OM-cassatie. Grondslagverlating. ‘Wederrechtelijk binnendringen’ a.b.i. art. 138 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1971, 96. De door het Hof genoemde omstandigheid dat "nu bij eerdergenoemde vordering de toegang voor de periode van een jaar wordt ontzegd, niet m
Wetboek van Strafrecht
Art. 138 Sr
Genoemd in 239 uitspraken · Officiële wettekst
239 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Vordering tot opheffing van een lokaalverbod waarbij een zoon de toegang tot een verzorgingstehuis van moeder voor de duur van een jaar is ontzegd. De voorzieningenrechter acht het lokaalverbod op zichzelf niet onrechtmatig, maar het feit dat het is opgelegd voor de duur van een
Een van de middelen waarmee ondernemers samen met de politie overlast in winkels en horeca in een aantal plaatsen in Twente en elders in Nederland bestrijden, is het collectief winkelverbod en het collectief horecaverbod. De politierechter werpt over deze methode van het aanpakke
Bevoegdheid tot strafrechtelijke ontruiming van gekraakt bedrijfspand door kraker ten aanzien van wie een redelijk vermoeden van overtreding van art. 429sexies Sr. bestaat? Kraker beschikt met betrekking tot het pand over een huisrecht. De ontruiming, die een inbreuk oplevert op
Vordering tot opheffing van een lokaalverbod waarbij de toegang tot diverse café's in Nijmegen voor onbepaalde tijd is ontzegd. De rechtbank acht het lokaalverod op zichzelf niet onrechtmatig, maar het feit dat het is opgelegd voor onbepaalde tijd acht zij disproportioneel.
Onrechtmatige overheidsdaad. Vordering tot verbod tot strafrechtelijke ontruiming gedeeltelijk toegewezen. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat artikelen 429sexies Sr, 2 Politiewet 1993 in samenhang met artikel 124 Wet RO geen toereikende wettelijke grondslag bie
12 Sv-beklag ter zake van belediging, huisvredebreuk en wederrechtelijke vrijheidsberoving door politieambtenaren afgewezen.
Inhoudsindicatie zaaknummer / rolnummer: 201443 / KG ZA 09-151: Artikel 138 Sr, artikel 2 Politiewet juncto artikel 124 RO. Openbaar Ministerie heeft de bevoegdheid om tot ontruiming van gekraakt pand over te gaan.
De artikelen 429sexies Sr jo 2 Politiewet en 124 RO vormen geen toereikende grondslag om een inbreuk op een fundamenteel recht als bedoeld in artikel 12 Gw en artikel 8 EVRM te kunnen rechtvaardigen. Hieraan kan niet afdoen dat, zoals de Staat terecht heeft betoogd, de wetgever m
[appellante] heeft zich erop beroepen dat met een strafrechtelijke ontruiming door de Staat een ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op het in artikel 12 Grondwet en artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op bescherming van de woning. Dat [appellante] als kraker een recht op besch
Strafrechtelijke ontruiming op grond van artikel 429 sexies Sr. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat er een redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429 sexies Sr aanwezig is. De Staat der Nederlanden is in beginsel gerechtigd tot strafrechtelijke ontruiming over te
Strafrechtelijke ontruiming van een pand (redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429sexies en artikel 461 Sr). Van belang is de vraag of de Staat, op grond van redelijk vermoeden van overtreding van met name artikel 429sexies Sr, door over te gaan tot feitelijke ontruimin
Eiseres stelt dat de Staat der Nederlanden niet bevoegd zou zijn om tot ontruiming over te gaan, nu de Staat der Nederlanden daarmee in strijd zou handelen met artikel 12 Grondwet en artikel 8 EVRM. Meer in het bijzonder stelt eiseres dat ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt
Op drie achtereenvolgende dagen een ruit ingooien is onvoldoende om te spreken van stelselmatigheid; geen belaging. (Promis vonnis)
Bevoegdheid van het Openbaar Ministerie (officier van justitie) om op grond van enerzijds 124 RO en anderzijds 138 of 429sexies Sr over te gaan tot ontruiming van gekraakte panden. Voor een belangenafweging is geen plaats. Voor het antwoord op de vraag of de voorgenomen ontruimin
Bevoegdheid van het Openbaar Ministerie (officier van justitie) om op grond van enerzijds 124 RO en anderzijds 138 of 429sexies Sr over te gaan tot ontruiming van gekraakte panden. Voor een belangenafweging is geen plaats. Voor het antwoord op de vraag of de voorgenomen ontruimin
Staat handelt niet onrechtmatig door krakers in de Orthenstraat in Den Bosch te ontruimen. Het is niet voldoende aannnemelijk geworden dat het gekraakte pand op het moment van kraken al een jaar lang niet meer werd gebruikt, zodat evenmin voldoende is komen vast te staan dat er g
Art. 184 Sr en art. 2 Politiewet 1993. Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering. Art. 2 Politiewet 1993 bevat een algemen
1. Besloten erf i.d.z.v art. 138 Sr. 2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. 3. Redelijke termijn. 4. Benadeelde partij. Ad 1. Van een “besloten erf” a.b.i. art. 138 Sr is sprake indien dat erf kenbaar van de omgeving is afgescheide
Gekraakt huis. Particulier die er een tweede huis op nahoudt. Belang om daar vrijelijk over te kunnen beschikken in beginsel spoedeisend. Belangen van gedaagde sub 1 rechtvaardigen niet dat van eiser zou kunnen worden gevergd dat hij zijn eigendomsrecht niet uitoefent.
Huisvredebreuk. Het verweer stelt de vraag aan de orde of i.c. sprake is van “wederrechtelijk vertoeven” en van een “vordering van een rechthebbende”, i.d.z.v. art. 138.1 Sr, op welke bepaling de tll onder 6 is toegesneden. Daarom had het Hof op dat verweer een uitdrukkelijke bes
Huisvredebreuk. Het verweer stelt de vraag aan de orde of i.c. sprake is van “wederrechtelijk vertoeven” en van een “vordering van een rechthebbende”, i.d.z.v. art. 138.1 Sr, op welke bepaling de tll onder 6 is toegesneden. Daarom had het Hof op dat verweer een uitdrukkelijke bes
Huisvredebreuk. Art. 138 Sr beoogt het huisrecht van een ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning, te beschermen. Daarbij is niet van belang of die bewoning geschiedt krachtens enig recht. Daarom is onjuist de opvatting waarop verweer en middel berusten, namelijk dat de
Art. 184 Sr en verdachte die niet voldoet aan vordering politie tot openen deur bedrijfspand, waar faillissmentscurator in wil. Bewezenverklaard is dat verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan deze vordering, welke vordering “krachtens art. 2 Politiewet 1993 en/of krachtens d
1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet vervoersvoorwaarden openbaar vervoer is beoogd een geïntegreerd stelsel van (privaat- en