Openlijke geweldpleging door ’s nachts in uitgaansgebied in Terneuzen tegen 2 politieagenten te schreeuwen en tegen fiets van één van hen te trappen, art. 141.1 Sr. Levert bedreigen met geweld openlijke geweldpleging tegen personen op? Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte op
Wetboek van Strafrecht
Art. 141 Sr
Genoemd in 597 uitspraken · Officiële wettekst
597 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
-
Conclusie AG. Tardief hoger beroep. Termijnoverschrijding verontschuldigbaar? De verdachte is gediagnosticeerd als zwakbegaafd/zwakzinnig met bijkomende problematiek. De A-G gaat in op de betekenis in dit verband van de Aanbeveling van de Europese Commissie betreffende procedurel
Antilliaanse zaak. Openlijke geweldpleging tegen politie op Bonaire, “met verenigde krachten”, art. 147.1 Sr BES. Deze bepaling komt overeen met art. 141.1 (oud) Sr. Voor een veroordeling t.z.v. art. 141.1 (oud) Sr is vereist dat betrokkene deel uitmaakt van een groep die geweld
Jeugdzaak. Medeplegen poging tot inbraak. HR maakt opmerkingen bij ECLI:NL:HR:2014:3474 en ECLI:NL:HR:2015:716. I.c. falende bewijsklacht medeplegen.
Vervolg op HR NJ 2004, 364. 1. ’s Hofs oordeel dat voor verdachte (politieagent) een rechtsplicht bestond in het pv van aanhouding van X melding te maken van het richten van het dienstwapen op Y is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof heeft geoordeeld da
OM-cassatie. Het hof verklaarde de dagvaarding nietig omdat het oordeelde dat 1. het tezamen en in vereniging met anderen geweld plegen tegen goederen innerlijk tegenstrijdig is met het gooien van één steen of één hard voorwerp en 2. het bij wijziging tenlastelegging toegevoegde
-
-
EAB Polen; tussenuitspraak; verweer m.b.t. artikel 12 OLW verworpen; de opgeëiste persoon wordt gelijk gesteld met een Nederland; de rechtbank ziet af van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW; het onderzoek wordt heropend om in navol
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Vordering tot vergoeding van schade ten gevolge van een strafbaar feit. Beroep op verjaring gehonoreerd. Artikelen 310 lid 1 en lid 4 en 316 lid 1 en lid 4 Boek 3 BW.
Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar
Zaak Anja Joos. Van het “in vereniging” plegen van geweld ex art. 141 Sr is sprake indien betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iem
In vereniging gepleegd geweld als bedoeld in art. 141 Sr. Verdachte en zijn mededaders zijn in de richting van het slachtoffer gerend, hebben zijn fiets vastgegrepen en hebben het slachtoffer omver geduwd.
Openlijke geweldpleging tegen 2 personen (A en B), art. 141.1 Sr. Omvang hoger beroep, art. 404.5 Sv. Kon hof oordelen dat tlgd. moet worden gezien als 1 feit, zodat gehele tll. aan oordeel van hof is onderworpen? Verdachte heeft tegen vonnis Rb (veroordeling t.z.v. openlijke gew
Klimaatactie in museum Het Mauritshuis bij het schilderij ‘Meisje met de Parel’. Beantwoording van de vraag of handelingen vallen binnen de reikwijdte van de artikelen 10 en 11 EVRM. Toepassing artikel 9a Sr.
Conclusie plv. AG. Art. 141.1 en 141.2 Sr. Twee middelen. 1. Mag (zwaar) lichamelijk letsel als gevolg van geweld worden meegewogen bij strafoplegging wegens veroordeling op grond van art. 141.1 Sr na vrijspraak van de strafverzwarende omstandigheid "indien dat geweld zwaar licha
Openlijk geweld door brandstichting bij ‘Het Lieverdje’ op het Spui te Amsterdam, art. 141 Sr. Klachten over 1. verwerping verweer dat vervolging en bestraffing in strijd zijn met artt. 10 en 11 EVRM en 2. ’s Hofs oordeel dat het gooien van brandbare vloeistof over een standbeeld
Conclusie AG over de uitleg van de tenlastelegging en bewezenverklaring. Is ‘een grote hoeveelheid van de middelen’ a.b.i. art. 11.5 Opiumwet ten laste gelegd?
Diefstal met braak en diefstal (art. 310 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De
Bewijs bedreiging met openlijk geweld. Van “openlijk (geweld)” in “bedreigd met openlijk geweld” a.b.i. in art. 285 Sr, is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden openbaart zodat daardoor de openbare orde wordt aangerand, zonder dat evenwel is ve
Minderjarige veroordeelde, (art. 2 Wet DNA/ 8 EVRM) 16-jarige jongen, door de kinderrechter tot een werkstraf veroordeeld voor het spuiten van graffiti (141 Sr), geen documentatie. Artikel 8 EVRM - Bij een te strikte toepassing van de uitzonderingsbepaling in artikel 2, eerste li