Verbintenissenrecht. Goederenrecht. Nasleep Yukos-faillissement. Uitleg onttrekkingsbeding in koopovereenkomst en leveringsakte aandelen; Haviltex-maatstaf; aandelenoverdracht in weerwil van beslag ‘onttrekking’ in zin art. 198 Sr?
Wetboek van Strafrecht
Art. 198 Sr
Genoemd in 47 uitspraken · Officiële wettekst
47 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Art. 198.1 Sr. Onttrekking aan beslag. Bewezenverklaring opzet ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Onttrekken van een auto aan civielrechtelijk beslag ex art. 198 Sr. 1. Verwerping van verweer dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, omdat deze onvoldoende duidelijk is. Dient de dagvaarding op straffe van nietigheid de wettelijke bepalingen bevatten waaro
Conclusie AG. OM-cassatie. Is een Instagram-account een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring? AG is van mening dat uitgaande van de wetsgeschiedenis het begrip “voorwerp” a.b.i. art. 33a Sr dezelfde betekenis heeft als “goed” i.d.z.v. art 3:1 BW. Een gebruiksrecht is g
Conclusie AG. OM-cassatie. Is een Instagram-account een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring? AG is van mening dat uitgaande van de wetsgeschiedenis het begrip “voorwerp” a.b.i. art. 33a Sr dezelfde betekenis heeft als “goed” i.d.z.v. art 3:1 BW. Een gebruiksrecht is g
Conclusie AG. Onttrekking aan gelegd beslag (art. 198 Sr). Slagende klachten over de bewezenverklaring van het bestanddeel 'krachtens de wet daarop gelegd beslag': het oordeel dat het beslagexploot daarvoor destijds niet hoefde te zijn betekend, getuigt van een onjuiste rechtsopv
Veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen. Verweer misbruik van strafvorderlijke bevoegdheden strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie wordt verworpen. Verweer bestuurlijke boete en niet naleven van artikel 243 lid 2 Sv strekkende tot niet-
Conclusie AG. Motivering strafoplegging voor het opzettelijk aanwezig hebben van 24 gram amfetamine en 4,8 gram MDMA. Middel klaagt dat het hof bij het bepalen van de straf ten onrechte rekening heeft gehouden met een recent feit waarvoor de verdachte nog niet onherroepelijk is v
Conclusie AG. Art. 321, 350 en 352 Sr. Onbruikbaar maken van een onroerend goed, vernieling c.q. verduistering inboedel. 1. Klacht over de verwerping van een uos van de verdediging ten aanzien van de bewezenverklaring. 2. Klacht over de toewijzing van de vordering van de Rabobank
Gijzeling in faillissement. Misbruik bevoegdheid r-c?
Geldvordering in kort geding. Gebruiksvergoeding voor bedrijfspanden.
Procesrecht; beslag- en executierecht; dwangsom. Executiegeschil; kort geding ingeleid door deurwaarder (art. 438 lid 4 Rv) over de vraag of dwangsommen zijn verbeurd. Is de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden, wegens derdenbeslag onder de veroordeelde niet vatbaar voor
De Noordelijke Fraudekamer heeft de verdachte veroordeeld voor faillissementsfraude in het faillissement van zijn autobedrijf, voor de onttrekking van een aantal voertuigen aan het beslag dat op verzoek van de curator op de bedrijfsvoorraad was gelegd en voor verduistering van ee
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1996:ZD0569, NJ 1997/138, i.h.b. dat indien goederen buiten het faillissement vallen omdat ze aan een derde toebehoren geen sprake kan zijn van goederen die “rechtens onder het bereik en behe
Kort geding. Opheffing conservatoir beslag tot afgifte van een merrie en twee van haar veulens onder de opschortende voorwaarde dat door de beslagene niet voor 15 augustus 2014 te 16.00 uur ten gunste van de beslaglegger een bankgarantie wordt gesteld voor een bedrag van € 10.000
Vormerkung. Art. 7:3 lid 3 BW bevat limitatieve opsomming rechtsfeiten die niet tegen koper kunnen worden ingeroepen. Daaronder valt niet derdenbeslag onder de koper op de koopsom, ook al staat dat beslag aan daadwerkelijke nakoming koopovereenkomst in de weg. Belang bij hoger be
HR: 81 RO
Onttrekking van een goed aan het beslag. Het hof verstaat het bepaalde in artikel 198 Sr zodanig, dat dit mede omvat de situatie van de artikelen 20 en 23 van de Faillissementswet.
-
-
Het in de telastlegging voorkomende woord ‘opzettelijk’ heeft mede betrekking op de later voorkomende woorden ‘dit daarop krachtens de wet gelegde beslag’.
Wil van het zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar sprake zijn, dan moet het geweld ten doel hebben de door dien ambtenaar ondernomen ambtshandeling te beletten of te belemmeren, niet slechts haar te verijdelen, d. i. de reeds voltooide ambtshandeling weder krachteloos te