Verzoek ex art. 3:268 lid 2 BW jo. art. 548 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 548 Rv
Genoemd in 55 uitspraken · Officiële wettekst
55 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Wraking. De feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, leveren geen grond op voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden en vormen derhalve geen grond voor wraking. Verzoek afgewezen
Beschikking. Gelijktijdige behandeling twee verzoekschriften. Executie verkoop woning. Toestemming voor onderhandse verkoop woning verzocht door hypotheeknemer en eigenaren van de woning. Voorzieningenrechter geeft toestemming aan de eigenaren van de woning om het te verkopen aan
Afgifte verklaring art. 3.273 lid 2 BW - tenietgaan beslag bij onderhandse executoriale verkoop door eigenaar conform 3.268 lid 2 BW.
Curator heeft na faillissement o.g.v. 58 Fw een termijn van zes maanden aan de bank (hypotheekhouder) gesteld om de woning te verkopen. Bank verkoopt onderhands onder opschortende voorwaarde van toestemming voorzieningenrechter (3:268 lid 2 BW). Het verzoek tot toestemming is vóó
Verzoekschrift als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW. Inhoudsindicatie: Geen gunstiger bod tijdig voorgelegd.
Executierecht. Verzoek om goedkeuring van de onderhandse executieverkoop van een onroerende zaak. Tweede verzoek, door de hypotheekgever, na intrekking van het eerste verzoek ter zitting, Bezwaar van de hypotheekhouder. Verzoeker is niet-ontvankelijk.
Parate executie. Onderhandse verkoop door hypotheekhoudende bank onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Maatstaf van art. 6:23
Voor totstandkoming van een geldige onderhandse executieverkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW is goedkeuring door de voorzieningenrechter een vereiste. Zolang deze goedkeuring ontbreekt, is de overeenkomst tot onderhandse executieverkoop niet tot stand gekomen en kan de executiekoper
Bij verzoek aan voorzieningenrechter tot het toestaan van een onderhandse (executoriale) verkoop moeten alle biedingen worden vermeld. Bod van 1000 (gulden) méér dan de meestbiedende, is voldoende bepaalbaar indien daarnaast een of meer andere biedingen binnenkomen.
Bank, als executerend hypotheekhouder, verkoopt appartementsrecht, onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Minnelijke regeling met hypotheekgever is dan niet meer mogelijk zonder overleg met koper. Betaling achterstand en rente is geen lossing.
Parate executie. Geschil tussen twee broers over de verdeling van de executieopbrengst van de boerderij die steeds in familiebezit is geweest; schending van voorkeursrecht (81 RO).
De rechtbank heeft de stellingen van Centavos c.s. aldus begrepen en samengevat dat De Rijnlandse een bod van Centavos op de betrokken onroerende zaken ter hoogte van euro 780.000,- heeft aanvaard maar heeft geweigerd die acceptatie gestand te doen. De Rijnlandse heeft betwist da