OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Beleggingsfraude. Veroordeling wegens het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning. Vrijspraak van fiscale fraude en oplichting en heling. Overwegingen over: (onder meer) verjaring, verandering van wetgeving, medeplegen en opzet van de verdachte, schending redelijke term
Geen beslissing op de door de BP ingediende vordering tot toewijzing van wettelijke rente. De HR doet wat het Hof had behoren te doen. HR ambtshalve: de HR brengt de door het Hof opgelegde proeftijd van drie jaren terug naar twee jaren. Gelet op art. 14b.2 jo. art. 14c.1 Sr, zoal
Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
HR ambtshalve: Bewezen is verklaard dat verdachte een hond a.b.i. art. 2 van de Regeling agressieve dieren en de bijbehorende Bijlage 1 voorhanden heeft gehad. Het Hof heeft dat gekwalificeerd als overtreding van art. 73.2 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren(GWD). De Regeling
Een geldboete van 10.000 euro voorwaardelijk voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat de door h
Een geldboete van 40.000 euro voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. De rechtbank is van oordeel dat de door de rechtspersoon aangeboden financiële produkten kunnen worden aangemerkt als zijnd
Een geldboete van 10.000 euro voorwaardelijk voor overtreding van de artikelen 3 en 28 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat de door
Verdachte, directeur van het toen door hem geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, heeft niet voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Artikel 46b (oud) Wte1995 is in v
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
Economisch delict. OM-cassatie. 1. Art. 55 Sr. 2. Art. 65.3 (oud) Ffw. ’s Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde vangen van kraaien i.c. niet strafbaar is en dat verdachte daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, is onjuist noch ontoereikend gemotiveerd.
OM-cassatie. Ontvankelijkheid OM. 1. ’s Hofs oordeel dat het OM n-o moet worden verklaard in de vervolging van verdachte aangezien met de tul van het in 1e aanleg gewezen vonnis een aanvang is gemaakt, terwijl het niet in kracht van gewijsde was gegaan, geeft blijk van een onjuis
OM-cassatie. Redelijke termijn. Het middel slaagt o.g.v. HR LJN BD2578.
OM-cassatie. Redelijke termijn. Het middel slaagt o.g.v. HR LJN BD2578.
OM-cassatie. Redelijke termijn. Het middel slaagt o.g.v. HR LJN BD2578.
OM-cassatie. Redelijke termijn. Het middel slaagt o.g.v. HR LJN BD2578.
OM-cassatie. Redelijke termijn. Het middel slaagt o.g.v. HR LJN BD2578.
OM-cassatie. Ontvankelijkheid OM en de redelijke termijn. Onmiddellijke toepassing arrest HR. T.t.v. het bestreden arrest golden v.w.b. de aan de overschrijding van de redelijke termijn te verbinden gevolgen, de regels uit HR NJ 2000, 721. Niettemin zal de bestreden uitspraak moe
Naar het oordeel van de rechtbank is er in het onderhavige geval geen sprake van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 49 van het EG-Verdrag, nu niet is gebleken dat de vreemdelingen als werknemer gerechtigd waren om in Duitsland arbeid te verrichten.
Klachtvereiste art. 247 (oud) Sr. ’s Hofs oordeel dat het in de tll. bedoelde meisje t.t.v. de tlg. handelingen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, is feitelijk. Het is ook "zonder nader bewijs" als in de toelichting op het middel bedoeld, niet onbegrijpelijk. Voor verd
Het Hof Amsterdam heeft bij arrest van 4 november 2008 - anders dan voorheen - in een Schiphol-drugskoerierszaak niet de Haarlemse richtlijn, maar de landelijke LOVS-richtlijn voor drugskoeriers toegepast. Rechtbank Haarlem oordeelt dat nu in casu sprake is van een pleegdatum vóó
Het hof zal in zaak B het - op hieronder weergegeven overwegingen - impliciet primair ten laste gelegde niet bewezen achten, inhoudende dat sprake is van een bevel of vordering krachtens artikel 5:19 lid 4 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb). Ter zake van dit onderdee
Art. 4a Sr. Afgeleide rechtsmacht. 1. “Vreemde staat” i.d.z.v. art. 4a Sr. 2. Grondslag voor overname strafvervolging. Het gaat i.c. om een Rwandees die ervan wordt beschuldigd dat hij – vzv. in cassatie van belang - in 1994 in Rwanda misdrijven i.d.z.v. art. 1 Uitvoeringswet gen