Regeling voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Door OM opgelegde voorwaarde tot klinische opname niet in strijd met artikel 5 EVRM Artikelen: 15, 15a, 15g, 15j Wetboek van Strafrecht en 5 EVRM Op grond van vergelijking met jurisprudentie van het EHRM en van de Hoge Raad, komt
Wetboek van Strafrecht
Art. 15 Sr
Genoemd in 142 uitspraken · Officiële wettekst
142 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onm
Conclusie AG over o.m. (i) de namens de verdachte opgeworpen vraag of in het kader van de strafoplegging bij aanvaarding van schending van de redelijke termijn rekening moet worden gehouden met de (nadelige) consequentie van een voorwaardelijke veroordeling voor de verdachte, te
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onm
1. Motivering strafoplegging. 2. Overschrijding redelijke termijn art. 6 EVRM. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BK9252 m.b.t. het aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden zijn van de keuze van de factoren die voor de strafoplegging van belang zijn te achten, terwijl die k
Kort geding. Voorwaardelijke invrijheidstelling ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Toepassing van het op 1 april 2012 - zonder overgangsrecht - in werking getreden nieuwe artikel 15 Sr.
overheidsaansprakelijkheid; berekenen van datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling; art. 15 lid 5 Sr.
Conclusie plv. AG. Klacht dat het hof bij (de motivering van) zijn strafoplegging zich niet heeft uitgelaten over de vordering herroeping VI, terwijl het hof het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de strafoplegging heeft vernietigd en het herroepen van de VI een onderdeel i
Concl. plv. AG. Innerlijke tegenstrijdigheid m.b.t. strafoplegging nu het hof overweegt dat het een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden zal opleggen en vervolgens een gevangenisstraf oplegt voor de duur van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk? Plv. AG staat stil
Strafmaatverweer inhoudende dat verdachte als ongewenste vreemdeling niet in aanmerking komt voor VI-regeling, art. 15c.3.c Sr en art. 40a Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. Hof ziet gelet op “de huidige stand van de regelgeving” geen aanleiding om te komen tot oplegg
Betreft vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling; beroepsprocedure bij RSJ is aan te merken als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang en aldus staat gesloten stelsel van rechtsmiddelen aan toewijzing vordering in de weg. Er is geen aanleiding om uitzondering op d
poging tot doodslag op echtgenoot. Strafmaatverweer.
Cassatie in het belang der wet over de toepassing art. 14fa Sr. De in art. 14fa Sr vervatte regeling (inwerkingtreding 1-4-2012) voorziet in de mogelijkheid van een voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. De regeling heeft betrekking
De eerste vraag die thans voorligt, is of de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling zoals die per 1 april 2012 geldt op eiser mag worden toegepast. Vaststaat dat eiser op grond van de regeling die op laatstgenoemde datum is vervallen op 2 mei 2012 in vrijheid zou zijn
Promis; invoer verdovende middelen te Schiphol; invoer cocaïne te Schiphol.
Art. 15 Sr. Strafoplegging. Voorwaardelijke invrijheidstelling. ’s Hofs oordeel komt er op neer dat als gevolg van de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling de verdachte voorwaardelijk in vrijheid zal worden gesteld wanneer hij tweederde gedeelte van de op te leggen gevangenisstr
Strafoplegging. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de voorwaardelijke invrijheidstelling uit HR LJN BK9252. Het uitgangspunt van het middel mist feitelijke grondslag nu het Hof met de oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf enerzijds de ernst van het
Strafmotivering. CAG: anders.
Tul. Mede gelet op art. 14c.1 Sr en de ratio van de algemene voorwaarde moet worden aangenomen dat de tul van een voorwaardelijk opgelegde straf vanwege niet naleving van de algemene voorwaarde niet kan worden gelast t.z.v. een strafbaar feit waaraan verdachte zich heeft schuldig