HR: 81 RO.
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
(Schuld)witwassen. Artt. 420bis en 420quater Sr. HR: Uit wetsgeschiedenis vloeit voort dat de witwasbepalingen in zeer uiteenlopende gevallen toepassing kunnen vinden. Daarbij kan worden onderscheiden tussen (i) de situatie waarin het vermogen "gedeeltelijk" van misdrijf van afk
OM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Art. 446 Sv bepaalt dat in beginsel voor het OM cassatieberoep tegen beschikkingen slechts open staat voor zover de vordering niet is toegewezen. D
OM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Art. 446 Sv bepaalt dat in beginsel voor het OM cassatieberoep tegen beschikkingen slechts open staat voor zover de vordering niet is toegewezen. D
Wet kraken en leegstand. Op grond van deze wet zijn artikel 138a Sr en artikel 551a Sv aan het Wetboek van Strafrecht (Sr), respectievelijk het Wetboek van Strafvordering (Sv) toegevoegd. Eisers vorderen de Staat te verbieden op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming
Wet kraken en leegstand. Op grond van deze wet zijn artikel 138a Sr en artikel 551a Sv aan het Wetboek van Strafrecht (Sr), respectievelijk het Wetboek van Strafvordering (Sv) toegevoegd. Eisers vorderen de Staat te verbieden op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming
1. Vertegenwoordiging van verdachte rechtspersoon t.t.z. Klacht over verstekverlening door het Hof. HR: Ingevolge art. 528.1 Sv wordt, indien tegen een rechtspersoon een strafvervolging wordt ingesteld, de rechtspersoon vertegenwoordigd door de bestuurder of, indien er meer bestu
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
Beleggingsfraude. Veroordeling wegens het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning. Vrijspraak van fiscale fraude en oplichting en heling. Overwegingen over: (onder meer) verjaring, verandering van wetgeving, medeplegen en opzet van de verdachte, schending redelijke term
Geen beslissing op de door de BP ingediende vordering tot toewijzing van wettelijke rente. De HR doet wat het Hof had behoren te doen. HR ambtshalve: de HR brengt de door het Hof opgelegde proeftijd van drie jaren terug naar twee jaren. Gelet op art. 14b.2 jo. art. 14c.1 Sr, zoal
Geen middel a.b.i. de wet en art. 81 RO.
Lezing art. 13 Flora- en faunawet.
Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verl
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
HR ambtshalve: Bewezen is verklaard dat verdachte een hond a.b.i. art. 2 van de Regeling agressieve dieren en de bijbehorende Bijlage 1 voorhanden heeft gehad. Het Hof heeft dat gekwalificeerd als overtreding van art. 73.2 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren(GWD). De Regeling
Een geldboete van 40.000 euro voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. De rechtbank is van oordeel dat de door de rechtspersoon aangeboden financiële produkten kunnen worden aangemerkt als zijnd
Een geldboete van 10.000 euro voorwaardelijk voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat de door
Een geldboete van 10.000 euro voorwaardelijk voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat de door h
Verdachte, directeur van het toen door hem geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, heeft niet voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Artikel 46b (oud) Wte1995 is in v
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte