Onrechtmatige daad; schadevergoeding. Zijn administratiekosten ter verkrijging van een schadevergoeding kosten als omschreven in art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b en c BW? Wanneer komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking? Begroting schade; stelplicht en bewijslast.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 48 Rv
Genoemd in 160 uitspraken · Officiële wettekst
160 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Procesrecht. Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden.
-
Ontslag op staande voet. Onverwijlde mededeling van de dringende reden. Stelplicht werkgever. Art. 27 en 28 Fw. Veroordeling in de proceskosten van in cassatie niet verschenen curator?
Devolutieve werking (pleidooi in appel); art. 6 EVRM; Motivering; Procesrecht.
Internationaal privaatrecht; echtscheiding. Litispendentie en redelijk belang. Forumkeuze.
Belediging (art. 1408 (oud) BW). Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Persvrijheid; recht op eer en goede naam; belangenafweging. ‘Repliek’ in cassatie; geen beknopte reactie op schriftelijke toelichting van wederpartij; hoor en wederhoor.
Faillissementsrecht. Ten onrechte geen schorsing geding in hoger beroep na faillietverklaring; gevolgen voor voortzetting geding in cassatie. Feitelijke grondslag in cassatie. Arubaans procesrecht.
Huurgeschil. Verplichtingen verhuurder indien huurder door andere huurder overlast ervaart. Vermogensschade door gederfd woongenot.
Taxusstruik. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor vergiftiging door losliggende struik. Een inbreuk op het eigendomsrecht van een ander, welke inbreuk uitsluitend bestaat in het boven diens grond hebben van een gedeelte van een losliggende struik, vestigt nog niet een aansp
Huurrecht woonruimte. Voortzetting overeenkomst van onderhuur ex art. 7A: 1623k BW? Art. 7A:1623k BW kan slechts toepassing vinden indien de (hoofd)huurovereenkomst, voor wat de onderverhuurde gedeelten betreft, moet worden beschouwd als een huurovereenkomst van woonruimte waarop
Huurrecht bedrijfsruimte. Huurder laat op kosten van verhuurder herstelwerkzaamheden verrichten nu bij ingangsdatum huurovereenkomst het gehuurde niet in “normaal bruikbare staat” verkeerde. Verhuurder van rechtswege in verzuim (art. 6:82 BW) vanwege ondeugdelijke oplevering (art
Huurrecht bedrijfsruimte. Wegnemingsrecht ex art. 1603 BW (oud) niet uitgeoefend door directeur huurster terzake door huurster aangebrachte toevoegingen. Vergoeding waardevermeerdering, bijzondere omstandigheden. Ongerechtvaardigde verrijking wegens aangebrachte lichtarmaturen in
Verbod octrooi-inbreuk; kort geding. Taak kort-gedingrechter. Hoger beroep. Deskundigen. Motivering. Bijbrengen feiten door rechter; goede procesorde. Cassatie; verwijzing.
Huurrecht bedrijfsruimte. Verzoek om indeplaatsstelling, belangenafweging (art. 7A:1635, thans art. 7:303 BW). Aan belang huurder bij indeplaatsstelling mag geen andere eis worden gesteld dan dat het “zwaarwichtig” is. De vordering mag niet telkens zonder meer worden toegewezen a
Onrechtmatige daad overheid; uitgifte verontreinigde bouwgrond door gemeente. Samenloop vordering uit onrechtmatige daad en verborgen gebreken-regeling. Ambtshalve uitleg overeenkomst.
Des-dochters. Productaansprakelijkheid. Hoofdelijke aansprakelijkheid van producenten van hetzelfde ondeugdelijke medicijn.
Verwerping ogv artikel 101a Wet RO.
Onrechtmatige daad. Uitzending op televisie of radio van rapportages van wedstrijden uit het betaald en amateurvoetbal. Recht van vrije nieuwsgaring. Eigendomsrecht. Profiteren van door ander georganiseerde wedstrijden in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt?
-
Cassatieprocesrecht. Overlegging stukken bij pleidooi. Art. 419 lid 2 Rv.
Toeristenbelasting; art. 276, lid 1, Gemeentewet (oud); Verordening toeristenbelasting met regeling voor verblijf in een tweede woning die erop neerkomt dat het bedrag van de belasting onafhankelijk is van de duur van het verblijf en het aantal personen dat verblijf houdt, is on
Ontslag op staande voet. Artikel 1638 (oud) van het Burgerlijk Wetboek. Geschil over vergoeding.
Geval waarin het bepaalde in art. 950, tweede volzin, BW niet toepasselijk is te achten. Legaten nietig op grond van artt. 1004 en 1013 BW? Afstand van recht (vereisten waaraan voldaan moet zijn wil aan een handeling de betekenis worden toegekend van het doen van afstand van het
Wanprestatie aan de zijde van huurder op grond waarvan verhuurder ontbinding der overeenkomst mag vorderen?