Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 76 Rv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Internationaal privaatrecht; bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging. Litispendentie, art. 12 Rv. Toepassing van art. 12 Rv in eerste aanleg en in hoger beroep. Erkenning van buitenlandse beslissing naar commuun internationaal privaatrecht: moet buitenlandse beslissing onherr
Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding verenigbaar met het eenzijdig dwingende recht met betrekking tot particuliere opdrachtgeve
IPR; vordering tot betaling van uitgestelde bruidsgave. Dezelfde vordering is eerder aanhangig gemaakt bij de Iraanse rechter. Litispendentie? Art. 12 Rv niet van toepassing wanneer litispendentie zich voordoet in de verhouding tot een vreemde staat waarmee Nederland geen – bilat
Collectieve actie The Privacy Collectie tegen Oracle en Salesforce. WAMCA. Ontvankelijkheidsvereisten belangenorganisatie. Moment voor toetsing van de ontvankelijkheid, representativiteitsvereiste, gelijksoortigheidsvereiste, feitelijke belangenbehartiging, governance en transpar
Hof bekrachtigt beslissing kantonrechter: onbevoegd in verband met een arbitragebeding. Geen aanspraak op volledige proceskostenvergoeding.
Art. 3:305a BW (oud). Procesrecht. Collectieve actie stichting ten behoeve van slachtoffers van storting afvalstoffen in Ivoorkust. Rechtsmacht Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 onder 1 Verordening Brussel I-bis? Verbod van terugverwijzing. Gelijksoortigheids- en waarborgvereiste
Collectieve actie. Verklaring voor recht m.b.t. manipulatie van JPY LIBOR rentebenchmark. Rechtsmacht van de Nederlandse rechter (art. 8 sub 1 Brussel I-bis, art. 6 sub 1 EVEX II-Verdrag, art. 7 lid 1 Rv); eenzelfde situatie rechtens. Ontvankelijkheidseisen (art. 3:305a (oud) BW)
Arbitragerecht. Arbeidsrecht. Is de aard van de rechtsbetrekking (wel of geen arbeidsovereenkomst) relevant voor de toetsing van de geldigheid van een arbitraal beding?
Bevoegdheidsincident; bevoegdheid Nederlandse rechter (artikel 7 Rv). Bestaat zodanige samenhang tussen vordering tegen Nederlandse en Moldavische gedaagden dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen? Vaststelling feiten: overeenkomstige toepassing
Kort geding afgifte bescheiden. Hof bekrachtigt oordeel voorzieningenrechter. Onbevoegd voor vordering gebaseerd op art. 843a Rv in verband met arbitragebeding. Afwijzing vordering gebaseerd op AVG. Geen aanspraak op volledige proceskostenvergoeding.
Bevoegdheidsincident in kartelschadezaak. Onvoldoende nauwe band tussen de vorderingen op de Nederlandse gedaagden en de buitenlandse gedaagden.
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
Internationaal privaatrecht; oneerlijke mededinging. Bevoegdheid tot het treffen van voorlopige maatregelen en litispendentie (art. 31 Brussel I-Verordening (EEX)).
Internationaal privaatrecht. Art. 23 EEX-Verordening en de forumkeuze in algemene voorwaarden. Huurovereenkomst roerende zaak is geen dienstverstrekkingsovereenkomst in de zin van art. 5 sub 1 onder b EEX-Verordening.
Internationaal bevoegdheidsincident; hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:2363;opdracht door topamazone in Nederland aan dierenkliniek in België tot operatie paard Lauda; bijzondere consumentenbevoegdheidsbepaling; consument? woonplaats in Nederland? Richtte opdrachtnemer haar ber
Overeenkomst met clausule voor bindend advies. Situatie waarin de clausule niet voorziet. Overheidsrechter in dit geval toch bevoegd. Gezien de omstandigheden van het geval en verzoek van partijen terugverwijzing naar de rechtbank.
Procesrecht. Toewijzing door appelrechter van vordering tegen geïntimeerde die in eerste aanleg wel, maar in hoger beroep niet is verschenen, terwijl hij dezelfde vordering tegen de andere oorspronkelijk gedaagden afwijst. Verhouding art. 139 Rv en appelprocesrecht. Omvang toetsi
Voorlopig getuigenverhoor. Bevoegde rechter. Rechtbank verstrekt in tussenvonnis aan eiseres bewijsopdracht. Hoger beroep tegen het tussenvonnis wordt daarbij opengesteld. Gedaagde deelt mee van tussenvonnis in hoger beroep te zullen gaan. Na die mededeling, maar nog voor het ins
Arbeidsrecht, IPR, bevoegde rechter. Plaats ‘van waaruit’ een piloot het belangrijkste deel van zijn verplichtingen jegens de luchtvaartmaatschappij vervulde ex artikel 21 lid 1 sub b onderdeel i Brussel I-bis Verordening, mede aan de hand van de thuisbasis in de zin van Verorden
Arbeidsrecht, IPR, bevoegde rechter. Plaats ‘van waaruit’ een piloot het belangrijkste deel van zijn verplichtingen jegens de luchtvaartmaatschappij vervulde ex artikel 21 lid 1 sub b onderdeel i Brussel I-bis Verordening, mede aan de hand van de thuisbasis in de zin van Verorden
1. Wisseling van procespartij. 2. Overeenkomst is onderhandse akte en levert dwingend bewijs op ten aanzien van hetgeen partijen hebben afgesproken over de bevoegde rechter in geval van een geschil. Partij mag tegenbewijs leveren.
Verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis; artikelen 11 en 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, artikel 8 van de Verordening (EG) Nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 (Brussel II-bis), artikel 431 Wetboek van
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarige. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
IPR. Forumkeuzebeding in internationale handelsovereenkomst: de rechter te Amsterdam. Afgifte van dagvaarding conform artikel 19 Betekeningsverordening is voldoende tijdig. Forumkeuzebeding in handelsovereenkomst conform artikel 25 EEX-Verordening kan niet worden opzijgezet door