Doorverwijzing naar de kantonrechter van vorderingen zowel in conventie als in reconventie. Op grond van artikel 93 c Rv worden de vorderingen inzake gedaagde 1 (aardvorderingen en samenhangende onderdelen) verwezen. Ten aanzien van gedaagde 3 (het bedrijf van gedaagde 4) betreft
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 94 Rv
Genoemd in 308 uitspraken · Officiële wettekst
308 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Internationaal bevoegdheidsincident; beroep op arbitrage en/of forumkeuzebeding in overeenkomst. Absolute en relatieve bevoegdheid.
Voormalig directeur van liefdadigheidsinstelling wordt op staande voet ontslagen. Hij berust in dat ontslag maar vordert een vergoeding stellende dat het ontslag kennelijk onredelijk is, omdat een dringende reden voor het ontslag op staande voet ontbreekt. Geoordeeld wordt dat h
Werknemer stelt te lijden aan de aandoening OPS/CTE en houdt zijn werkgever daarvoor aansprakelijk op grond van 6:175 BW en 7:658 BW. Het is aan werknemer als eiser te stellen en zonodig te bewijzen dat hij aan een dergelijke aandoening lijdt. Werknemer is blootgesteld aan giftig
In deze zaak komt de bevoegdheid van de burgerlijk rechter ter sprake in een zaak waarin partijen een kerkelijke rechtsgang hebben gevolgd.
''(...) 2.1. De rechtbank stelt vast dat de door de eisers sub 1 en 2 ingediende vorderingen elk een bedrag belopen lager dan € 5.000,--. Ter vaststelling van de bevoegdheid om over deze vorderingen te oordelen is art. 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: R
Procesrecht, verzetprocedure in hoger beroep; exploot van appeldagvaarding met formeel gebrek, relatieve nietigheid, toepasselijkheid van art. 121 lid 3 en 122 lid 1 Rv.
Huurvordering tot (o.m.) betaling van achterstallige huur €126.027,80. Huurovereenkomst m.i.v. 2001. Vanaf mei 2003 betaalt huurster € 3.400,00 in plaats van €6,428,55 (de overeengekomen huur). In september 2003 is namens huurster de huurovereenkomst buitengerechtelijk gedeelteli
Eisers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat HagaZiekenhuis onrechtmatig heeft gehandeld jegens hun minderjarige kinderen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vordering van eisers in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van deze minderjarigen in
Eigenrichting in kort geding aangenomen, zolang bodemrechter niet anders heeft bepaald.
Invorderingszaak, verzet tegen tenuitvoerlegging van een dwangbevel van een bedrijfsvereniging wegens aansprakelijkstelling ex art. 16c lid 1, aanhef en onder a, CSV voor onherroepelijke premieschulden (werknemersverzekeringen) en een administratieve boete, rechtsgeldigheid en gr
Naar voorlopig oordeel is kiosk in het evenementencomplex een voor het publiek toegankelijk lokaal als bedoeld in artikel 7:290 BW. Zaak wordt verwezen naar sector kanton van deze rechtbank. Geen anticipatie op komend recht; geen ambtshalve oordeel over de relatieve bevoegdheid.
Aandelenlease-capital effect. De rechtbank geeft zowel Dexia en NBG Finance als eisers de gelegenheid zich uit te laten over de (afwezigheid van een) wettelijke regeling van subjectieve cumulatie en de consequenties hiervan voor de onderhavige zaak, in aanmerking genomen dat de z
10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/043HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. Z.B. Gyömörei, t e g e n DE BELASTINGDIENST/RIVIERENLAND, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Onder-neminge
Geschil over de plaatsing van advertenties. Eiser zeggen hiertoe geen opdracht te hebben gegeven. Zij stellen te zijn misleid door gedaagden.
competentie kantonrechter; samenhang tussen vorderingen; art. 94 lid 2 Rv
Arbeidsrecht; procesrecht. Nu er sprake is van een hoofdzaak en een zaak in vrijwaring waarvan er tenminste één een vordering betreft als bedoeld in art. 93 sub c Rv., dienen beide zaken door de kantonrechter behandeld te worden en beslist overeenkomstig artikel 94 lid 4 Rv.
-
-
-
-
-
-
-
-