Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat tegen hem inreisverbod is uitgevaardigd, art. 197 Sr. Art. 11.2 terugkeerrichtlijn. Prejudiciële vraag HR. Inreisverbod nog niet ingegaan, nu verdachte na uitvaardigen van inreisverbod EU nog niet had verlaten? In ECLI:
Wetboek van Strafrecht
Art. 197 Sr
Genoemd in 287 uitspraken · Officiële wettekst
287 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 197 Sr. Art. 61, 67 Vreemdelingenwet 2000. Richtlijn 2008/115/EG (terugkeerrichtlijn). 1. Verweren strekkende tot n-o verklaring OM in de vervolging. 2. Strafoplegging. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BF8848. Het Hof heeft de verwerping van de verweren
Ontvankelijkheid OM. Vervolging ongewenst verklaarde vreemdeling. De woorden “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling verklaard” i.d.z.v. art. 197 Sr dienen aldus te worden verstaan dat daarvan geen sprake kan zijn indien de ongewenstverklaring in strijd
HR stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over art. 11 van de Terugkeerrichtlijn en houdt iedere verdere beslissing aan.
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd t.z.v. overtreding van art. 197 Sr na uitgevaardigd inreisverbod. Terugkeerrichtlijn. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:515 waarin HR prejudiciële vragen aan HvJEU heeft gesteld. 1. Aanvang duur inreisverbod. 2. Oplegging onvoorwaardelijke geva
Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na inreisverbod. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat het tegen verdachte uitgevaardigde inreisverbod in strijd is met het Europees Unierecht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2854 m.b.t. de taakverdeling t
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a
Verblijf in NL door ongewenst verklaarde vreemdeling, art. 197 Sr. Bestanddeel “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard”. Vloeit uit verblijfsrecht verdachte in België voort dat zijn ongewenstverklaring in Nederland niet tot veroordeling kan
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding tussen de we
Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na ongewenstverklaring. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat die ongewenstverklaring in strijd is met destijds geldende wet- en regelgeving. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2854 m.b.t. de taakverdeling tus
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht. Kon hof oordelen dat strafrechter (bij beoordeling van
Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat tegen hem inreisverbod is uitgevaardigd, art. 197 Sr. Art. 11.2 terugkeerrichtlijn. 1. Is strafvervolging t.z.v. art. 197 Sr mogelijk tegen illegale vreemdeling tegen wie inreisverbod is uitgevaardigd, zolang hij Nederl
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. overtreding van art. 197 Sr na uitgevaardigd inreisverbod. Terugkeerrichtlijn. 1. Toetsingskader. 2. Inreisverbod evident in strijd met Terugkeerrichtlijn? Ad 1. Hof is bij de beoordeling van het tlgd. ervan uitgegaan dat de uitleg die het HvJ EU in
OM niet-ontvankelijk t.z.v. van artikel 197. Nu sinds het tenlastegelegde langere tijd is verstreken, beantwoording door HvJ EU van door HR gestelde prejudiciële vragen essentieel is voor de beoordeling van de strafzaak en niet waarschijnlijk is dat de op 27 november 2018 gesteld
OM-cassatie. Onrechtmatige staandehouding i.h.k.v. Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv? De klacht dat het Hof ten onrechte is uitgegaan van het oordeel van de ABRvS, faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de AG onder 7.1.2. Uit hetgeen
Themazitting art. 197 Sr – OM-appel. Ongewenstverklaarde EU-burger. Uiteenzetting juridisch kader en uitgebreide bewijsoverweging. Verdachte vormde ten tijde van het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samen
Terugkeerrichtlijn. Art. 197 Sr. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151. Mede gelet op deze overwegingen, geeft het oordeel van het Hof dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen zodat ter zake een gevangenisstraf kon worden opgelegd,
Vrijspraak vervalst reisdocument omdat niet zonder redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de stempels in zijn paspoort vals waren (wetenschap) + O-M NO i.v.m. artikel 197 Sr.
Hof behandelt de zaak inhoudelijk ondanks het ontbreken van grieven. Het hof verklaart het OM – zoals gevorderd door OM - niet ontvankelijk in de vervolging met betrekking tot een tenlastelegging toegespitst op art. 197 Sr. Het hof heeft daarbij onder meer betrokken dat het HvJ E
Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na ongewenstverklaring. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat die ongewenstverklaring in strijd is met destijds geldende wet- en regelgeving. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2854 m.b.t. de taakverdeling tus
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Themazitting art. 197 Sr – Derdelander met inreisverbod – Uiteenzetting juridisch kader. Anders dan bij EU-onderdanen bestaat bij onderdanen van derde land voor ‘ex nunc-toets’ van actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging geen juridische grond. Het in art. 197 Sr omsc
Art. 197 Sr en terugkeerrichtlijn. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en voegt daar aan toe dat de daarin door de Hoge Raad geformuleerde regels, behalve op de vreemdeling die weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij ongewenst is verkla
OM-cassatie. Niet-ontvankelijkheid OM en aanwezigheidsrecht. Het Hof heeft zijn oordeel kennelijk gebaseerd op de opvatting dat een inbreuk op het aanwezigheidsrecht van de verdachte "veroorzaakt doordat een overheidsinstantie in strijd met de regelgeving heeft gehandeld en de ov