Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien het verzoek niet van hem/
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 798 Rv
Genoemd in 494 uitspraken · Officiële wettekst
494 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Heeft minderjarige recht op inzage en afschrift van processtukken in procedure met betrekking tot zijn ondertoezichtstelling? Positie minderjarige als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv. Art. 811 lid 1 aanhef en onder d Rv.
Verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap (art. 1:200 BW) en tot vaststelling vaderschap van een ander (art. 1:207 BW). Kring van belanghebbenden en recht van hoger beroep van broer of zuster; art. 358, 798 en 806 Rv. Procesreglement overige (Boek 1) zaken (Stcrt 2005,
Familierecht. Ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing. Broer geen belanghebbende bij beslissing van kinderrechter tot uithuisplaatsing van zijn broers en zusters. Gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en voor elk kind afzonderlijk moet w
Personen- en familierecht. Machtiging curatele (art. 1:386 BW). Verkoop van een pand (art. 1:345 lid 1 BW). Belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv.
Familierecht. Onderbewindstelling. Verzoek bewindvoerder machtiging tot opheffing huwelijkse voorwaarden. Art. 1:441 lid 2 BW. Kring van belanghebbenden en recht van hoger beroep zoons van de rechthebbende. ‘Eigen rechten’ rechtstreeks in het geding? Art. 798 lid 1 Rv. Machtiging
Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
Personen- en familierecht. Zelfstandig verzoek minderjarige tot benoeming bijzonder curator; art. 1:250 BW (HR 4 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4850, NJ 2005/422). Informeel verzoek minderjarige tot toekennen eenhoofdig gezag, omgang of informatie, verdeling zorg- en opvoedings
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Personen- en familierecht. Verzoek tot wijziging voornaam kind. Is verwekker belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv? HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:463, en HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488.
“Ondertoezichtstelling onder meer gericht op contactherstel. Art. 798 lid 1 Rv., art 8 lid 1 EVRM. Moeder zonder gezag, informant in eerste aanleg, is in hoger beroep als belanghebbende aangemerkt. De termijn van de ondertoezichtstelling uit de bestreden beschikking is inmiddels
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Uitlating in behandeling nemen prejudiciële vragen (art. 392 en art. 393 Rv). Beschermingsbewind (art. 1:431 BW). Forfaitaire verhuiskostenvergoeding bewindvoerder. Is rechthebbende aan te merken als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv in geval verzoek bewindvoerder to
Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Kantonrechter verleent aan bewindvoerder machtiging voor verkoop van woning van rechthebbende. Rechthebbende stelt van deze beslissing hoger beroep in. Hof bekrachtigt beslissing van kantonrechter. Vraag of hof rechthebbende ten onre
Ondertoezichtstelling. Vader vordert in kort geding o.a. Plan van Aanpak en overleg daarover. Vader geen belanghebbende in de zin van artikel 789 lid 1 Rv, nu hij geen gezag heeft (ECLI:NL:HR:2014:2665). Vordering volledige toegang tot dossiers en contactjournaals Jeugdzorg stran
Procesrecht. Afstamming. Is de vrouw belanghebbende bij verzoek tot vaststelling van vaderschap van haar overleden man (art. 798 lid 1 Rv, art. 1:207 BW?
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Personen- en familierecht, procesrecht. Beschermingsbewind. Vermogen van de man onder bewind gesteld. Kantonrechter verleent machtiging aan bewindvoerder om accountant in te schakelen. Is echtgenote ontvankelijk in hoger beroep tegen beschikking kantonrechter? Begrip 'belanghebbe
Ondertoezichtstelling. Hof merkt vader zonder gezag aan als belanghebbende mede op grond van internationale wetgeving. Sprake van 'family life' als bedoeld in artikel 8 EVRM.
Naamrecht. Geschil tussen vader en moeder van een minderjarig kind over de wijziging van de bij geboorte verkregen geslachtsnaam van de moeder; toepassing van art. 1:5 lid 2 BW, strijd met art. 7 lid 1 IVRK en art. 8 en 14 EVRM?; mogelijkheid wijziging geslachtsnaam bij meerderja
Familierecht. Ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing. Broer geen belanghebbende bij beslissing van kinderrechter tot uithuisplaatsing van zijn broers en zusters. Gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en voor elk kind afzonderlijk moet w
Schadevergoeding als bedoeld in artikel 10:12 lid 3 Wvggz. In hoger beroep ligt voor wie belanghebbende is in deze zaak en wie aanspraak kan maken op vergoeding van materiele schade.