Echtscheidingsbeschikking niet ingeschreven. In hoger beroep vernietiging gehele beschikking verzocht, maar geen grieven gericht tegen de echtscheidingsbeslissing; termijn art. 1:163 lid 3 BW vangt aan nadat appelbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan (HR 22 oktober 2010, L
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 820 Rv
Genoemd in 548 uitspraken · Officiële wettekst
548 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Beroep op matiging wegens grievend gedrag onderhoudsgerechtigde jegens onderhoudsplichtige afgewezen. Limitering van de alimentatieduuur, op grond van 1:157 lid 3 BW. Voor beiden partijen is dit huwelijk het tweede huwelijk en kinderloos. De vrouw heeft tijdens huwelijk fulltime
De ambtenaar heeft geweigerd echtscheidingsbeschikking in te schrijven wegens het ontbreken van een verklaring als bedoeld in het Haags betekeningsverdrag. De rechtbank gelast de ambtenaar tot inschrijving over te gaan. Het Haags betekeningsverdrag staat niet in de weg aan het in
Arubaanse zaak. Vader is in beroep tegen beslissing van het GEA om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag. Hof belast de ouders gezamenlijk met het gezag en past de omgangsregeling aan.
Familierecht. Echtscheiding; een beschikking houdende echtscheiding waartegen hoger beroep is ingesteld, gaat pas in kracht van gewijsde in de zin van art. 1:163 lid 3 BW, nadat de appelbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan, ook in de gevallen dat het hoger beroep wellicht
De man is ontvankelijk in zijn beroep, omdat niet artikel 358, lid 2, Rv in deze van toepassing is, maar artikel 820 Rv dat een afwijkende regeling geeft voor de aanvang van de beroepstermijn in een procedure waarbij een verzoek tot echtscheiding is toegewezen.
De man heeft verzocht tot doorhaling van de akte van inschrijving van een rechterlijke uitspraak, ingeschreven in het register van echtscheidingen. De ambtenaar heeft geen verweer gevoerd, de vrouw wel. De vrouw is primair van mening dat het verzoek van de man nietig is, nu niet
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepstermijn (tijdig). Inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand doorgehaald (LJN-nummer BK1182). Belang van de procedure is hiermee komen te ontvallen.
Kosten van verzorging en opvoeding minderjarige na echtscheiding. Hoger beroep tijdig ingesteld, artikel 820 Rv. Stellingen onvoldoende onderbouwd; goede procesorde.
Na echtscheidingsprocedure waarin de man geen verweer heeft gevoerd en niet is verschenen, stelt de man dat hij in verzet komt tegen deze 'bij verstek' gewezen beschikking. Uit art. 820 Rv volgt binnen welke termijn de in eerste aanleg niet verschenen echtgenoot hoger beroep kan
Partner- en kinderalimentatie. Ontvankelijkheid hoger beroep artikel 820 Rv. Draagkracht van de man: onvoldoende onderbouwd.
Voortgezet gebruik van de echtelijke woning; betaling van de lasten mede in relatie tot de partneralimentatie. Matiging partneralimentatie op grond van gedraging van de vrouw afgewezen. Onderhoudplichtige heeft buitenlands inkomen. Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
Echtscheiding uitgesproken naar Marokkaans recht. Rechtbank doet twee verzoeningspogingen.
Limitering alimentatie oud of nieuw. WLA wèl of niet van toepassing in een geval waarin vóór de inwerktreding van de wet een voorlopige alimentatie is vastgesteld, geldende voor de periode na de ontbinding van het huwelijk?
Niet verschenen in eerste aanleg is de man die geen verweerschrift heeft ingediend en niet op de mondelinge behandeling is verschenen. Termijn van beroep.
Ontvankelijkheid. Onderscheiden periodes van betaling kinderalimentatie. Draagkrachtbeoordeling. Verdeling van de kosten over beide ouders. Boedelverdeling en verrekenposten.
Alimentatie. Behoefte. Draagkracht directeur grootaandeelhouder.
Verrekening en vaststelling van de vergoedingsvordering op grond van de huwelijkse voorwaarden. Verklaring voor recht.
Personen- en familierecht, nieuw echtscheidingsrecht. Door [appellant], wonende te [woonplaats], is hoger beroep is ingesteld van de beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 24 november 2003 waarbij de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] te [plaats] (Marokko
18 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/079HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. B.F.F. Gosschalk-Davidson, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, ad
-
Doorhaling inschrijving echtscheidingsvonnis. Rekestprocedure; hoger beroep; belanghebbende (art. 429n Rv). Aanvang termijn ex art. 1:163 lid 3 BW. Misbruik van bevoegdheid. Belang.
Geldleeningen, ook al geschieden deze ter bestrijding van de gewone en dagelijksche uitgaven der huishouding, behooren niet tot de handelingen of verbintenissen in art. 164 B.W. bedoeld. De originele conclusie is helaas niet meer voorhanden. De tekst van de gepubliceerde conclusi