Toegewezen verzoek. Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod. De rechtbank heeft de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter ten onrechte niet beantwoord. Algemene voorwaarden.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 8 Rv
Genoemd in 137 uitspraken · Officiële wettekst
137 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Internationaal bevoegdheidsincident tussen twee in de Verenigde Staten gevestigde vennootschappen. MMS heeft als middelijk vertegenwoordiger voor een scheepseigenaar drie H&M verzekeringen en één P&I verzekering afgesloten. NHM is de scheepsmakelaar door wiens tussenkomst de ver
Internationale bevoegdheid. Canadese gedaagde. Toch is de EEX-Verordening van toepassing o.g.v. artikel 4 EEX-VO jo. artikel 23 EEX-VO. De gestelde forumkeuze is expliciet overeengekomen.
Internationaal bevoegdheidsincident, EVEX, forumkeuzebeding, plaats van uitvoering van de overeenkomst; plaats waar de ava wordt gehouden.
Verzetzaak. Het vonnis waarvan verzet wordt grotendeels bekrachtigd. In reconventie worden gelegde executoriale beslagen opgeheven.
Bevoegdheidsincident: toegewezen. Nederlandse eiser (curator), Zuid-Afrikaanse gedaagde. Of sprake is van de door eiser gestelde forumkeuze dient o.b.v. art. 4 lid 1 jo art. 23 EEX-Vo aan de hand van art. 23 EEX-Vo te worden beoordeeld. Aan de hand van die maatstaf is er geen spr
Wat is de rechsmacht in een internationale kwestiewaarin de EEX-Verordering niet van toepassing is? Rechtsmachtvraag in zaak, waarin gedaagde is gevestigd te Jersey (Kanaaleilanden). EEX-Verordening niet van toepassing, nu Jersey geen lid in van de EU. Restrictieve uitleg van art
Bevoegdheidsincident.
Rechtsmacht Nederlandse rechter m.b.t. vordering tegen (Duitse) cognossementsvervoerders en hun aansprakelijke vennoten en m.b.t. exhibitieincident. Geldigheid jurisdictieclausule. Art. 23 EEX-Vo, art. 5 onder 1 en 3 EEX-Vo, art. 629 Rv en art. 8:461 BW.
In dit incident gaat het er om of de Nederlandse rechter in de zaak tussen Vreugdenhil en Seafreight, welke vennootschap in Nederland geen woon- of verblijfplaats heeft, rechtsmacht toekomt dan wel of de rechtbank zich onbevoegd had dienen te verklaren op grond van de in het cogn
Overeenkomstenrecht; De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of de Overeenkomst d.d. 23 juni 1995 is geëindigd en zo ja wanneer, en zo nee wanneer deze eindigt dan wel moet eindigen. Het gaat met andere woorden om de uitleg van artikel 8 van de Overeenkomst. De r
-