1. Afwijzing getuigenverzoek. Herstelmogelijkheid maatstaf. Regiezitting. 2. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. 3. Vordering beledigde partij. Schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. Een tz. in h.b. kan worden aangemerkt als een 'regiezitting' indien die zitti
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Strafmotivering. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. ’s Hofs opvatting dat onder “verandering in de wetgeving” zoals bedoeld in art. 1.2 Sr ook kan worden verstaan een verandering in beleidsregels van het OM inzake het transactie-en strafvorderingsbeleid is onjuist. Evenzeer
Economische zaak. Art. 1.2 Sr. Flora- en Faunawet. Besluit vrijstelling beschermde dier- of plantensoorten (Stb. 2000, 525). Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens (Stcrt. 13 maart 2002, 51 en 2009, 62). Het oordeel van het Hof dat i.c. geen sprake
Cassatie in het belang der wet. Art. 14e.1 Sr, art. 1 Sr. De in art. 14e Sr vervatte regeling voorziet in de mogelijkheid te bevelen dat de op grond van art. 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De invoeri
Economische zaak. Conclusie AG over art. 1.2 Sr. HR: 81.1 RO.
Strafmotivering. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. ’s Hofs opvatting dat onder “verandering in de wetgeving” zoals bedoeld in art. 1.2 Sr ook kan worden verstaan een verandering in beleidsregels van het OM inzake het transactie-en strafvorderingsbeleid is onjuist. Evenzeer
Veroordeling ouders jeugdige tot betaling bedrag aan benadeelde partij. Art. 51g.4 Sv, art. 1.2 Sr en art. 7 EVRM. Wijziging van wetgeving t.a.v. de strafbaarstelling of strafbedreiging? Art. 51g.4 Sv heeft geen wijziging gebracht in de in het BW voorziene regeling van de aanspra
Aan eiser zijn drie bestuurlijke boetes van respectievelijk € 1.200, € 2.400 en € 2.400 wegens evenzovele overtredingen van artikel 11a lid 4 Tabakswet opgelegd. Gelet op de overwegingen van de Hoge Raad, in samenhang met de conclusie bij het arrest bekend onder LJN BT6433, kan d
1. Art.1.2 Sr. Verandering van wetgeving. Plaatsing op lijst II behorende bij de Opiumwet (Ow) van paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten. 2. Reikwijdte van in art. 2 en 3 Ow vervatte verboden. Ad 1.HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR
Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 30 WAM; art. 2.1 WAHV. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP6878. Het Hof is blijkens zijn overwegingen kennelijk uitgegaan van de opvatting dat onder een “verandering in de wetgeving” a.b.i. art. 1.2 Sr ook kan wo
Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 30 WAM; art. 2.1 WAHV. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP6878. Het Hof is blijkens zijn overwegingen kennelijk uitgegaan van de opvatting dat onder een “verandering in de wetgeving” a.b.i. art. 1.2 Sr ook kan wo
Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art. 30 WAM; art. 2.1 WAHV. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP6878. Het Hof is blijkens zijn overwegingen kennelijk uitgegaan van de opvatting dat onder een “verandering in de wetgeving” a.b.i. art. 1.2 Sr ook kan wo
OM-cassatie. Artt. 1.2, 38d en 38e Sr. ’s Hofs oordeel dat art. 38e (nieuw) Sr van toepassing is op de aan verdachte op te leggen TBS is juist. O.g.v. art. 38d.1 Sr geldt de - door de opleggingsrechter op te leggen - TBS voor de tijd van 2 jr, te rekenen van de dag waarop de rech
Ontneming wederrechtelijk voordeel op grond van artikel 36e oud Sr. Betalingsverplichting ten bedrage van € 619.502,89.
1. Kennelijke misslag in bewezenverklaring. 2. Toezicht Bureau Jeugdzorg/Reclassering, art. 14d.2 Sr, art. 77aa.4 Sr. Ad 1. HR leest bewezenverklaring met verbetering van kennelijke misslag. Ad 2. In aanmerking genomen dat verdachte t.t.v. de uitspraak in h.b. meerderjarig was, h
Art. 197 Sr. 1. Beroep op overmacht. 2. Richtlijn 2008/115/EG (terugkeerrichtlijn). Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging m.b.t. art. 61 Vreemdelingenwet 2000 uit HR LJN BF8848. Het Hof heeft de verwerping van het verweer doen steunen op zijn oordeel dat niet aannemelijk is
Dagvaarding ambtshalve partieel nietig verklaard, obscuur libel. Openbaar Ministerie ontvankelijk nu de materiele bepalingen van het ten tijde van het tenlastegelegde geldende - doch inmiddels vervallen - artikel 3 van de Wet inzake geldtransactiekantoren zijn overgenomen in de W
Ontneming van wederrechtelijke verkregen voordeel op grond van de veroordeling wegens het een gewoonte maken van mensensmokkel, in vereniging begaan door meerdere personen. In de onderhavige zaak verzet artikel 1, lid 2, Sr zich tegen toepassing van artikel 36e, lid 7, Sr (hoofde
Gerechtshof verplicht veroordeelde voor oorlogsmisdrijven tot terugbetaling van ruim € 545.000 aan de Staat
Preparaat a.b.i. art. 1 Opw en de term bewerken a.b.i. art. 2 Opw. ’s Hofs oordeel dat de in de bewezenverklaring bedoelde Acacia Mixture (verbrokkelde DMT bevattende acaciabladeren vermengd met passiebloem of enig ander product) is aan te merken als preparaat in de zin van de Op
1. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 2. Voorwetenschap, art. 46 Wte 1995 (oud). Ad 1. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX0863. Het Hof heeft de bewezenverklaring klaarblijkelijk doen steunen op de inhoud van de in de aanvulling op de als 'verkort arrest' aangedu
Cassatie in het belang der wet over de toepassing art. 14fa Sr. De in art. 14fa Sr vervatte regeling (inwerkingtreding 1-4-2012) voorziet in de mogelijkheid van een voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. De regeling heeft betrekking
poging om een ander door beloften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen om een moord te begaan. straf: gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren, met aftrek van voorarrest
Vordering benadeelde partij. Art. 361.3 Sv. Het Hof heeft de benadeelde partij in haar vordering tot vergoeding van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Die door h
Overgangsrecht verjaringstermijn overtredingen. Overtreding naar oud recht verjaard, naar huidig recht niet. Hof past gunstigste regeling toe. OM niet-ontvankelijk.