Contradictoir. geen verwijzing kanton in afwijking van 94 lid 2 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 94 Rv
Genoemd in 308 uitspraken · Officiële wettekst
308 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Appartementsrecht. Beroep op nietigheid besluit VvE. Kantonrechter bevoegd?
Deze zaak gaat over een vrachtwagenchauffeur uit Tadzjikistan, die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor een transportbedrijf uit Litouwen. De werknemer stelt een loonvordering op zijn werkgever te hebben. Om zijn vordering kracht bij te zetten, heeft de werknemer
Tussenvonnis. Beroep op dwaling (6:228 BW) na koop aandelen bedrijf. Schending mededelingsplicht verkoper door koper niet te informeren over onregelmatigheden. Dwalingsnadeel dient nader te worden vastgesteld.
Verwijzing naar de kantonrechter. Artikel 94 lid 2 en 3 Rv. Samenhang verzet zich tegen afzonderlijke behandeling.
De vraag die voorligt, is of tussen partijen een overeenkomst voor de koop van het bedrijfspand tot stand is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat tussen partijen geen koopovereenkomst tot stand is gekomen.
Geschil over uittreding van een vennoot uit een v.o.f. Welke afspraken zijn er gemaakt? Nakoming. Wettelijke (handels)rente? Gedeeltelijke doorverwijzing reconventie naar kantonrechter (loonvordering) op grond van artikel 71 lid 2 Rv.
Geen grondslag voor ambtshalve verwijzing kanton.
Incident doorverwijzing kantonrechter toegewezen. Samenhang vorderingen verzet zich tegen aparte behandeling door rechtbank en kantonrechter.
Huurovereenkomst. Vernietiging deel algemene voorwaarden. Geen rechtvaardiging voor ontbinding huurovk. Door rechtsverwerking slaagt beroep op verbod op permanente bewoning niet. Geen recht van opstal. Onvoldoende zwaarwegende grond voor opzegging huurovk
kort geding, ontruiming
schade aan skibaan, zaakwaarneming, geen onrechtmatig handelen
Werknemer mocht erop vertrouwen dat werkgever instemde met vaststellingsovereenkomst; werkgever is via haar gemachtigde aan de vaststellingsovereenkomst gebonden op grond van artikel 3:66 lid 1 BW dan wel artikel 3:61 lid 2 BW; de omstandigheid dat werknemer in dienst treedt bij
Door een eigenaar van een vakantiewoning wordt zijn lidmaatschap van de VvE beeindigd, betalingsverplichting ten aanzien van (bestuurs)kosten en kosten beheerder blijft bestaan nu deze kosten samenhangen met de mandelige eigendom van de vakantiewoning. Vve komt vorderingsrecht to
Onder omstandigheden kan de wijze van bejegening grond opleveren voor het oordeel dat sprake is van schijn van partijdigheid van de rechter, namelijk voor zover uit die bejegening een objectief te rechtvaardigen grond is af te leiden voor de vrees dat het de rechter aan onpartijd
Verwijzingsincident. Verwijzing naar kanton. Arbeidszaak.
Rechtbank verwijst zaak ambtshalve naar de kantonrechter vanwege de aard van de vordering. Ter comparitie is de bevoegdheidsvraag niet aan de orde geweest. Appel tegen verwijzingsbeslissing met beroep op doorbreking grond schending hoor- en wederhoor. Hof verwerpt dit beroep, ond
Arbeidszaak. Onrechtmatige concurrentie? Eiser (in conventie) vordert veroordeling van zijn voormalige werkgever tot betaling van (o.a.) het krachtens de eindafrekening aan hem toekomende loon. Werkgever voert aan dat werknemer 1) toerekenbaar tekortgeschoten is door tijdens het
Doorverwijzing naar de kantonrechter van vorderingen zowel in conventie als in reconventie. Op grond van artikel 93 c Rv worden de vorderingen inzake gedaagde 1 (aardvorderingen en samenhangende onderdelen) verwezen. Ten aanzien van gedaagde 3 (het bedrijf van gedaagde 4) betreft
Huurvordering tot (o.m.) betaling van achterstallige huur €126.027,80. Huurovereenkomst m.i.v. 2001. Vanaf mei 2003 betaalt huurster € 3.400,00 in plaats van €6,428,55 (de overeengekomen huur). In september 2003 is namens huurster de huurovereenkomst buitengerechtelijk gedeelteli
Naar voorlopig oordeel is kiosk in het evenementencomplex een voor het publiek toegankelijk lokaal als bedoeld in artikel 7:290 BW. Zaak wordt verwezen naar sector kanton van deze rechtbank. Geen anticipatie op komend recht; geen ambtshalve oordeel over de relatieve bevoegdheid.