Procesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot zekerheidstelling in Vriendschapsverdrag Colombia-Nederland? Verplichting van rechter om te onderzoeken of aangeboden wijzen van zekerheidstelling aanvaardbaar zijn (art. 6:51 BW) en
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 616 Rv
Genoemd in 72 uitspraken · Officiële wettekst
72 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Zekerheidsstelling voor de proceskosten (art. 224 Rv). Staat Vriendschapsverdrag met Colombia in de weg aan verplichting tot zekerheidstelling? Wie bepaalt welke zekerheid wordt gesteld? Mogelijkheid om bij volgend arrest terug te komen van bevolen zekerheidstelling.
Verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissing. Geen sprake van uitzondering tot zekerheidstelling ex artikel 224 lid 2 sub a en d Rv.
Procesrecht. Incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten ex de art. 414 en 224 Rv. Kostenveroordeling. Onderbouwing. Vorm zekerheid. Termijnstelling ex art. 616 lid 3 Rv.
Verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissing. Geen sprake van uitzondering tot zekerheidstelling ex artikel 224 lid 2 sub a en d Rv.
Beslagverlof verleend onder voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (701 Rv). Kan de verzoeker/beslaglegger hoger beroep instellen tegen de aan het verlof verbonden voorwaarde?
Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2019:2285 en ECLI:NL:GHSHE:2019:2880. Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten ex artikel 224 Rv. Appellante heeft niet tijdig zekerheid gesteld. Weliswaar is de zekerheidstelling tijdig in depot gestort bij de notaris, maar de bijbehorende, tijdi
Zekerheidstelling voor proceskosten ex artikel 224 Rv. Verlenging van de termijn om zekerheid te stellen ex artikel 616 lid 4 Rv.
Procesrecht, rolwaarneming; niet-ontvankelijkheid na niet voldoen aan vonnis met zekerheidstelling; verantwoordelijkheid advocaat voor handelingen op rol en kennisname gewezen vonnissen.
Zekerheidstelling voor proceskosten. Omdat de aangeboden zekerheid niet tijdig is aanvaard is op grond van artikel 616 lid 3 Rv de bevoegdheid om zekerheidstelling te eisen, vervallen.
Contradictoir. Incident. Zekerheidstelling proceskosten. Egypte. Vordering wordt toegewezen.
Zekerheidstelling termijnverlenging ogv artikel 616 lid 4 Rv
Octrooizaak. Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten. Toegewezen, maar wel voor een lager bedrag dan gevorderd en ook wordt een langere termijn voor het stellen van zekerheid gegeven.
Geen zekerheid gesteld voor proceskosten. Eiseres niet ontvankelijk in de hoofdzaak. Ook niet ontvankelijk in het nader opgeworpen incident tot het treffen van een voorlopige voorziening. Strijd met de goede procesorde.
Incident tot zekerheidstelling. Artikel 224 Rv. Toewijzing.
Hof wijst vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid i.v.m. aangaan garantieovereenkomst door vennootschap af. Art. 6:162 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:4172.
Kort geding. Executiegeschil m.b.t. aan beslagverlof verbonden voorwaarde dat zekerheid moet worden gesteld. Vorderingen afgewezen omdat deze ertoe strekken de voorwaarde te wijzigen en dit zich niet verdraagt met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Zekerheidsstelling voor proceskosten. Art. 224 Rv. Zekerheidsstelling door of via bank uit Nigeria? Niet-ontvankelijk.
Zekerheidsstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Zekerheid gesteld door middel van storting van benodigd bedrag op rekening van Landelijk Dienstencentrum voor de rechtspraak (LDCR) in plaats van door middel van stellen van bankgarantie. Gekozen vorm van zekerheidsstelling komt
De vordering van eiseres wordt onder meer afgewezen, omdat het voor haar risico dient te komen indien zij niet (tijdig) aan het gebod tot zekerheidstelling kan voldoen. Daarnaast heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij op een andere wijze alsnog aan het gebod tot zekerh
trustovereenkomst, wanprestatie?, verklaring voor recht?, verwijzing schadestaatporcedure,
Rechtbank verlengt termijn voor het stellen van zekerheid.
Tussenarrest
Eiseres behoorde zekerheid te stellen voor de proceskosten in de hoofdzaak. Eiseres heeft zonder voorafgaand overleg ervoor gekozen om het bedrag te storten op derdenrekening van haar eigen gemachtigde in plaats van zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie.
Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod artikel 616 lid 4 Rv.