ontruiming van een executoriaal verkocht pand na goedkeuring voorzieningenrechter van onderhandse verkoopovereenkomst
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 525 Rv
Genoemd in 52 uitspraken · Officiële wettekst
52 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort geding. Executiegeschil ontruiming. 525 lid 3 Rv. Aanwijzingen eigenaar bekend moet worden verondersteld met gebruikers registergoed; geen bevoegdheid ex art. 525 lid 3 Rv tot ontruiming.
Afwijzing inroepen huurbeding. De voorzieningenrechter overweegt dat de bank – indien de feitelijke situatie voor haar onduidelijk was – in het taxatierapport en de aanvulling daarop (aan de totstandkoming waarvan de hypotheekgever en de met hem samenwonende persoon hebben meegew
Afwijzing inroepen huurbeding. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding verlof te verlenen tot het inroepen van het huurbeding jegens de schoonmoeder omdat zij, mede gelet op de familierelatie tussen haar en de hypotheekgever, als vaststaand aanneemt dat de schoonmoeder behoo
Verzoekschrift tot goedkeuring onderhandse verkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW. Verweren t.a.v. executie en getaxeerde waarde. Subsidiair zelfstandig verzoek tot langere ontruimingstermijn. Verzoek onderhandse verkoop toegewezen. Zelfstandig tegenverzoek afgewezen. Overgang rechthe
Executieverkoop versus onderhandse verkoop en ontruiming. Voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 525 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ook een ontruimingstitel geeft indien er sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW.
Nu de gunning op vrijdag 30 maart 2007 op grond van het vorenstaande als rechtmatig heeft te gelden, wordt bij effectuering van de levering van de woning niet onrechtmatig jegens eiser gehadeld.