Volgens een ‘eenvoudige kasopstelling’ heeft verdachte met zijn partner gedurende meer dan drie-en-een-half jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld, in totaal € 169.800. Ook heeft verdachte artikel 11a Opiumwet overtreden door met zijn partner een loods te verhuren a
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Volgens een ‘eenvoudige kasopstelling’ heeft verdachte met haar partner gedurende meer dan drie-en-een-half jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld, in totaal € 169.800. Ook heeft verdachte artikel 11a Opiumwet overtreden door met haar partner een loods te verhuren a
Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 1.1 en 38v Sr. Hof heeft verdachte t.z.v. medeplegen van belaging in de periode van 26 juni 2009 tot en met 18 juni 2014 een contactverbod voor 2 jaar opgelegd. Art. 38v Sr is ingevoerd bij de Wet rechterlijk gebieds- of contactverbod
Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 1.1 en 38v Sr. Hof heeft verdachte t.z.v. medeplegen van belaging in de periode van 26 juni 2009 tot en met 18 juni 2014 een contactverbod voor 2 jaar opgelegd. Art. 38v Sr is ingevoerd bij de Wet rechterlijk gebieds- of contactverbod
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in cocaïne. Methode van eenvoudige kasopstelling. Rechtsgevolg overschrijding redelijke termijn in e.a. en in h.b. Opvatting Hof dat als "maatstaf voor de vergoeding van immateriële schade" t.g.v. overschrijding van de redelijke termijn heeft t
Profijtontneming. Afwijzing ontnemingsvordering. Art. 36e lid 3 (oud) Sr kan geen toepassing vinden nu geen SFO is ingesteld. Voor toepassing van art. 36e lid 2 (oud) Sr kan het onverklaarde vermogen van de veroordeelde onvoldoende worden gerelateerd aan de handel in verdovende m
Kort geding. Vordering strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de opgelegde geldboete afgewezen.
Profijtontneming, w.v.v. uit marktplaatsoplichting. Art. 1.2, 36e.8 (oud) en 36e.9 Sr. In strafzaak onherroepelijk toegewezen vorderingen b.p. niet in mindering gebracht op schatting w.v.v. en opgelegde betalingsverplichting. Terecht toepassing gegeven aan nieuwe regeling van art
Strafrecht. Kort geding. Is recht op tenuitvoerlegging opgelegde straf vervallen door verjaring? Overgangsrecht Wet van 19 januari 1989, Stb. 1989, 7. Verband tussen vervolgings- en executieverjaring (art. 76 Sr).
Vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel dat is verkregen door illegale afvaloverbrengingen. De rechtbank is van oordeel dat de bedrijfskosten van veroordeelde kunnen worden toegerekend aan zowel de legale als de illegale bedrijfsactiviteiten en dat in de kostenposten
Verdachte heeft in de jaren 2006 tot en met 2009 samen met enkele andere bedrijven per tankauto en tankschip grote hoeveelheden afvalolie doorgevoerd naar Duitsland, zonder dat de autoriteiten daarover waren ingelicht en daarvoor toestemming hadden gegeven. Om dit mogelijk te mak
Vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel dat is verkregen door illegale afvaloverbrengingen. De rechtbank is van oordeel dat de bedrijfskosten van veroordeelde kunnen worden toegerekend aan zowel de legale als de illegale bedrijfsactiviteiten en dat in de kostenposten
Ontneming inzake oplichtingen; concentratie van verweer?; toepassen oud of nieuw recht?; ontbreken stukken van hoofdzaak
Antilliaanse zaak, Sint Maarten. 1. Wijziging van wetgeving, art. 1:1.2 SrM. 2. Medeplegen van witwassen van een geldbedrag, 2:404.1.b SrM. 3. Ontoelaatbare conclusies in verklaring van verbalisanten tot bewijs gebezigd. 4. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 146 SrNA.
Strafrecht. Kort geding. Is recht op tenuitvoerlegging opgelegde straf vervallen door verjaring? Overgangsrecht Wet van 19 januari 1989, Stb. 1989, 7. Verband tussen vervolgings- en executieverjaring (art. 76 Sr).
Art. 10.1a, 10.2, 10.37 en 10.45 Wet Milieubeheer. Overtreding van de Wet Milieubeheer door afgifte van ingezameld groenafval door een groenrecyclingbedrijf en ontvangst en toepassing daarvan door een loon- en grondverzetbedrijf. De rechtbank acht bewezen dat het groenrecyclingbe
Art. 10.1a, 10.2, 10.37 en 10.45 Wet Milieubeheer. Overtreding van de Wet Milieubeheer door afgifte van ingezameld groenafval door een groenrecyclingbedrijf en ontvangst en toepassing daarvan door een loon- en grondverzetbedrijf. De rechtbank acht bewezen dat het groenrecyclingbe
Art. 10.1a, 10.2, 10.37 en 10.45 Wet Milieubeheer. Overtreding van de Wet Milieubeheer door afgifte van ingezameld groenafval door een groenrecyclingbedrijf en ontvangst en toepassing daarvan door een loon- en grondverzetbedrijf. De rechtbank acht bewezen dat het groenrecyclingbe
Executieverjaring WOTS. Verjaring recht tot tenuitvoerlegging i.c. beoordeeld naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak is het Nederlandse recht, waaronder de Nederlandse verjaringsregels
In strijd met wettelijke verplichting opzettelijk nalaten tijdig benodigde gegevens te verstrekken door eigendom garagebox niet door te geven aan uitkeringsinstantie, terwijl verdachte wist dat deze gegevens van belang waren voor zijn recht op uitkering. Art. 227b Sr en art. 17.1
Passieve ambtelijke omkoping door directeur van vennootschap, waarvan gemeente Nijmegen enig aandeelhouder was en die tot doelstelling had het bevorderen van culturele activiteiten in die gemeente. Afwezigheid van alle schuld (avas) i.v.m. “als ambtenaar” een geldbedrag vragen te
Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde
Asbestbesmetting op de zolder van de Larense Montessorischool. De gemeente Laren wordt vervolgd wegens schending van de zorgplicht zoals opgenomen in artikel 1a lid 1 van de Woningwet. De gemeente wordt verweten dat zij een asbestbesmetting niet onschadelijk heeft gemaakt. Anders
De feiten die ten grondslag liggen aan de ontnemingsvordering zijn gepleegd (in periodes gelegen) vóór de inwerkingtreding van de Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming van 31 maart 2011. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming
Profijtontneming. Staat ontbreken van voorafgaand strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) in de weg aan oplegging betalingsverplichting? Art. 1.1 Sr en art. 36e.3 Sr. Tot 1 juli 2011 was – v.zv. i.c. van belang – slechts ontneming mogelijk o.g.v. art. 36e.3 (oud) Sr indien teg