Procesrecht. Geschil tussen een grondeigenaar/projectontwikkelaar van landhuizen met botenhuis en een buurman – die bij een schikking afstand heeft gedaan van zijn erfdienstbaarheid van uitzicht en zijn bezwaren tegen de verlening van bouwvergunningen heeft ingetrokken – over de
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 704 Rv
Genoemd in 301 uitspraken · Officiële wettekst
301 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Strafrecht. Door advocaten onder de Staat (openbaar ministerie) gelegd bewijsbeslag wegens beweerde schending van hun verschoningsrecht. Vordering Staat tot opheffing bewijsbeslag. Criteria Molenbeek-uitspraak (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:
29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ABN-AMRO BANK N.V., gevestigd te Ams
Beklag. Zekerheidstelling. Het conservatoir beslag ex art. 94a Sv op voorwerpen is opgeheven nadat klager zekerheid had gesteld ex art. 118a Sv van EUR 400.000,-. Stelling in cassatie is dat er op de OvJ van rechtswege de plicht rust om de gekweekte rente tussentijds uit te betal
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voor
Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald zijn van de bescheiden waarin inzage wordt gevorderd. Begrip rechtsbetrekking. Afgifte bemiddelingsdossier door advocaat. Aanvullen rechtsgronden (art. 25 Rv). Op
IPR. Procesrecht. Schorsing en hervatting van het geding na overlijden procespartij die onder tutela (curatele) was gesteld. Bewijskracht Spaanse authentieke akte van erfrecht. Bekrachtiging proceshandelingen van handelingsonbekwame door tutor: toepasselijk recht, vereiste van re
Werkgever legt twee keer conservatoir (bewijs)beslag ten laste van oud werknemer en diens nieuwe werkgever in verband met verwijt dat hij relatiebeding in vso heeft overtreden. Hof bekrachtigt vonnis van de rechtbank waarin vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen.
Kort geding. Vraag of opnieuw gelegd bewijsbelag moet worden opgeheven.
Kort geding. Exhibitievordering. Afwijzing. Niet voldaan aan vereisten artikel 843a Rv en geen spoedeisend belang. Geldvordering onvoldoende aannemelijk.
Pacht melkveebedrijf. Verdeling onderhoud van het gepachte en herstel van gebreken. Gebreken aan gepachte stallen. Schadevergoeding ex artikel 7:341 BW en pachtprijsvermindering ex artikel 7:340 BW. Ontbinding pachtovereenkomst wegens pachtachterstand. Afwijzing bestuurdersaanspr
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Procesrecht. Vordering tot terugbetaling van gefactureerde bedragen; onverschuldigde betaling? Stelplicht en bewijslastverdeling; 'verantwoordingsplicht' opdrachtnemer (art. 7:403 lid 2 BW). Nog niet in kracht van gewijsde gegane afwij
Procesrecht. Exhibitievordering (art. 843a Rv). Bedrijfsgeheimen. Bewijsbeslag. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv bij gesteld onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Relevantie van nog niet toepasselijke Richtlijn (EU) 2016/
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Bewijsbeslag. Uitgangspunt dat eerste bewijsbeslag is vervallen door kracht van gewijsde afwijzing inzagevordering (art. 704 lid 2 Rv). Mocht tweede beslag op eerder beslagen bescheiden worden gelegd onder bewaarder, die deze bescheiden nog
Vordering tot opheffing conservatoir afgiftebeslag op 48 elektrische auto's. Bevoegdheidsincident. Afwijzing vorderingen in het incident ex artikel 223 Rv. Aanhouding hoofdzaak in afwachting van procedure in Duitsland.
Vrijwaring. Broers handelden gezamenlijk en zijn daarom beiden verantwoordelijk voor schending contractueel beding en betaling boete. Samenhang met hoofdzaak (C/16548282). (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:3344)
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Art. 130 lid 3 Rv. Onttrekking advocaat van appellant na memorie van grieven en voor memorie van antwoord. Eisvermeerdering in incidenteel hoger beroep. Ook in dat geval moet eisvermeerdering aan wederpartij worden betekend.
IVB stelt dat {Gedaagde 1} een online lastercampagne tegen haar is gestart. IVB heeft bewijsbeslag gelegd en vordert inzage in de beslagen bescheiden. Volgens IVB zal uit die bescheiden blijken dat {Gedaagde 1} verantwoordelijk is voor publicaties over IVB die anoniem of met gebr
Geschil over de loop van de grens van geleverde grond. Uitleg van de leveringsakte en van de overeenkomst. Nakoming van overige verplichtingen uit de overeenkomst. Compensatie van de waarde van de overmaat.
erfrecht; schuldeiser in een nalatenschap sluit vaststellingsovereenkomst met vereffenaars/ beneficiair aanvaarde erfgenamen over die schulden; vorderingen op grond van artikel 3:194 lid 2 BW; selbsteintritt; etc. Vorderingen afgewezen.
Zorginstelling Victorie is de afspraken uit haar overeenkomst met de gemeente Almelo niet nagekomen en moet daarom zorggelden terugbetalen aan de gemeente. De rechtbank Overijssel oordeelt in een civiele procedure dat het Almelose bedrijf geen goede ondersteuning of zorg verleend
Tweede schadestaatprocedure. Verjaringstermijn 20 jaar. Art. 3:324 en 325 lid 1 onder c BW: instellen schadestaatprocedure is daad van tenuitvoerlegging. Tweede schadestaatprocedure in strijd met goede procesorde. HR 28 november 1969, ECLI:NL:PHR:1969:AC4973. Eisvermeerdering in
Aansprakelijkheid OK-functionarissen. Overname onderneming mislukt. Vennootschap failliet. Aandeelhoudersschade. Ernstig verwijt? Omstandigheden.
Derdebeslagenen die niet voldoen aan hun verplichting tot het doen van een deugdelijke gerechtelijke verklaring worden op de voet van artikel 477a lid 1 Rv veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als waren zij daarvan zelf schuldenaars.