IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 6 Rv
Genoemd in 104 uitspraken · Officiële wettekst
104 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht; internationale bevoegdheid Nederlandse rechter; art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo. Vordering tot vergoeding van vermogensschade van in Nederland gevestigde rechtspersoon tegen elders woonachtige personen op grond van onrechtmatig handelen in Tsjechië. Prejudiciële vr
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04794.
WAMCA-procedure met 3 stichtingen als eisers in verband met vermeende inbreuk op de mededinging. Een van de stichtingen is niet ontvankelijk omdat haar dagvaarding te laat is uitgebracht. Gedaagden niet in Nederland gevestigd. Voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan het H
Art. 7 lid 1 Rv. en de (herschikte) EEX-Verordening als bron van inspiratie. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:4065 en ECLI:NL:GHAMS:2018:3242.
Internationaal vermogensrecht. Documentair krediet. Toepasselijkheid Iraaks recht.
Internationaal Privaatrecht. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Overeenkomst van juridische dienstverlening; Haviltexmaatstaf. Bevoegdheid ex art. 7 lid 1 Rv (pluraliteit van gedaagden); begrip samenhangende vorderingen; maatstaf. Bevoegdheid inzake onrechtmatige daad
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04764.
octrooirecht. Uitleg conclusies. Vaststelling beschermingsomvang octrooi. Product gedaagde valt niet onder beschermingsomvang: geen inbreuk.
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Forum arresti. Litispendentie ex art. 12 Rv. Erkenning buitenlandse beslissing. Art. 431 lid 2 Rv.
Internationale bevoegdheid kan in deze zaak niet voortvloeien uit artikel 5 lid 3 EEX-Vo voor de rechter die bevoegd is in de plaats waar, als gevolg van een onrechtmatige daad, zuivere vermogensschade wordt geleden.
Huwelijksvermogensrecht. (Nederlandse) Wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Uitzondering eenheidsbeginsel; op onroerende zaak in Duitsland is Duits recht van toepassing. ‘Zugewinn’. Verdeling eenmanszaak in Duitsland en aandelen in Nederlandse besloten vennootschap. Waar
WAMCA-zaak, verstek. Tussenvonnis over o.a. ontvankelijkheid stichting BREIN en voorschriften opt-in/opt-out mededelingen. Toepassing 'licht ontvankelijkheidsregime' van art. 3:305a lid 6 BW.
Vordering tot verstrekking van gegevens met betrekking tot advertenties en accounts waarmee derden inbreuk maken en onrechtmatig handelen; internationale bevoegdheid
Ondanks besluit tot uitgifte van de minister van VROMI van het Land Sint Maarten geen toewijzing van de vordering tot vestiging van het erfpachtrecht. Afscheidsbeleid en welkomstbeleid. Geen gepubliceerd beleid van het Land Sint Maarten wie in aanmerking komt voor een erfpachtrec
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Commuun bevoegdheidsrecht. De zaak draait om een vordering uit onrechtmatige daad strekkende tot veroordeling van gedaagde tot medewerking aan de totstandbrenging van een echtscheiding naar religieus recht. Ingevolge artikel 6 aan
Zaak over nep-advertenties voor Tommy Hilfiger kleding op Facebook en Instagram. Reikwijdte filterverplichting en afgifte identificerende gegevens gebruikers. Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2018:9362 en ECLI:NL:RBAMS:2019:3207
Luchtvaartzaak. Incident tot onbevoegdheid. Nederlandse rechter is bevoegd op grond van artikel 6, aanhef en onder a, Rv.
Internationale bevoegdheid. Vordering Nederlandse partij tegen partij in Congo. Commuun bevoegdheidsrecht art. 6 sub e Rv. Plaats van het schadebrengende feit.
Incident in een procedure, ingesteld door een Nederlandse claimstichting tegen onder meer de Braziliaanse vennootschap Petrobras. De rechtbank heeft rechtsmacht ten aanzien van het merendeel van de verwijten, maar niet ten aanzien van twee verwijten omdat de vereiste samenhang me
Eerdere procedure tussen partijen leidend tot niet-ontvankelijkheid van de loonvordering van werknemer, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van herhaalde vordering, omdat de overwegingen in die voorgaande procedure over het ontbreken van een deskundigenoordeel ex artikel 7:629a
Inbreuk Gemeenschapsmerk en Beneluxmerk TOMMY HILFIGER door gebruik op kleding. Onrechtmatig handelen al dan niet in groepsverband. Inzage in beslagen bescheiden ex artikel 843a Rv.
Kantonrechter Venlo oordeelt dat Mooy zich richting haar Poolse chauffeurs niet houdt aan de AVV-CAO 2008, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De kantonrechter verklaart voor recht dat op de arbeidsovereenkomsten van de bij Mooy gedetacheerde chauffeurs, in dienst van M
Vraag of de rechtbank op grond van artikel 5 sub 3 EEX Verordening bevoegd is kennis te nemen van een geschil dat zich geheel in Tsjechië heeft afgespeeld, met Tsjechische, Roemeense en Canadese gedaagden, wordt ontkennend geantwoord. Het arrondissement Utrecht, alwaar de ingetre
Prejudiciële vragen. Internationaal privaatrecht. Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om beslissing te geven op grond van art. 431 lid 2 Rv. Betekenis van HvJ EU 7 april 2022, C-568/20, ECLI:EU:C:2022:264 (J/H Limited). Vereiste belang bij beslissing in Nederlan