Verzoek machtiging uithuisplaatsing, rechtsmacht Nederlandse rechter, gewone verblijfplaats
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 76 Rv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vernietiging alg. vw.; uitlating o.g.v. 76 Rv.
karakteristiek: bijzondere bevoegdheid art. 5, aanhef en sub 3 EEX-Vo
Verzoek omzetting faillissement in WSNP. HR 29-01-2010. Overdracht. Devolutieve werking appel. HR 22-04-2011. HR 10-06-2005. Bewijsaanbod gepasseerd.
Onbevoegdverklaring door de rechtbank. Terugverwijzing.
Gemeente heeft inwoner krediet verstrekt om schuldpositie te saneren. Heeft thans woonplaats in een andere lidstaat van de EU; kan in Nederland worden opgeroepen omdat de terugbetaling hier moet worden uitgevoerd. Nederlands recht overigens als toepasselijk beschouwd.
Aannemer huurt damwanden ten behoeve van een nieuwbouwproject. In overleg met zijn opdrachtgever verwijdert de aannemer de damwanden niet. Opdrachtgever betaalt in het kader van meer-minderwerk een vergoeding. Aannemer failleert. Eigenaar damwanden vordert vergoeding van de opdra
Omgang en bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een zaak waarin het kind in Nederland heeft gewoond, maar in 2006 met de moeder naar een onbekende bestemming in het buitenland is vertrokken. Rv art. 9, sub b.
Internationaal privaatrecht. Art. 23 EEX-Verordening en de forumkeuze in algemene voorwaarden. Huurovereenkomst roerende zaak is geen dienstverstrekkingsovereenkomst in de zin van art. 5 sub 1 onder b EEX-Verordening.
Vervolg HR 4 april 2008, LJN BC3305, NJ 2008, 202. Prejudiciële vragen van uitleg aan HvJEU. Beantwoording door HvJEU bij arrest van 16 juli 2009, nr. C-189/08, LJN BJ3757. Termen “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” als bedoeld in art. 5, aanhef en onder
Koerswijziging in hoger beroep niet onaavaardbaar; geen toepasselijkheid algemene voorwaarden (arbitraal beding) op de grond dat die voorwaarden in de branche meestal worden toegepast, nu wederpartij die markt voor het eerst betrad
Arubaanse zaak. Betreft verzoek om oproeping in vrijwaring van een derde. Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 lid 1 Rv, is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechts
conflictenregel van art. 21 EVEX
Het hof is – anders dan MRM – van oordeel dat art. 19 van de EG-Betekeningsverordening niet meebrengt dat de rechtbank gehouden was de zaak gedurende zes maanden aan te houden om MRM de gelegenheid te bieden het bewijs van betekening over te leggen. In de parlementaire geschieden
Tussen de curator en [geïntimeerden] bestond voorafgaand aan de bespreking van 6 oktober 2004 een potentieel geschil met betrekking tot de inbreng van [geïntimeerden] in de c.v. Indien de partijen dat geschil niet onderling hadden kunnen oplossen en ter beslechting van dat geschi
WTBZ-bevoegdheid van de Rechtbank
Gelet op hetgeen Finata heeft gesteld en de door haar in het geding gebrachte kredietovereenkomst, is geen sprake van een overeenkomst als bedoeld in art. 15 lid 1 sub 1 sub a of b EEX-Vo, nu niet blijkt dat de kredietovereenkomst is gesloten in verband met de koop van een roeren
huurovereenkomst of pachtovereenkomst? In casu sprake van een pachtovereenkomst.
Bevoegdheid gewone rechter, toepasselijkheid arbitragebeding.
In hoger beroep is de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter in casu rechtsmacht heeft, nu het kind ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek zijn gewone verblijfplaats had in België, maar tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland verkrijgt. Het
-