-
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 67 Rv
Genoemd in 94 uitspraken · Officiële wettekst
94 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 Rv. Beslissingen over de rechtsbetrekking in geschil. De reikwijdte van het gezag van gewijsde van een beschikking in een verzoekschriftprocedure waarin gedaagde niet is verschenen.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurbemiddeling met betrekking tot huur van woonruimte, art. 7:425 BW. Plaatsing van een te verhuren woning op de website van een bemiddelaar. Is aanspraak op loon een noodzakelijke voorwaarde? ‘Dienen van twee heren’, art. 7:417 lid 4 en art. 7:
Echtscheiding. Hoogte kinderalimentatie, feitelijk oordeel. Partneralimentatie: grievend gedrag alimentatiegerechtigde? Verwerping prealabel verweer, belang bij cassatieberoep, gezag van gewijsde? HR 25 mei 2007, LJN BA0902, NJ 2007/518.
In de grieven 3, 4 en 5 wordt (onder meer) betoogd dat nu in het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 1997, NJ 1997, 483 is beslist dat [naam 1] niet van [betrokkene 1] erft, daarop thans niet kan worden teruggekomen. Het hof deelt dat standpunt niet. Van belang is daarbij dat
-
Appartementsrechten. Wijziging akte van splitsing. Vervangende machtiging (art. 5:140 BW); weigering zonder redelijke grond? Eisen van redelijkheid en billijkheid. Bindende kracht vonnissen (art. 67 (oud) Rv thans art. 236 Rv); analogische toepassing op beschikkingen op verzoeksc
Arbeidsrecht. Vordering tot vergoeding immateriële schade op grond van wanprestatie na vergoeding voor deze schade in ontbindingsprocedure, art. 1637w en 1639w BW (oud). Uitkering vakantie bij einde dienstverband, uitleg begrip “loon” in art. 1638ii lid 1 BW (oud).
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Beëindiging vermogensbeheer Libisch staatsfonds rechtsgeldig? Gezag van gewijsde; grievenstelsel; art. 24 Rv; motiveringsklachten.
Bekrachtiging beschikking rechtbank waarbij verzoek om voorlopig getuigenverhoor is afgewezen. Appellant heeft geen belang bij verzoek, nu vorderingen waarop voorlopig getuigenverhoor is gericht geen kans van slagen hebben. Herroeping. Gezag van gewijsde. Artt. 186 Rv, 3:303 BW,
Wwz. Opzeggingsverbod tijdens ziekte. Ontstaan nieuwe loondoorbetalingsperiode na eerdere aanpassing van werkzaamheden aan knieklachten. Verbod in cao multimodaal vervoer tot het verrichten van nevenwerkzaamheden zonder toestemming in relatie tot artikel 7:653a BW.
Bekrachtiging beschikking rechtbank waarbij verzoek om voorlopig getuigenverhoor is afgewezen. Appellant heeft geen belang bij verzoek, nu vordering waarop voorlopig getuigenverhoor is gericht geen kans van slagen heeft vanwege gezag van gewijsde van eerder arrest tussen partijen
loonvordering c.a. afgewezen omdat CAO ABU niet van toepassing is; geen vergoeding van psychische schade.
Zakenrecht. Erfdienstbaarheid, art. 5:70 BW. Uitleg. Vraag of erfdienstbaarheid recht geeft om auto's gedeeltelijk op strook grond naast woning op dienende erf te parkeren.
Geen beroepsfout advocaat. De advocaat had het Hof niet hoeven wijzen op de Europese Overeenkomst betreffende het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht, op grond waarvan het Hof aan het Ministerie van Justitie van de Russische Federatie een verzoek om informatie met
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen eindvonnis na eerder tussentijds hoger beroep tegen deelvonnis. Geen gezag van gewijsde bij ontbreken inhoudelijke beslissing over de rechtsbetrekking in geschil.
Faillissementsrecht. Verzoek curator tot aangaan vaststellingsovereenkomst met wederpartij (art. 104 Fw). Ontvankelijkheid hoger beroep van wederpartij tegen afwijzende beschikking rechter-commissaris, art. 67 Fw. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 426 lid 1 Rv.
Vervolg op ECLI:2017:6932. Rechtbank wil vragen over Turks recht conform de in artikel 67 Rv genoemde Europese overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht, door tussenkomst van het Ministerie van Justitie in Den Haag, voorleggen aan het Turkse Mini
Afwijzing verzoek tot houden getuigenverhoor in verband met strijd goede procesorde.
Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Mededingingsrecht. Vervolg op HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2809, NJ 2011/513. Exclusief afnamebeding voor motorbrandstoffen. Art. 6 Mededingingswet (Mw). Beperking mededinging tot gevolg? Maatstaf beoordeling (HvJEU 7 december 2000, C 214/99, ECLI:NL:XX:2000:AD4227, NJ 2001/
Hoger beroep afwijzing provisionele vordering/ verbetering dictum door inlezen afwijzing conform HR 10 juli 2009, LJN:BI4193 /vragen aan IJI over Duits recht/Onvoldoende zekerheid over toewijzing hoofdvorderingen in conventie/ bekrachtiging en voortzetting hoofdzaak, voorzover ge
Art. 81 lid 1 RO. Door gemeente jegens Vereniging van Eigenaren uitgeoefende bestuursdwang; kostenverhaal op VvE-lid, hoofdelijke aansprakelijkheid, art. 5:113 lid 5 BW. Ontvankelijkheid gemeente, aanduiding in dagvaarding.
Letselschade. Deelgeschil. Wel ontvankelijk, ondanks strijd met artikel 7:954 lid 6 BW. Verzoek afgewezen op grond van artikel 1019z Rv. Nog diverse andere fundamentele geschilpunten. Begroting van en veroordeling in kosten deelgeschil.