Conclusie AG. Opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan? Art. 184 Sr. Voor zover het middel, welwillend gelezen, zich ook richt tegen oordeel hof over art. 160 lid 7 (oud), thans lid 6, WVW 1994 is het terecht voorgesteld, omdat deze straf
Wetboek van Strafrecht
Art. 184 Sr
Genoemd in 332 uitspraken · Officiële wettekst
332 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Belemmeren van ambtelijke handeling door als advocaat een toezichthouder van gemeente Borne, die controle op naleving van bestemmingsplan wil verrichten in pand van cliënt van verdachte, te duwen omdat deze binnen filmt, art. 184.1 Sr. 1. Bewijsklachten. Heeft verdachte niet vold
art. 591a Sv - verdenking/vervolging niet aan zichzelf te wijten, gedeeltelijke toekenning vergoeding
Beletten handeling door ambtenaar belast met toezicht. Uitleg begrip beletten a.b.i. art. 184 Sr. Controle van de bepalingen gesteld bij of krachtens de APV Barneveld en de Drank- en Horecawet door toezichthouders bij het clubhuis van een motorclub, i.c. een openbare inrichting.
Verdachte heeft gehandeld i.s.m. een jegens hem uitgevaardigd gebiedsverbod, art. 2.4.25 lid 2 onder b APV Maastricht 2006. Bevel gebiedsontzegging voorafgaand aan pleegdatum uitgereikt aan verdachte? Gelet op art. 3:40 Awb is pas sprake van handelen i.s.m. een gebiedsontzegging
Niet beslist op beroep op strafvermindering vanwege onrechtmatige inverzekeringstelling, art. 359a.1.a Sv. Pleitnota in het ongerede geraakt maar wel aan cassatieschriftuur gehecht. O.g.v. bij het Hof ingewonnen nadere informatie en het p-v van de tz. in h.b. moet worden aangenom
Beletten handeling door ambtenaar belast met toezicht. Uitleg begrip beletten a.b.i. art. 184 Sr. Controle van de bepalingen gesteld bij of krachtens de APV Barneveld en de Drank- en Horecawet door toezichthouders bij het clubhuis van een motorclub, i.c. een openbare inrichting.
Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BX4998. Art. 184 Sr en art. 447e Sr. V.zv. het middel betoogt dat het Hof zijn oordeel dat art. 447e Sr niet heeft te gelden als specialis van art. 184 Sr niet heeft gemotiveerd, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het middel dat steunt op de
Het Hof heeft beslist dat de toegewezen vordering b.p. vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf de in het arrest genoemde datum tot aan de dag der algehele voldoening. Nu het vonnis van de Rb niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. in e.a. gevorderde verg
HR: art. 81.1 RO.
Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BX4998. Art. 184 Sr en art. 447e Sr. V.zv. het middel betoogt dat het Hof zijn oordeel dat art. 447e Sr niet heeft te gelden als specialis van art. 184 Sr niet heeft gemotiveerd, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het middel dat steunt op de
1. Onrechtmatige aanhouding. Art. 54.3 Sv. 2. Salduz-verweer. Recht op consultatiebijstand. Ad 1. Ex art. 54.3 Sv komt de bevoegdheid tot aanhouding van de verdachte buiten het geval van ontdekking op heterdaad, zonder een daartoe strekkend bevel a.b.i. art. 54.1 Sv, toe aan elke
Niet opvolgen van een door een politieambtenaar gegeven vordering. Art. 2:1.2 jo. 6:1.1 APV Den Haag jo. art. 154 Gemeentewet. De tll en bewezenverklaring zijn toegesneden op art. 2:1.2 APV Den Haag. Overtreding van het bij dit artikel bepaalde is strafbaar gesteld in art. 6:1.1
Slagende bewijsklacht. Tenlastegelegd en dienovereenkomstig is bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk de in de bewezenverklaring omschreven handeling van een politieambtenaar (het uitschrijven van “een kennisgeving beschikking inzake de Wet Mulder”) heeft belemmerd. Dat die h
Slagende bewijsklacht. Tenlastegelegd en dienovereenkomstig is bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk de in de bewezenverklaring omschreven handeling van een politieambtenaar (het uitschrijven van “een kennisgeving beschikking inzake de Wet Mulder”) heeft belemmerd. Dat die h
Art. 184.1 Sr. ‘Krachtens wettelijk voorschrift’ gedane vordering. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108. In aanmerking genomen dat art. 2.2 lid 3 APV 2008 gemeente Amsterdam niet uitdrukkelijk inhoudt dat de ambtenaar van politie is gerechtigd tot h
Strafoplegging. Op de gronden vermeld in de conclusie AG heeft het Hof het bewezenverklaarde terecht gekwalificeerd als “wederspannigheid” en “overtreding van artikel 2:1, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening 2010”, doch had het Hof ex art. 62 Sr voor deze feiten t
Art. 184 Sr, “krachtens wettelijk voorschrift”. Art. 172 en 177 Gemeentewet, art. 2.8 en 2.9.1 APV Amsterdam 2008, Mandaatbesluit verwijderingsbevelen burgemeester Amsterdam d.d. 31 oktober 2008. Het Hof heeft met juistheid vastgesteld dat art. 2.9. APV niet uitdrukkelijk inhoud
Vrijspraak van het niet voldoen aan een bevel of vordering als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. In de artikelen 87 en 89 van de Wet Personenvervoer 2000 is niet uitdrukkelijk bepaald dat de ambtenaar bevoegd is een bevel te geven. Nu een wettelijk voorschrif
Cassatie in het belang der wet, n.a.v. het vonnis van de Rb Amsterdam van 14 oktober 2011, LJN BT7651. 1. Zwaar lichamelijk letsel, art. 82 Sr en art. 248 Sr. 2. Art. 63 Sr. 3. Causaal verband, art. 37a Sr. Ad 1. Ad 1. Psychische gevolgen, welke gevolgen niet zonder meer zijn aan
Art. 184.1 Sr. eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de
De verdachte wordt beschuldigd van ovetreden van Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Ridderkerk door geen gevolg te geven aan het bevel of de vordering van de ambtenaren. Het Hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt d
Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de v
Wettelijk voorschrift als bedoeld in art. 184 Sr. Het oordeel van het Hof dat art. 2.1.1.1 in verbinding met art. 6.2 APV Ridderkerk een wettelijk voorschrift inhoudt als omschreven in art. 184 Sr, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 184.1 Sr eist een “krachtens wettel
Wet Openbare Manifestaties (WOM) en 184 sr; verdachte is op grond van 2.2 lid 3 APV Amsterdam gesommeerd zich te verwijderen omdat hij deelnemers van de betoging "schreeuw voor leven" hinderde. Nu verdachte zelf ook deel uitmaakte van een (tegen)betoging, was de WOM van toepassin