Procesrecht/Beslagrecht. Verhaal krachtens dwangbevel. Strafvorderlijk executoriaal beslag. Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Beslag op voorwerpen van een ander die middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn van het misdrijf. Verhaal als bedoeld in art. 575 Sv niet mog
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 475 Rv
Genoemd in 228 uitspraken · Officiële wettekst
228 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Verklaringsprocedure ex artikel 476a Rv. Derde-beslagene is in verzuim met het doen van een verklaring als bedoeld in artikel 475 Rv. Executant vordert derde-beslagene te veroordelen van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, als ware de derde-beslagene daarvan zelf schuldenaar. H
Bepaling vrij te laten bedrag, verhoging van de beslagvrije voet i.v.m. premie ziektekostenverzekering echtgenote? Doelstelling WSNP. Benadeling schuldeisers. HR 09/0519 Uitspraak 9 juli 2010 LJN BM3892
overgang conservatoir derdenbeslag in executoriaal derdenbeslag door betekening van de notariële akte van een vaststellingsovereenkomst tussen beslaglegger en beslagene? Artikel 704 Rv
(Derden)beslag onder Staat. Botsende rechten van benadeelde partij en ontnemingsvordering.
eiser legt executoriaal derdenbeslag. de verklaring van de derdenbeslagene houdt in dat zij geen verplichtingen heeft jegens de debiteur van eiser. Vordering van eiser afgewezen omdat hij niet de juiste juridische weg heeft bewandeld. Onderscheid tussen BRv 477a lid 1 e BRv 477a
Stille verpanding, toekomstige vordering. Catch-all clausule. Vereiste van bestaande rechtsverhouding. Verrekening in zicht van faillissement? Art. 3:239 BW en 54 Fw.
Verstekvonnis (dagvaarding bijgevoegd). De officier van justitie heeft strafvorderlijk conservatoir beslag gelegd onder een derde, en omdat die derde niet tot afgifte overging, vervolgens derdenbeslag gelegd onder de werkgever van de derde. De officier van justitie vordert van de
Verklaringsprocedure 477a Rv. Na dagvaarding faillissement van partij ten laste waarvan beslag is gelegd. Geen belang. Geen vordering o.g.v. onrechtmatige daad.
Ondernemingsrecht. Tegenstrijdig belang als bedoeld in art. 2:256 BW tussen vennootschap en bestuurder. Ontbreken uitdrukkelijk aanwijzingsbesluit. Ook als de bestuurder tevens enig aandeelhouder is, is een uitdrukkelijk besluit van de aandeelhouders vereist. In bijzondere omstan
Vervolg op HR 30 mei 2008, NJ 2008, 311. Onrechtmatige overheidsdaad. Rechtshulpverzoek aan Verenigd Koninkrijk. Strafrechtelijk beslag in Engeland. Beklag op voet van art. 552a Sv. Beslag opgeheven met last tot teruggave beslagen onroerend goed. Engelse autoriteiten hadden goed
Ondeugdelijke verklaring derdenbeslag.
Artikel 6:114 lid 2 BW bepaalt voor girale betaling dat de betaling geschiedt op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Uit de parlementaire geschiedenis van die bepaling blijkt dat uitzonderingen op deze regel mogelijk zijn, onder meer indien het
Vatbaar voor derdenbeslag zijn vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit de ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding. De vraag is of er in dit geval van dergelijjke vorderingen sprake is.
Vordering tot opheffing van ten laste van eiser gelegde derdenbeslagen. Naast onder diverse banken gelegde derdenbeslagen gaat het in deze zaak om derdenbeslagen op optierechten die eiser het recht geven om in 2012 van een aantal commanditaire vennootschappen (die eigendom zijn v
Nadat door eisende partij executoriaal derdenbeslag was gelegd onder gedaagden, hebben gedaagden een verklaring ex artikel 475 lid 2 Rv ingevuld. Gedaagden hebben niet voldaan aan de op hen rustende verplichting tot afdracht van het in de verklaring genoemde, onder het beslag val
Schorsing executie, lijfsdwang, alimentatie
Derdenbeslag. Verklaring door derdebeslagene.
Het hof is van oordeel dat de notaris onjuist heeft gehandeld door het betalen op 16 maart 2007 aan de advocaat van Boerdam van het depotbedrag dat de notaris voor zowel klager als Boerdam onder zich hield, omdat de executie van het beslag inmiddels – naar hem bekend was – was g
Indicatie van de inhoud: Verzoek conservatoir beslag onroerende zaak afgewezen, in verband met ontbreken grond voor de vrees voor verduistering. Verzoek conservatoir derdenbeslag afgewezen, omdat een bankrekening geen vordering of roerende zaak is.
Derdenbeslag op gegiraliseerde effecten.
Kort geding. Executiegeschil. Opheffing executoriaal derdenbeslag.
Beklag. Conservatoir beslag op onroerende zaken ex art. 94a Sv. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard omdat de onroerende zaken in feite toebehoren aan de echtgenoot van klaagster, tegen wie nog een ontneming van w.v.v. loopt. HR herhaalt HR NJ 1998, 575 en HR LJN AT2970 m
Beklag. Conservatoir beslag op onroerende zaken ex art. 94a Sv. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard omdat de onroerende zaken in feite toebehoren aan de echtgenoot van klaagster, tegen wie nog een ontneming van w.v.v. loopt. HR herhaalt HR NJ 1998, 575 en HR LJN AT2970 m
Beklag. Conservatoir beslag op onroerende zaken ex art. 94a Sv. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard omdat de onroerende zaken “in feite middellijk” toebehoren aan iemand tegen wie nog een ontneming van w.v.v. loopt. HR herhaalt HR NJ 1998, 575 en HR LJN AT2970 m.b.t. bek