Doodslag op drie vrouwen (art. 287 Sr) en wegmaken van lijk van één van hen (art. 151 Sr). 1. Bewijsklacht doodsoorzaak slachtoffer A. 2. Kennelijke leugenachtigheid. Heeft hof deel van verklaring van verdachte als kennelijk leugenachtig aangemerkt? 3. Bewijsklacht opzet op dood
Wetboek van Strafrecht
Art. 15 Sr
Genoemd in 142 uitspraken · Officiële wettekst
142 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Regeling voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Door OM opgelegde voorwaarde tot klinische opname niet in strijd met artikel 5 EVRM Artikelen: 15, 15a, 15g, 15j Wetboek van Strafrecht en 5 EVRM Op grond van vergelijking met jurisprudentie van het EHRM en van de Hoge Raad, komt
Conclusie AG. Brandmoord op garagehouder in Breda. Klachten over de oplegging van een gevangenisstraf van 30 jaar zonder tbs aan een man die behandeld wil worden. Toepassing nieuwe vi-regeling. Totale duur gijzelingen van 365 dagen. De conclusie strekt tot verwerping van het bero
Conclusie AG. Middel richt zich tegen ontvankelijkheid van OM in vervolging ondanks dat niet binnen twee weken een appelschriftuur is ingediend en de wijziging van de VI-regeling. AG adviseert de HR het beroep te verwerpen (art. 81 RO).
Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling n.a.v. de door het Hof bewezenverklaarde bedreiging van P.R. de Vries met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling. Ingevolge art. 15g, eerste volzin, Sr kan de rechter de voorwaardelijke invrijheidste
Conclusie AG. Doodslag op drie Amsterdamse vrouwen en het wegmaken van het lijk van één van hen. Twee zaken betreffen cold cases uit 2003 en 2004. De eerste drie middelen richten zich met verscheidene deelklachten tegen de bewezenverklaarde doodslagen en het wegmaken van het lijk
onrechtmatige overheidsdaad door (wijze van) erkenning Belgisch strafarrest en door (wijze van) tenuitvoerlegging daarvan? VI-datum. Vordering in voorwaardelijke invrijheidsstelling en schadevergoeding
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis. I.c. geen opheffing van het bevel tot de voorlopige hechtenis op grond van art. 75 lid 6 Sv in het geval waarin de datum is bereikt waarop de verdachte - indien het arrest waarbij de verdachte is veroordeeld onherroepelijk zou zi
Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Aanvullende rechtsbescherming burgerlijke rechter. Detentie hangende behandeling vordering achterwege laten v.i. o.g.v. art. 6:6:8 lid 5 Sv oud. Grond voor buiten toepassing laten van deze bepaling wegens strijd met art. 5 EVRM? Kan bij burgerli
Conclusie AG over 1. mishandeling en verwerping beroep op noodweer (art. 41 Sr) op de grond dat het handelen van de verdachte in de kern bezien als aanvallend moet worden beschouwd en 2. afwijzing verzoek van de raadsman om in hoger beroep toepassing te geven aan art. 15i lid 6 S
Conclusie AG. 26Sartell (samenhang met 24/02523, 24/02511 en 24/02527). O.a. medeplegen van het opzettelijk invoeren van in totaal ongeveer 6.000 kg cocaïne (art. 2 onder A Opw) en medeplegen van gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Het eerste middel, dat met bewijsklachten opkomt
Conclusie AG. Liquidatie criminele milieu in Breda. Middel 1: klacht over onjuiste beëdiging raadsheren Den Bosch. Middel 2: klacht dat het hof een getuigenverzoek o.g.v. de onjuiste maatstaf, althans niet begrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd, heeft afgewezen. Middel 3: klach
Overheidsaansprakelijkheid. Overdracht Belgisch strafvonnis. Artikel 2:11 WETS. V.I.-datum. Was eiser bij tenuitvoerlegging in België met grote mate van waarschijnlijkheid op een eerder tijdstip dan na twee derde vande strafduur in aanmerking gekomen voor v.i.?
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onm
Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Tenuitvoerlegging Belgische straf o.g.v. Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wets. Toepassing Belgische v.i. o.g.v. art. 6:2:10 lid 4, aanhef en onder a, Sv? Strafverzwaring? Beleid minister. Toetsingsmaatstaf en toetsingsmoment. Vergelijking met art.
Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Tenuitvoerlegging Belgische straf o.g.v. Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wets. Toepassing Belgische v.i. o.g.v. art. 6:2:10 lid 4, aanhef en onder a, Sv? Strafverzwaring? Beleid minister. Toetsingsmaatstaf en toetsingsmoment. Vergelijking met art.
Conclusie AG. Drie middelen van verdachte over ’s hofs strafoplegging en -motivering. Middel b.p. klaagt dat het hof de b.p. onterecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in vordering inzake ‘shockschade’. AG adviseert het cassatieberoep te verwerpen (art. 81 RO).
Gewapende overval op coffeeshop. Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. 1. Bewijsklacht. 2. Verzoek tot aanhouding inhoudelijke behandeling teneinde resultaten van meineedonderzoek naar ontlastende verklaring van medeverdachte af te wachten. 3. Uos t.a.v. gestelde aanwe
Medeplegen van opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en medeplegen van een gebouw opzettelijk beschadigen terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Vrijspraak van het voorhanden hebben van een anti
Vijf jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van een gewapende woningoverval met geweld. Vrijspraak t.a.v. de voltooide diefstal met geweld en vrijspraak van medeplegen van het voorhanden hebben van een geluiddemper
Vrijspraak geweldsaspect, diefstal portemonnee wel bewezen. Gedeeltelijke herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling.
Schorsing voorlopige hechtenis na VI datum / procedure in cassatie
Medeplegen gewapende overval op een coffeeshop. Het hof acht bewezen dat de verdachte, die al in de coffeeshop aanwezig was en zich als klant voordeed, bij de uitvoering van de overval was betrokken. Hij heeft bovendien de minderjarige mededaders op het idee gebracht de overval t
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere mishandelingen in en nabij uitgaansgelegenheden. Zaak is heropend omdat verdachte niet meer voldeed aan de ISD-criteria.
Kort geding. Berekening ‘aftrek voorarrest’, nadat de uitspraken – als gevolg van rechtsmiddelen – niet voor alle (in eerste aanleg in één dagvaarding) ten laste gelegde feiten op hetzelfde moment onherroepelijk zijn geworden.