Bedrieglijke bankbreuk, art. 344a en 341 (oud) Sr. Strafmotivering. Verandering in regels van sanctierecht, art. 1.2 Sr. Regels van sanctierecht zijn ten gunste van verdachte veranderd en Hof had het uit art. 344a Sr voortvloeiende mildere sanctieregime met een strafmaximum van v
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van gestelde bijz. voorwaarden en reclasseringstoezicht. Art. 14c, 14d, 14e.1 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:537, i.h.b. dat de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk die
Uit een oogpunt van handhaafbaarheid heeft de regelgever, zonder in strijd te komen met enige rechtsregel, als uitgangspunt kunnen nemen dat de horecaonderneming om voor de ontheffing van de plicht een rookverbod in te stellen in aanmerking te komen een enkele horecalokaliteit ex
De rechtbank in Den Haag heeft op 1 maart 2013 Yvonne Basebya veroordeeld wegens opruiing tot genocide, gepleegd in Rwanda tussen 1990 en 1994. Yvonne Basebya is daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar en 8 maanden. De rechtbank acht genocide, poging tot genocide,
Inkeerregeling. Eiseres heeft over de jaren 1998 - 2009 haar in het buitenland aangehouden bankrekening niet aangegeven. In 2010 heeft zij alsnog te kennen gegeven dat zij gerechtigd was tot dat vermogen. De niet geheven belasting wordt nagevorderd en aan eiseres wordt op grond v
Wijzen van een "herstelbeslissing". Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vier weken later maakt het Hof een "herstelbeslissing" inhoudende dat de verdachte bij het eerdere ar
Economische zaak. Rookverbod. Tabakswet. Vervolg op HR LJN BK8211. Ambtshalve beoordeling HR: Het Besluit van 14 juni 2011, Stb. 337 is op 6 juli 2011 in werking getreden. HR herhaalt HR LJN BP6878 m.b.t. de betekenis van art. 1.2 Sr. Indien het vloeroppervlak minder is dan 70m2
Wijziging tenlastelegging. Art. 313.2 Sv. Verdachte werd eerst vervolgd voor het doen van een onjuiste belastingaangifte. Nadat in de belastingzaak was vastgesteld dat verdachte geen aangifte (i.p.v. een onjuiste aangifte) had gedaan vorderde de AG wijziging van de t.l.l. die doo
Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van ontucht door ambtenaar met persoon die aan zijn gezag is onderworpen, art. 249.2.1 Sr. Hof heeft bevestigd beschikking Rb waarbij bezwaarschrift tegen dagvaarding ongegrond is verklaard en waarin is overwogen dat geen sprake
Conclusie AG. Middelen verdachte. 1. Kennelijke misslag in strafoplegging. 2. Duur vrijheidsbeperkende maatregel bij onder 2 bewezenverklaard feit. 3. Totale duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen. 4. Klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. Ambtshalve op
Conclusie AG. Verdachte (een politieman) veroordeeld wegens zware mishandeling. Middelen over (M1) opzet, (M2) verwerping beroep (putatieve) noodweer(exces) en (M3) niet toepassen art. 372 Sr, beroep op art. 1.2 Sr (lex mitior). AG is van mening dat M1 en M2 falen en kunnen worde
Conclusie AG. Slagende klacht strafmotivering. Hof heeft ten onrechte in strafverzwarende zin rekening gehouden met eerdere veroordeling die nog niet onherroepelijk was t.t.v. bewezenverklaarde feiten. Ambtshalve: i.v.m. de schadevergoedingsmaatregel heeft het hof de totale duur
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Ontslag van alle rechtsvervolging van verdachte met schizofreniestoornis t.z.v. belaging van stiefvader (art. 285b.1 Sr) en bedreiging van moeder (art. 285.1 Sr). Maatregel plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis, art. 37 (oud) Sr, art. 2.3.1 Wfz en art. 6:5 Wvggz. Betekent vervall
Conclusie plv-AG. Zedenzaak. Het eerste middel richt zich terecht tegen de onjuiste kwalificaties van beide bewezenverklaarde feiten. Die onjuistheid kan in dit geval door de Hoge Raad worden verbeterd. Aangezien het tweede middel feitelijke grondslag mist, strekt de conclusie vo
Conclusie AG. Middel over 1. verandering van wetgeving ten aanzien van de maximumduur van de proeftijd, art. 1 lid 2 Sr en art. 14b Sr, en 2. het oordeel van het hof dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de
Conclusie AG. Veroordeling wegens poging tot doodslag van politieambtenaar die vuurwapengeweld heeft gebruikt bij aanhouding. Vijf middelen. Falende middelen over (1) verwerping beroep op art. 42 Sr [wettelijk voorschrift], (2) beroep op AVAS en over (4) voorwaardelijke opzet fal
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in (sprong)cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van rechtbank Gelderland van 14 juli 2017, nr. AWB 16/1332. Belanghebbende heeft in haar aangiften IB/PVV over de jaren 2001 tot en met
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 36e.6 (oud) en 36e.9 Sr. In strafzaak nog niet onherroepelijk toegewezen vordering b.p. niet in mindering gebracht op schatting w.v.v. Ten onrechte toepassing gegeven aan nieuwe regeling van art. 36e.9 Sr i.p.v. t.t.v. feiten geldend
Ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van het voorhanden hebben van twee imitatiewapens ivm de zgn. Speelgoedrichtlijn (Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009)
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over de strafmotivering, LOVS-oriëntatiepunten en de door het Hof toegepaste versie van de oriëntatiepunten.
Proeftijd. Art. 14b (oud) jo 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden nu deze t.a.v. van zowel de algemene voorwaarden als de bijzondere voorwaarden - gelet op het in dez
Palm Invest Het hof heeft bewijs van oplichting bij een groot aantal benadeelden slechts aanvaard in die gevallen waarin oplichtingsmiddelen effect hebben gehad tot bewegen. Verdachten hebben zich als feitelijk leidinggevers van begin af aan beziggehouden met oplichting, hetgeen
Herziening. HR wijst de aanvraag tot herziening af.
1. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 2. Voorwetenschap, art. 46 Wte 1995 (oud). Ad 1. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX0863. Het Hof heeft de bewezenverklaring klaarblijkelijk doen steunen op de inhoud van de in de aanvulling op de als 'verkort arrest' aangedu