Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Toerekening aan de achterman op grond van het risicobeginsel; HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115 (ING/Bera). Daaraan te stellen eisen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 80 Rv
Genoemd in 57 uitspraken · Officiële wettekst
57 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Luchtvaartzaak. Indien in de dagvaarding alle voor de beslissing van belang zijnde feiten, waaronder de cessie, volledig en naar waarheid zouden zijn aangevoerd, zou de vordering op voorhand kansloos zijn geweest. Door een procedure op naam van de passagiers in te stellen in een
Europees recht. Verordening (EU) nr. 1308/2013 (gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten). Vorderingen brancheorganisatie zuivelindustrie tegen producent van sojaproducten t.z.v. gebruik van aan zuivelproducten voorbehouden aanduidingen, zoals yoghurt en
Europees recht. Verordening (EU) nr. 1308/2013 (gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten). Vorderingen brancheorganisatie zuivelindustrie tegen producent van sojaproducten t.z.v. gebruik van aan zuivelproducten voorbehouden aanduidingen, zoals yoghurt en
Onbevoegde vertegenwoordiging door advocaat bij verkoop vastgoedportefeuille. Wederpartij heeft gerechtvaardigd vertrouwd op het bestaan van een toereikende volmacht van de advocaat op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit na
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Auteursrecht. Dwangsom. Proceskosten; art. 1019h Rv.
Opdrachtovereenkomst. Opdracht door advocaat t.b.v. cliënten; inspanningsverplichting o.b.v. no cure no pay. Niet-nakoming door opvolgend advocaat. Causaal verband. Grondslag vordering.
Kort geding. Incasso van facturen voor fiscale diensten en werkzaamheden als bestuurder.
Wvggz. Horen van betrokkene. Onderzoeksplicht van rechter. Verklaring van advocaat namens betrokkene. Art. 6:1 Wvggz.
Civiel recht. Bodemzaak. Meervoudige kamer. Vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad naar aanleiding van strafrechtelijke veroordeling wegens ontucht met minderjarige. Verplaatste schade (artikel 6:107 lid 1 onder a BW). Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de
7:686 BW; finale kwijting
7:686 BW; finale kwijting
KG executoriaal beslag ten laste van de Staat der Nederlanden, gelegd onder Staatsloterij BV opgeheven omdat advocaat niet op basis van een cessie een executoriale titel ten laste van de Staat heeft.
Tussenvonnis. Voornemen tot veroordeling van de gemachtigde van de passagier op grond van artikel 245 Rv in de proceskosten.
Luchtvaartzaak, rechtsgeldige cessie; passagiers zijn niet meer vorderingsgerechtigd, omdat zij hun vorderingsrechten hebben overgedragen aan AirHelp. Passagiers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun vordering. Incidentele vordering tot tussenkomst van AirHelp, cessionaris van de
aanneming van werk, regiebasis/urengeld, toepasselijkheid algemene voorwaarden
KG advocaat die voor cliënt in rechte heeft opgetreden is niet zonder meer bevoegd nadien een schikking te treffen, althans de wederpartij mag niet zonder meer op die bevoegdheid vertrouwen.
Luchtvaartzaak. Indien in de dagvaarding alle voor de beslissing van belang zijnde feiten, waaronder de cessie, volledig en naar waarheid zouden zijn aangevoerd, zou de vordering op voorhand kansloos zijn geweest. Door een procedure op naam van de passagier in te stellen in een k
Onrechtmatige overheidsdaad. Heeft Staat onrechtmatig gehandeld door procedure van rechter te financieren, waarin deze schadevergoeding van advocaat vorderde wegens volgens die rechter misleidende uitlating dat hij met advocaten belde over een zaak? Was brief Raad voor de rechtsp
Procesvolmacht gemachtigde betwist De procesvolmacht van de gemachtigde van eiser is door gedaagde gemotiveerd betwist. Gemachtigde van eiser heeft vervolgens aangaande zijn procesvolmacht niets gesteld, daarom staat niet vast dat eiser opdracht heeft gegeven om die procedure te
Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Toerekening aan de achterman op grond van het risicobeginsel; HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115 (ING/Bera). Daaraan te stellen eisen.
Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Vervolg van HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5369. Toerekening aan de achterman op grond van het risicobeginsel; HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115 (ING/Bera). Daaraan te stellen eisen.
BOPZ; voorlopige machtiging. Patiënt niet verschenen. Niet is vastgesteld dat de patiënt niet van zich wil doen horen. HR 14 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2283, NJ 1997/378.
Procesrecht; betwisting van procesvolmacht en last aan procureur van tijdens geding herleefde rechtspersoon; onderzoek rechter.