Ondertoezichtstelling kind; art. 1:377a BW.Aanwijzing door Bureau Jeugdzorg aan ouders over omgang ingetrokken; belang bij toetsing rechtmatigheid van die aanwijzing; eerbiediging ‘family life’ in de zin van art. 8 EVRM (HR 14 oktober 2011, LJN BR5151, NJ 2011/596).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 807 Rv
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
De twaalfjarige minderjarige verblijft in een Medisch Kinderhuis. De ouders zijn gedwongen ontheven van het ouderlijk gezag. De voorzieningenrechter stelt vast dat de minderjarige ten aanzien van één van de lopende (appel)procedures een eigen rechtsingang heeft maar dat dit niet
Het hof acht een gesloten uithuisplaatsing met het oog op het waarborgen van de veiligheid van de minderjarige in de thuissituatie een te ingrijpend middel.
Tegen verzoek een aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren op grond van artikel 259 BW staat slechts cassatie in het belang van de wet open (807 Rv) Wetsgeschiedenis noopt niet tot doorbreking van het appèlverbod.
vervangende toestemming voor medisch ingrijpen geweigerd
Verzoek opheffing/ beëindiging UHP
Gewone verblijfplaats van de minderjarige: Artikel 358 lid 1 Rv juncto 807 RV: geen gronden om appellante in het hoger beroep te ontvangen.
de noodzaak van een machtiging tot gesloten plaatsing Een machtiging tot plaatsing in een voorziening (accommodatie) voor gesloten jeugdzorg kan op grond van artikel 29b Wjz onder meer worden verleend indien tweede lid onder a- de jeugdige onder toezicht is gesteld, en -derde li
Na langdurige uithuisplaatsing - nog - geen reden om die maatregel niet te verlengen. Doelstelling van OTS en uithuisplaatsing bij jong kind.
Een beslissing waarbij een voorlopige ondertoezichtstelling wordt uitgesproken staat niet open voor hoger beroep, tenzij er sprake is van een schending van een zo fundamenteel rechtsbeginsel, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak in eerste aanleg niet meer
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
-
-
-
-