Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Groep passagiers eist bij gezamenlijke dagvaarding compensatie voor vertraagde vlucht op grond van EU-verordening 261/2004. Het schadebedrag per passagier ligt beneden de appelgrens van art. 332 Rv. Is de luchtvaartmaatschappi
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 94 Rv
Genoemd in 308 uitspraken · Officiële wettekst
308 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Kort geding. Inzagevordering wordt op de primaire en subsidiaire grondslag afgewezen. Bij de gevorderde vergoeding van herstelkosten voor het riool bestaat geen spoedeisend belang. Ook het gevorderde herstel van het riool wordt afgewezen omdat onduidelijk is wat er hersteld moet
Bevoegdheidsincident. Sectorbevoegdheid (civiel v kanton). Vorderingen van onbepaalde waarde. Art. 93 sub b Rv. Art. 94 lid 1 Rv. Niet op geld waardeerbare vorderingen.
Bevoegdheidsincident. Sectorbevoegdheid (civiel vs kanton). Verdeling woning na echtscheiding. Art. 3:185 BW.
-
Tussenvonnis. Voornemen om te verwijzen naar team handel en haven.
Verwijzing naar kanton. Duidelijke aanwijzingen dat het totaal van de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigt dan 25.000 euro.
Eisers vorderen in de hoofdzaak samengevat naast het overleggen van informatie, stukken en administratie en het afleggen van rekening en verantwoording door gedaagde een bedrag van € 10.000,- met wettelijke rente, een bedrag van € 24.000,- met wettelijke rente en een bedrag van €
Incident tot verwijzingv voor kanton afgewezen. Hoofdsom met rente en buitengerechtelijke kosten meer dan € 25.000,-.
Incident met betrekking tot onnbevoegdverklaring en verwijzing naar de kantonrechter. Primaire vorderingen in hoofdzaak hebben geen aanwijzingen voor een waarde van lager dan € 25.000,00. Rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Vonnis in incident tot verwijzing naar de kantonrechter. Onvoldoende duidelijke aanwijzingen dat de vorderingen ten hoogste € 25.000 bedragen. Incidentele vordering afgewezen.
Incident, exceptie van onbevoegdheid. Vorderingen vertegenwoordigen een hogere waarde dan € 25.000,-. De kantonrechter verklaart zich op grond van artikel 93 Rv onbevoegd en verwijst de zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken.
Verwijzing naar handel nu onvoldoende duidelijk is dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000
Vonnis in incident. Competentie kantonrechter. Toepassing artikel 93 en 94 Rv.
Bevoegdheid kantonrechter. Objectieve (meerdere vorderingen) en subjectieve (meerdere gedaagden) cumulatie. Incidentele vordering en ambtshalve beoordeling. Uitlating.
Bevoegdheidsincident: vorderingen kunnen niet in geld worden uitgedrukt en zijn derhalve van onbepaalde waarde, rechtbank is bevoegd.
Vonnis in incident. Geen verwijzing naar kanton. Vorderingen van onbepaalde waarde. Geen duidelijke aanwijzingen dat de waarde het bedrag van EUR 25.000 niet te boven gaat.
Eisers hebben gedaagde in kort geding bij de kantonrechter gedagvaard, omdat er bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het pand naast het pand waarvan eisers eigenaar zijn. Deze werkzaamheden zijn niet volgens de regels verlopen en het College van B&W heeft om die reden een b
Incident. Verwijzing ex artikel 93 Rv naar de kantonrechter? Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat de vorderingen niet boven een waarde van € 25.000,- uitkomen. Afwijzing incidentele vordering.
Partij A is sinds 15 september 2018 eigenaar van het perceel met woning en aanhorigheden te adres 1. Partij B is eigenaar van het perceel met woning en aanhorigheden te adres 2. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de vraag waar de erfgrens ligt. Hierbij beroept partij A
Bevoegdheid kantonrechter. Verwijzing. Cumulatie van geldvordering en vordering van onbepaalde waarde. Duidelijke aanwijzing voor financieel belang van vordering van onbepaalde waarde.
Incident, voeging, competentiegrens kantonrechter.
Burenruzie. Geschil over uitleg van afspraken in de vaststellingsovereenkomst. Een paar vorderingen worden toegewezen, het merendeel wordt afgewezen. Gedeeltelijke toewijzing van de kosten voor onderzoek.
De rechtbank wijst de incidentele vordering van partij B af en bepaalt in de hoofdzaak dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 april 2024. Partij A vorderde een verklaring voor recht dat partij B toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar overeenkomst met partij
Uitleg overeenkomst. Haviltex-criterium. Eiser (E) en gedaagde 1 (G1) zijn samen bestuurders en aandeelhouders geweest van gedaagde 2 (G2). Zij zijn samen met een derde (D) een overnameovereenkomst aangegaan, waarbij D de aandelen en de rekening-courantvordering van E in/op G2 he