-
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 439 Rv
Genoemd in 37 uitspraken · Officiële wettekst
37 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Executiegeschil. Intellectueel eigendom. Tripp Trapp stoel.
Kort geding. Een pandhoudersbeslag, waarbij de verpande zaken al zijn afgegeven aan de pandhouder, leent zich niet meer voor opheffing. De afgegeven zaken behoeven ook om andere reden niet te worden teruggegeven.
Merkenrecht; vervolg op HR 5 april 2002, nr. C00/197, NJ 2003, 356 en HR 15 april 2005, nr. C03/230, NJ 2006, 55. Vaststellingsovereenkomst in strijd met art. 3:322 lid 3 BW?; afstand van recht op executie van – door overtreding van verbod tot merkinbreuk – verbeurde dwangsommen
-
Opposant is niet-ontvankelijk in zijn verzet o.g.v. art. 143, leden 1 en 2 Rv in verbinding met art. 720 Rv jo. art. 475i Rv. Het exploot van overbetekening van het derdenbeslag is op 1 sept. 2025 in persoon betekend aan opposant. De deurwaarder heeft in dat exploot verklaard dat
Verlof voor executie tot afgifte van roerende zaken waarop pandrecht rust, ex artikel 496 lid 2 Rv jo. artikel 3:237 lid 3 BW. Verkorting termijn artikel 439 lid 1 Rv tot nihil.
Collectieve actie art. 3:305a BW ten aanzien van inbreuk op auteursrecht. Ontvankelijkheid. Lichte regime van toepassing. Vonnis in incident. Vordering tot opheffing beslagen, waaronder bewijsbeslag, afgewezen. Incidentele vordering ex art. 843a Rv toegewezen. Beslissing opgavege
Verzet; overbetekening; art. 143 lid 2 Rv
Deurwaarderskortgeding. Wie zijn “betrokken partijen” in de zin van artikel 438 lid 4 Rv? Beroep op retentierecht door derde jegens pandhouder die pandhoudersbeslag heeft laten leggen, slaagt niet, omdat niet aannemelijk is dat aan de vereisten van artikel 3:291 lid 2 BW is volda
Termijn ex artikel 439 lid 1 Rv bij afzonderlijke beschikking op nihil gesteld vanwege vrees voor verduistering, zodat direct executoriaal beslag kan worden gelegd.
Vordering tot onmiddellijke verwijdering container op oprit huurwoning toegewezen op straffe van een dwangsom. Termijn ex artikel 439 lid 1 Rv bij afzonderlijke beschikking op nihil gesteld vanwege vrees voor verduistering, zodat direct executoriaal beslag kan worden gelegd.
Kort geding. Teruggave inboedel, die was meegenomen nadat de voorzieningenrechter verlof had verleend tot het in vuistpand nemen van zaken door de pandnemer op grond van artikel 496 lid 2 Rv, juncto artikel 3:237 lid 3 BW. De bevoegdheid op grond daarvan komt de pandnemer eerst t
Quasi deurwaardersgeschil over tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak na een conservatoir bewijsbeslag in een niet-IE-zaak. Partijen zijn het erover eens dat de vordering in de hoofdzaak niet strekt tot handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Niettemin is volgens verweer
Vordering tot terugbetaling van door mede-aandeelhouder uit vennootschap opgenomen gelden deels toegewezen.
Kernvraag voor opheffing van executoriaal beslag, is of BMVZ – zoals zij stelt – op het moment van de beslaglegging eigenaar van de onderhavige taxi’s was. BMVZ heeft ter staving van haar stelling een aantal bescheiden overgelegd, waaronder een koopovereenkomst met bijbehorend ta
Kostenwet; invordering. Derdenbeslag Ontvanger banksaldo. Gelegenheid tot betaling?
Het hof zal eerst nagaan of de wet, in het bijzonder artikel 496 Rv, de pandhouder in het algemeen de mogelijkheid biedt om verlof te verkrijgen de onderhandse geregistreerde akte tegen derden, niet zijnde een houder maar een bezitter, (reëel) te executeren. Het hof zal deze vraa
-