Art. 126m Sv. Het oordeel van het Hof dat het misdrijf het uitgeven van valse bankbiljetten (strafbaar gesteld in art. 213 Sr) naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert in de zin van art. 126m.1 Sv en dat daaraan niet afdoet dat sprake is van (de verdenking) v
Wetboek van Strafrecht
Art. 213 Sr
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 126m Sv. Het oordeel van het Hof dat het misdrijf het uitgeven van valse bankbiljetten (strafbaar gesteld in art. 213 Sr) naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert in de zin van art. 126m.1 Sv en dat daaraan niet afdoet dat sprake is van (de verdenking) v
-
Conclusie AG. Uitgeven valse bankbiljetten (art. 213 Sr). Middel over de motiverng van de bewezenverklaring van het opzet slaagt. In dit geval is voor het bewijs onvoldoende dat andere personen verklaren de valsheid meteen te hebben opgemerkt. Conclusie strekt tot gedeeltelijke v
In de nieuwjaarsnacht van 2023/2024 was verdachte als politieagent gestationeerd op Saba. Verdachte was samen met enkele collega's oudjaar aan het vieren in een club. Hij was in burger, en had zijn dienstwapen in zijn broeksband zitten. Op een gegeven moment trekt verdachte zijn
Oplichting door geldwisseltruc. In voorraad hebben valse bankbiljetten. OVAR feit 3: art. 209 Sr is door wetsduiding specialiteit van art. 213 Sr v.w.b. het uitgeven van vals geld. Overschrijding RT. Gevangenisstraf 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met aftrek voorarrest.
Conclusie AG. Middelen over unus testis, kwalificatiegrond witwassen en kwalificatie onder art. 213 Sr falen (81 RO). Middel over schending van de inzendtermijn slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging wat betreft de opgelegde gvs en vermindering daarvan naar de gebruikelijke ma
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Conclusie AG. Jeugdzaak. Uitgeven van vals bankbiljet ex art. 213 Sr. 1. Verwerping van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de verdachte niet het voor een bewezenverklaring vereiste opzet had. 2. Bewijsklacht opzet op de valsheid van het bankbiljet. Conclusie strekt tot verwer
Conclusie plv. AG. Opzettelijke uitgave van valse bankbiljetten. Art. 213 Sr. Had de verdachte (voorwaardelijk) opzet op de valsheid van bankbiljetten ten tijde van het uitgeven daarvan? Strekt tot (gedeeltelijke) vernietiging en terugwijzing.
In aanmerking genomen dat aan de term “uitgeven” in artikel 213 Sr eenzelfde betekenis toekomt als in artikel 209 Sr is het hof van oordeel dat hetgeen onder 1 is tenlastegelegd grondslag kan bieden aan het bij art. 213 Sr strafbaar gestelde feit
1. Art. 359 leden 3 en 8 Sv. 2. Oordeel m.b.t. redelijke termijn. Ad 1. Het bestreden arrest voldoet wat betreft feit 12 niet aan het vereiste van art. 359 leden 3 en 8 Sv. HR spreekt om doelmatigheidsredenen de verdachte ter zake van dit feit vrij. Daardoor wordt de aard en er
Art. 359.3 Sv, bekennende verdachte en Promis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL5628 m.b.t. een Promis-arrest en de uitzondering van art. 359.3 Sv daarop. Het Hof heeft i.c. wat betreft feit 4 niet volstaan met een 'opgave van de bewijsmiddelen', a.b.i. art. 359.3
Promisarrest. Uitgeven van valse bankbiljetten (artikel 209 Sr). Bewijsperikelen. Werkstraf van 180 uur, waarvan 90 voorwaardelijk.
-