29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ABN-AMRO BANK N.V., gevestigd te Ams
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 477 Rv
Genoemd in 150 uitspraken · Officiële wettekst
150 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Appel van ECLI:NL:RBNHO:2018:5475. Executoriaal derdenbeslag door schuldeiseres (de geïntimeerde) op een vordering uit geldlening van de holding van de schuldenaar (de appellant). De geldlening is opeisbaar geworden; volgens de eerste rechter door rechtsgeldige opzegging op de vo
Betwistingsprocedure als bedoeld in artikel 477a lid 2 Rv.
Artikel 611a, lid 3 Rv. Voor het verbeuren van dwangsommen is niet vereist dat een grosse van het vonnis wordt betekend, een afschrift voldoet. Artikel 477 leden 3 en 4 Rv. Beslag op deposito. Onder de gegeven omstandigheden is het niet onrechtmatig van de bank dat de bank het de
Tussentijd hoger beroep; motiveringplicht op grond van artikel 476a en b Rv.
Derdenbeslag. Inhoud buitengerechtelijke verklaring. Beslaglegger spreekt derde aan. Beslaglegger doet beroep op art. 477 lid 4 Rv en zegt overeenkomst tussen derde en beslagdebiteur op.
Verklaringsprocedure. Regel van gebondenheid.
Executoriaal derdenbeslag van uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis; derdenverklaring; opzegging door beslaglegger van voorwaardelijke vordering van de derde; "escrow-overeenkomst" tussen de derde (de Stichting Derdengelden van de advocaat van de geëxecuteerde) en de geëxecut
Vordering tot betaling van saldo op kwaliteitsrekening van notaris, na executoriaal beslag. Notaris wordt bevolen saldo over te maken. Medegerechtigde ex-echtgenote moet betaling gehengen en gedogen.