Terugwijzing van de Hoge Raad. Veroordeling tot vijf jaren gevangenisstraf wegens ontucht met minderjarige stiefdochter. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
Wetboek van Strafrecht
Art. 1 Sr
Genoemd in 718 uitspraken · Officiële wettekst
718 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Wijziging art 36 (lid 3) Sr d.d. 31 maart 2011 niet alleen van processuele aard. Door werking bewijsvermoeden sprake van verruiming regelgeving ten nadele van verdachte. Gelet op ontbreken bijzondere overgangsregeling is ingevolge art 1 lid 2 Sr oude bepaling i.c. van toepassing.
redelijke termijn, beleggingsfraude Costa Rica en strafmaat
Profijtontneming. Slagend middel m.b.t. het vaststellen van w.v.v. Het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van (een) andere feit(en) dan ter zake waarvan hij bij arrest van 27 februari 2015 is veroordeeld, is niet begrijpelij
Hawala-bankieren Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden. De verdachte heeft zich samen met een aantal andere personen beziggehouden met Hawala-bankieren. Hij heeft onder meer klanten geworven en is zelf in een periode van een hal
Antilliaanse zaak. Opgelegde betalingsverplichting aan het Land Aruba t.b.v. de b.p. en verandering in de regels van sanctierecht, art. 1:78 SrA en art. 1:1.2 SrA. De invoering van art. 1:78 SrA houdt een wijziging van wetgeving in t.a.v. de toepasselijke regels van het Arubaanse
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Oplegging schadevergoedingsmaatregel mogelijk bij schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Art. 36f Sr en art. 9a Sr. Gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 36f.1 Sr worden gelezen alsof de woorden “tot een straf” daarin niet voorkomen.
Lex mitior beginsel. Ambtshalve cassatie? 80a RO. Verdachte is voor 4 feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 mnd voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uren. Gelet op die straffen, die ook zijn opgelegd voor de misdrijven onder 4 en 5, en in aanmerking genomen dat het
Palm Invest. Strafbaarheid bewezenverklaarde. Art. 5:2 Wet op het financieel toezicht (Wft) en art. 1 sub 2 WED. In de periode van 1 aug tot 1 juli 2011 ontbrak in art. 1 sub 2 WED een verwijzing naar art. 5:2 Wft. De klacht stuit af op art. XII van de Wet wijziging boetestelsel
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
OM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998. In geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring geldt naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct va
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Palm Invest. Strafbaarheid bewezenverklaarde. Art. 5:2 Wet op het financieel toezicht (Wft) en art. 1 sub 2 WED. In de periode van 1 aug tot 1 juli 2011 ontbrak in art. 1 sub 2 WED een verwijzing naar art. 5:2 Wft. De klacht stuit af op art. XII van de Wet wijziging boetestelsel
Palm Invest. Strafbaarheid bewezenverklaarde. Art. 5:2 Wet op het financieel toezicht (Wft) en art. 1 sub 2 WED. In de periode van 1 aug tot 1 juli 2011 ontbrak in art. 1 sub 2 WED een verwijzing naar art. 5:2 Wft. De klacht stuit af op art. XII van de Wet wijziging boetestelsel
Profijtontneming. 1. Toepassing van art. 36e.7 Sr en het legaliteitsbeginsel. 2. Vereist hoofdelijke aansprakelijkheid veroordeling van twee of meer daders? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653 m.b.t. feiten begaan voor de inwerkingtreding van art. 36
Strafverzwarende omstandigheid. Art. 43a Sr. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2002:AD6981. In art. 43a Sr is bepaald dat de op een misdrijf gestelde vrijheidsstraf kan worden verhoogd indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen 5 jrn. zijn verlopen sedert een vroegere veroorde
1. Zonder vergunning aanbieden of verrichten van diensten als effectenbemiddelaar, art. 7 (oud).1 Wte 1995. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof vastgesteld dat X “haar cliënten termijncontracten - ‘shares’ genoemd - aan[bood] die (op termijn) recht gaven op een deel van het
Profijtontneming. Art. 557.4 en art. 577b.2 Sv. De schatting van het w.v.v. is gebaseerd op tlgd. feiten waarvan het Hof, na terugwijzing van de hoofdzaak door de HR, betrokkene heeft vrijgesproken. Ex art. 557.4 Sv kan een uitspraak op een vordering van het OM, a.b.i. art. 36e S