Conclusie AG. Vervolging wegens verbergen bewijsmateriaal (art. 189 Sr) door telefoon in bloembak te verstoppen. Beroep op 189 lid 3 Sr volgens AG door het hof ontoereikend verworpen. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het hof.
Wetboek van Strafrecht
Art. 189 Sr
Genoemd in 78 uitspraken · Officiële wettekst
78 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis voor 'opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, belemmeren of verijdelen, verbergen'. Daarnaast is de verdachte niet-ont
Art. 189 Sr. Anders dan de rechtbank, komt het hof tot een veroordeling voor het behulpzaam zijn bij het ontkomen van nasporing en/of aanhouding van de verdachte van het schieten op een voorbijganger aan de Korreweg in Groningen. Verdachte wordt veroordeeld tot een deels voorwaar
CAG inzake doodslag IJmeer. Bewijsklachten m.b.t. het medeplegen van het verbergen, wegvoeren en wegmaken van een lijk met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen, art. 151 Sr. De AG geeft de Hoge Raad in overweging om het cassatieberoep te verwerpen.
Medeplegen begunstiging door lijk te verslepen en in tapijt te wikkelen, art. 189.1.2 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AX5766 m.b.t. strekking van strafbaarstelling van art. 189.1.2 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte, nadat A door misdrijf om he
Venrayse moordzaak waarbij daders “hennep-rip” in 2006 d.m.v. nekschot om het leven zijn gebracht. Tweemaal medeplegen doodslag en medeplegen verbergen van een lijk met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhullen. Is het recht tot strafvordering t.a.v. h
De rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte voor doodslag en voor het medeplegen van brandstichting en een poging tot het wegmaken van het lijk tot een gevangenisstraf van 20 jaar. De rechtbank achtte moord niet bewezen.
Verdachte was gedurende de dag aanwezig in de sigarenwinkel. Is aanwezig geweest bij het door anderen gepleegde geweld op het slachtoffer en heeft op enig moment tape aangegeven, waarmee het slachtoffer is vastgetaped. Verdachte is daarnaast met de inmiddels overleden medeverdach
De rechtbank Overijssel veroordeelt een oud-therapeute van de tbs-kliniek Veldzicht tot een taakstraf van 80 uur omdat zij een ontsnapte tbs’er verborg. De vrouw en tbs’er kenden elkaar van de kliniek en hadden een online relatie opgebouwd. Hij ontsnapte tijdens zijn begeleid ver
Begunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet worden aangenomen dat deze bepaling ertoe strekt te voorkomen dat politie of justitie worden tegengewerkt bij het opsporen en aanhouden van de dader van een misdrijf. ’s Hofs o
Begunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet worden aangenomen dat deze bepaling ertoe strekt te voorkomen dat politie of justitie worden tegengewerkt bij het opsporen en aanhouden van de dader van een misdrijf. ’s Hofs o
Oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, art. 310 Sr. Casus: verdachte neemt een fotocamera van aangever mee om “zijn vordering kracht bij te zetten”. In het bestreden arrest ligt als oordeel van het Hof besloten dat verdachte door te trachten als heer en meester te beschikken
HR: art. 81 RO en gegronde klacht over overschrijding redelijke termijn.
1. Uitleg van de term ‘verbranden’ als bedoeld in art. 151 Sr. Art. 151 Sr bevat een opsomming van de mogelijke, wettige en niet wettige, feitelijke gedragingen waarmee het behoud van het lijk als bewijsmateriaal wordt verhinderd, welke gedragingen elkaar niet steeds behoeven uit
Udense kofferbakmoord. Strafmotivering. Het in het middel aangevallen onderdeel van de strafmotivering van het Hof dat de verdachte onder meer ook nog zwaar wordt aangerekend dat hij bewust de luchtbuks heeft weggemaakt om sporen van zijn daad te verwijderen, vormt onmiskenbaar e
Veroordeling wegens begunstiging (art 189 Sr) en verduistering door curator van aan zijn curanda toebehorend geld. Vrijspraak van (gewoonte)witwassen omdat verdachte niet wist of moest vermoeden dat zijn vriend hun luxueus bestaan financierde met uit oplichting en verduistering v
HR: 81 RO.
Verdachte is onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden en 13 dagen, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren
Medeverdachte zaak Kolbak. Zij is veroordeeld ter zake van (opzet) witwassen van: 1. een exorbitante opbrengst uit de verkoop van aandelen en 2. een huurrecht (een voorwerp in de zin van artikel 420bis Sr). Daarnaast is zij veroordeeld ter zake van artikel 189 Sr, te weten het la
Gevangenisstraf van 204 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk voor medeplichtigheid aan poging tot doodslag. Geen voorbedachte rade. Wel voorwaardelijk opzet om slachtoffer van het leven te beroven. Geen medeplegen omdat er geen sprake is van bewuste en nauwe samenwerking.
Tussenarrest. Beslissing op onderzoekswensen. Het hof geeft ten aanzien van vier feiten opdracht tot nader onderzoek. Voor een gedeelte is dat onderzoek van feitelijke aard, zoals laboratoriumonderzoek. Ook geeft het hof een viertal medische deskundigen opdracht te rapporteren ov
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord, door het slachtoffer met een touw/koord te verwurgen, waarbij de verdachte heeft willen doen lijken dat het slachtoffer zelfmoord had gepleegd. Het slachtoffer zou een relatie hebben met de echtgenoot van de verdachte. Ontslag v
Promis-vonnis. Vrijspraak het ten laste gelegde medeplegen van/medeplichtigheid aan moord, dan wel dood door schuld. Niet gebleken is dat de verdachte het voornemen had om samen met haar medeverdachte het slachtoffer om het leven te brengen, noch dat zij enige feitelijke handelin
Moord; shockschade. Dader aansprakelijk jegens moeder slachtoffer. Bij een zo ernstige normschending als de onderhavige gruwelijke moord, moeten er minder hoge eisen gesteld worden aan de rechtstreeksheid van de confrontatie met de gevolgen daarvan. Ouders van de dader niet jegen
OM-cassatie. 359.2 Sv. De HR herhaalt relevant overwegingen uit HR LJN AO5061, HR LJN AV8527 en HR LJN AY9130. Het Hof heeft het requisitoir van de AG bij het Hof kennelijk opgevat als behelzende het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat en o.g.v. welk bewijsmateriaal het onder