Adolescentenstrafrecht van toepassing op 18-jarige verdachte ten laste van wie bewezen is verklaard medeplegen van diefstal met geweld op 2 januari 2014? Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 77c Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BP6878 m.b.t. d
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Cassatie vd: 81.1 RO. Cassatie OM. Art. 1.2 Sr en 36f.1 Sr. Ovar en tbs met verpleging van overheidswege. Geen schadevergoedingsmaatregel. Verandering in de regels van sanctierecht. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004: AO3233. HR: art. 36f.1 Sr houdt m.i.v. 1 januari 2014 in dat de in di
Economische zaak. Art. 1.2 Sr. Flora- en Faunawet. Besluit vrijstelling beschermde dier- of plantensoorten (Stb. 2000, 525). Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens (Stcrt. 13 maart 2002, 51 en 2009, 62). Het oordeel van het Hof dat i.c. geen sprake
Veroordeling 40 jarige Rwandees Joseph M. tot 20 jaar gevangenisstraf wegens foltering (meermalen met de dood als gevolg) ten tijde van de genocide in Rwanda in 1994. Hoofdstuk 1: Korte omschrijving van de aan verdachte verweten zeven strafbare feiten, primair ten laste gelegd
Zware mishandeling door politieagent bij aanhouding verdachte (art. 302 Sr). Is door inwerkingtreding art. 372 Sr (Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar) sprake van verandering van wetgeving als gevolg waarvan een voor verdachte gunstiger bepaling is komen te gelden (art. 1.2
Profijtontneming. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Art. 36e.7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653. Het op 1 juli 2011 in werking getreden art. 36e.7 Sr houdt een wijziging van wetgeving in t.a.v. de toepasselijke regels van sanctierecht. Het na 1 juli 201
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Cassatie in belang der wet. Overgangsrecht gewijzigd art. 14a.2 Sr. Bij de Wet herijking strafmaxima is per 1-2-06 art. 14a.2 Sr gewijzigd. Deze wet bevat geen voor deze regeling relevante overgangsbepaling. Bij de hier in het geding zijnde wijziging van het sanctiestelsel blijkt
Profijtontneming. 1. Geen middel van cassatie a.b.i. de wet. 2. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Ad. 1. Het middel is immers gericht op vernietiging van de bestreden uitspraak voor het geval dat de cassatiemiddelen in de hoofdzaak gegrond zouden worden bevonden en ziet in zoverre e
1. Art.1.2 Sr. Verandering van wetgeving. Plaatsing op lijst II behorende bij de Opiumwet (Ow) van paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten. 2. Reikwijdte van in art. 2 en 3 Ow vervatte verboden. Ad 1.HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR
1. Art. 359a Sv. 2. Art. 14a Sr. Ad 1. Het Hof heeft het betoog van de raadsvrouwe kennelijk in die zin uitgelegd dat door haar aan het Hof de keuze is gelaten het aangevoerde op te vatten als een beroep op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv dan wel een - buiten het verband van
Conclusie AG. Brandmoord op garagehouder in Breda. Klachten over de oplegging van een gevangenisstraf van 30 jaar zonder tbs aan een man die behandeld wil worden. Toepassing nieuwe vi-regeling. Totale duur gijzelingen van 365 dagen. De conclusie strekt tot verwerping van het bero
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verlenging van de proeftijd bij de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) is wettelijk mogelijk sinds 1 januari 2018. Kan de proeftijd worden verlengd bij strafbare feiten die zijn begaan of veroordelingen die zijn uitgesproken voora
Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 30 WAM; art. 2.1 WAHV. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP6878. Het Hof is blijkens zijn overwegingen kennelijk uitgegaan van de opvatting dat onder een “verandering in de wetgeving” a.b.i. art. 1.2 Sr ook kan wo
HR: 81RO. 1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: art. 14a Sr. Ad 1. De feiten zijn begaan in de periode van 12-7-96 t/m 29-1-99. Op grond van art. 70.2° jo 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee maal zes jaren. Voor zover de tenlastegeleg
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Conclusie AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 (oud) Sr. Eerste middel klaagt dat wetshistorie Wet seksuele misdrijven blijk geeft van verandering van inzicht van wetgever (als bedoeld in art. 1 lid 2 Sr) ten aanzien van strafwaardigheid van onverhoedse gedragin
Faillissementsfraude door als bestuurder van rechtspersoon niet deugdelijke administratie te voeren en deze aan curator te geven, art. 343.4 Sr (oud). Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met niet tlgd. feiten? HR herhaalt re
Eenvoudige belediging, aangedaan aan openbaar gezag (art. 266.1, 267.1 (oud) en 267.3 Sr) door in e-mails beschuldigingen te uiten dat basisteam van politie corrupt is. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. Is wijziging van art. 267 Sr per 1 januari 2020 een verandering van wet
Conclusie AG. Middel richt zich tegen ontvankelijkheid van OM in vervolging ondanks dat niet binnen twee weken een appelschriftuur is ingediend en de wijziging van de VI-regeling. AG adviseert de HR het beroep te verwerpen (art. 81 RO).
Conclusie AG. Het middel van de verdachte heeft betrekking op de duur van de gijzeling die door het hof aan de twee opgelegde schadevergoedingsmaatregelen is verbonden en slaagt, nu het hof de totale duur ervan heeft bepaald op 365 dagen in plaats van het op dat moment toegestane
Profijtontneming. 1. Toepassing van art. 36e.7 Sr en het legaliteitsbeginsel. 2. Vereist hoofdelijke aansprakelijkheid veroordeling van twee of meer daders? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653 m.b.t. feiten begaan voor de inwerkingtreding van art. 36
Cassatie in het belang der wet. Art. 1.2 Sr. EHRM Scoppola. De HR vat rechtspraak samen over art. 1.2 Sr. De HR ziet aanleiding zijn rechtspraak aan te scherpen wat betreft veranderingen in regels van sanctierecht. Voor die regels, die zowel het specifieke strafmaximum als meer a
Conclusie AG. Doodslag op drie Amsterdamse vrouwen en het wegmaken van het lijk van één van hen. Twee zaken betreffen cold cases uit 2003 en 2004. De eerste drie middelen richten zich met verscheidene deelklachten tegen de bewezenverklaarde doodslagen en het wegmaken van het lijk
5 jaar gevangenisstraf voor politicus wegens ambtelijke omkoping van in totaal bijna 4 miljoen USD en witwassen. Overeenkomst met kroongetuige niet onrechtmatig en verklaring kroongetuige betrouwbaar. Strafmatiging wegens uitingen openbaar ministerie in de media i.s.m. onschuldpr