Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, o
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 490 Rv
Genoemd in 9 uitspraken · Officiële wettekst
9 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
Rangregeling art. 481 Rv. Art. 485a lid 2 Rv. Hypotheekhouder, die haar vordering had ingediend met inbegrip van rente en kosten tot 1 april 2001. Na renvooiprocedure verzoekt hypotheekhouder heropening van de rangregeling en toelating tot de rangregeling van haar vordering ter z
Parate executie door (eerste) hypotheekhouder. Vordering tot betaling van restantvordering bestaande uit boeterente. Matiging van boete op grond van art. 6:248 lid 2 c.q. 6:94 BW. Verhouding tot rangregeling ex art. 3:271 lid 1 BW. Bepaalbaarheid cessieakte.
Rangregeling art. 481 Rv. Art. 485a lid 2 Rv. Hypotheekhouder, die haar vordering had ingediend met inbegrip van rente en kosten tot 1 april 2001. Na renvooiprocedure verzoekt hypotheekhouder heropening van de rangregeling en toelating tot de rangregeling van haar vordering ter z
Schuldeiser heeft redelijk belang bij het na 15 jaar in rangregelingen toelaten van een aanvullende rente- en kostenvordering. Uitleg van de artikelen 482 en 485a lid 2 Rv op grond van de wetsgeschiedenis.
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie teniet
Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar dochtervennootschappen. Een derde heeft conservatoir derdenbeslag laten leggen onder verweerder
Artikel 33 Fw.; Gerechtelijke tenuitvoerlegging op een onroerende zaak die nog niet was voltooid ten tijde van het faillissement van de schuldenaar. Het restant van de executieopbrengst maakte nog deel uit van het vermogen van de failliet en valt in de boedel. Geen sprake van afg