsheid in geschrift. Het bedrijf waarvan verdachte directeur was heeft veelvuldig de regelgeving van het Minas-systeem (kortgezegd mestboekhouding) overtreden en haar vertrouwenstaak als geaccrediteerd laboratorium geschonden. Verdachte heeft hiertoe opdracht gegeven en heeft
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Verdachte heeft veelvuldig de regelgeving van het Minas-systeem (kortgezegd mestboekhouding) overtreden en haar vertrouwenstaak als geaccrediteerd laboratorium geschonden. Opgelegd wordt een geldboete van EUR. 24.000,- waarvan EUR. 8.00
OM-cassatie. Ontnemingsvordering t.a.v. feit a.b.i. art. 36e.2 Sr waarvoor betrokkene niet afzonderlijk is vervolgd. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. ontneming t.a.v. feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr in het licht van art. 6 EVRM uit HR LJN BC2319. I.c. is de vraag aan de orde
Benadeelde partij. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding a.b.i. art. 51a.1 Sv komt alleen die schade in aanmerking die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder rechtstreekse schade i.d.z.v. art. 361.2.b Sv i.c.
bewijs, criminele organisatie, bestuur, feitelijk leidinggeven, witwassen, strafmaatmotivering.
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens zeer forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 eerste lid van het EVRM
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 eerste lid van het EVRM
Bewijsconstructie; weergave bewijsmiddelen. Het Hof heeft volstaan met een vermelding van de bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan weer te geven. Nu het bestreden arrest niet de inhoud van die bewijsmiddelen behelst en zonder deze inhoud de bewezenverklaring op essentiële onder
1. Valselijk opmaken ex art. 225 Sr. 2. Recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting. Ad 1. De bewezenverklaring onder 1, vzv. behelzende dat A B.V. op 10-10-1996 en 12-11-1996 valselijk creditfacturen heeft opgemaakt, kan niet zonder meer worden afge
1. Valselijk opmaken ex art. 225 Sr. 2. Recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting. Ad 1. De bewezenverklaring onder 1, vzv. behelzende dat A B.V. op 10-10-1996 en 12-11-1996 valselijk creditfacturen heeft opgemaakt, kan niet zonder meer worden afge