Kort geding. Doorhaling executoriaal beslag.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 438 Rv
Genoemd in 1.147 uitspraken · Officiële wettekst
1.147 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Geschil inzake ontruiming bedrijfspand. Na eerder gewezen vonnis dd. 27 juni 2022 (ECLI:NL:RBOVE:2022:1862) zijn er geen feiten voorgevallen of aan het licht gekomen die meebrengen dat de executie van voormeld vonnis moet worden geschorst. Ook de belangenafweging valt niet in het
Conventie: schuldeiser van man vordert verdeling van voormalige echtelijke woning waar de vrouw in is blijven wonen. Artikel 3:180 lid 1 BW. De rechtbank begrijpt de stellingen van de vrouw als een beroep op artikel 3:178 lid 3 BW. De rechtbank sluit de vordering tot verdeling ui
Kort geding, opheffen beslag, staking executie
Kort geding. Vordering ex art. 477a lid 4 Rv tot betaling uit hoofde van derdenbeslag na eindvonnis. Er is in beginsel geen plaats om te beoordelen of de schuldenaar terecht tot betaling is veroordeeld en of de stellingen en verweren van de schuldenaar in het hoger beroep tegen h
KG. Geschil over de vraag of eiser jegens gedaagde dwangsommen heeft verbeurd. Aannemelijk is dat € 100,00 aan dwangsom is verbeurd. Dat is zo laag dat het gevorderde verbod op het leggen van executoriaal beslag wordt toegewezen.
Schorsing executie, bevoegdheden executeur/afwikkelingsbewindvoerder.
Kort geding. Vordering van huurder tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis door verhuurder (ontruiming wegens overlast). Maatstaf ECLI:NL:HR:2019:2026. Geen misslag in vonnis. Belangenafweging. Vordering afgewezen.
executiegeschil/dwangsommen zijn verbeurd/vordering tot voorlopig verbod executie afgewezen
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad en zekerheidstelling op de voet van art. 235 Rv. Art. 611a Rv. Opheffen van dwangsommen op de voet van art. 611d Rv.
Executiegeschil
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak af. Maatstaf: Hoge Raad 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026)
Opheffing executoriaal derdenbeslag na verstekvonnis afgewezen, 438 lid 2 Rv, belangenafweging op grond van Zeesterarrest.
Zorgverzekeringsrecht. Executiegeschil. Afwijzing machtigingsaanvragen medisch specialistische revalidatiezorg; dwangsommen verbeurd? (Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10906).
Afwijzing vordering tot schorsing tenuitvoerlegging van eerder gewezen vonnis in bodemprocedure totdat in hoger beroep over het geschil is beslist.
Vordering opheffen executoriaal beslag toegewezen. Bewijs geleverd dat vordering is voldaan.
Boedelscheiding. “Vergeten” deelgenoot in bodemvonnis met deelbeslissingen.
Procesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vaststelling van een voorlopige zorgregeling. Het vonnis is (nog) niet betekend. In het vonnis zijn aan het niet-nakomen van de zorgregeling geen dwangmiddelen verbonden. Van een dre
Executie van een dwangbevel met executoriaal beslag onder de Rabobank, bij wie geëxecuteerde samen met zijn ouders twee bankrekeingen heeft. De voorzieningenrechter schorst de executie omdat niet duidelijk is wie materieel recht hebben op het tegoed is.
K.G. Schorsing executie afgewezen.
Korte samenvatting: Kort geding. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging bodemvonnis met vordering tot tussenkomst obv wanprestatie en onrechtmatige daad.
Partijen hebben, in een eerder door hen gevoerde procedure, een vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 lid 1 BW) gesloten. De vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het proces-verbaal van de rechtbank in die procedure. Beide partijen zijn van mening dat de wederpartij onvoldoen
Kort geding, executiegeschil. Door voorzieningenrechter afgewezen vordering tot schorsing van de executie althans zekerheidstelling. Toepassing van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026. Geen kennelijke misslag. Reëel restitutierisico dat mede door appellant zelf is veroorzaa
Kort geding. Executiegeschil tot opheffing/vernietiging derdenbeslag. Te late overbetekering 475i Rv, maar opheffing beslag geen passende sanctie. Geen misbruik van executiebevoegdheid. Verstekvonnis in kracht van gewijsde 144 sub b Rv
Executiegeschil in huurzaak. Herstel gebreken. Dwangsommen verbeurd?